Jezelf als proces ervaren

Een uitspraak die mij mijn hele bewuste leven heeft begeleid is die van een wijze geweest, die ik een klein poosje in het krijgsgevangenkamp heb mogen beleven. En waarvan de grimmigheid van die uitspraak me eigenlijk geleidelijk aan pas duidelijk werd. Dat het me niet direct duidelijk was, kwam omdat de man zelf zo ongelooflijk vriendelijk was, waardoor zijn uitspraken een straling en een warmte hadden, die de diepgang wel eens een beetje verborgen, althans voor mij.

Hij zei namelijk op een ochtend tegen me: “Zolang je in slaap bent is jouw leven niet van belang. Niet alleen voor jezelf, maar ook voor de wereld.”

Inleiding (fragment)
[download]

Dat is natuurlijk in een notendop eigenlijk alles. Maar ik heb pas naderhand begrepen dat hij dat letterlijk meende, dat je leven dan níet van belang was, noch voor jezelf, noch voor de wereld. Dat je dan niet meer bent dan een plant of een dier, die een functie vervullen. Maar dat je niet iets bent wat van zich uit iets volvoert, iets doet. Dan onderga je en je antwoordt daarop. 

Ik denk dat dat inderdaad het grote probleem is: heb je in de gaten dat je een proces bent. Of ben je zó vereenzelvigd met dat proces en jouw reacties op dat proces – en dat betekent dus: je relaties die je hebt en de bezittingen die je hebt en de kennis die je vergaart en de ervaring die je opdoet – vereenzelvig je je daar zó mee dat dat proces doodloopt. Want dat is wat gebeurt, het loopt dood, het wordt vegetatief, er gebeurt niks meer.
Of kun je inderdaad jezelf als proces ervaren. Wat wil dat zeggen? Dat wil zeggen dat het nog steeds aan de hand is, dat het nog steeds verder gaat. En dat je niet in het kapelletje van de dood de plaatjes zit te bewonderen van het verleden. Want dat is waar het om gaat. Dat je jezelf kunt ervaren als iets in wording. ‘Ja,’ zeggen we dan, ‘je sterft.’ Maar ik bedoel letterlijk in wording. Daar heeft die dood heel weinig mee te maken, het proces gaat door.

Kunnen we dat beseffen dat we dat zijn: een proces in wording. Het woord ‘proces’ houdt dat eigenlijk in dat je steeds in wording bent. Dat is dus helemaal tegen de biologische opvatting van, je wordt en dan wordt je volwassen en dan ga je dood. Nee, dit is iets heel anders, it is een doorgaand proces.

En dat klopt een heel klein beetje met die opvatting van Gurdjieff over wedergeboorte. Hij zegt: wedergeboorte, dat is omdat je zo suf bent. Dan moet je aldoor maar hetzelfde weer leren, telkens maar weer tegen dezelfde dingen aanlopen en elke keer weer hetzelfde stomme doen. Dat is het.
Maar zodra je beseft dat je een proces bent, een niet eindigend proces, dan wordt het leven van vitaal belang. Want dan weet je dat elk moment, elke situatie, voor jou een kans is om dat proces voort te laten gaan. Dus niet een verdediging van de positie die je hebt, maar een uitdaging om verder te gaan. Om dus eigenlijk, als je dan al een vesting hebt opgebouwd, die vesting op te breken, hem los te laten en verder te gaan.

Veel van het leed wat wij hebben, doen we onszelf aan. We maken eerst een harde korst en dan gebeurt er iets, en die korst wordt aangetast en we willen dat herstellen… In plaats dat we zien dat het leven op allerlei manieren ons probeert duidelijk te maken waar het zit. Maar wij werken aldoor de andere kant uit. Daarom is het onverwachte in het leven, of het nu plezierig is of onplezierig ongelooflijk belangrijk. Want dat geeft je een kans, het onverwachte geeft je een kans.

En als je dit begrepen hebt, dan ben je ook bereid om zelf een beetje mee te helpen in die richting, door voor jezelf echt in je eigen leven onverwachte dingen te doen. Om jezelf als het ware uit te proberen: hoe staat het met me? Zit ik al lekker vast, of is er nog een mogelijkheid. Is er nog een mogelijkheid van beweging, van verandering. 

Kun je jezelf ervaren als een proces. Want zodra je beseft dat jij dus een – ik kan het ook anders zeggen, dat jij een experiment bent, een kosmisch experiment bent, kun je het zo ervaren dat je niet klaar bent. Dat er nog ongelooflijk veel zal moeten gebeuren. Of blijft het alleen maar in je hoofd, wat ik nu zeg. Zeg je: oh, ja, dat is aardig gezegd, maar ik ga toch door met gezellig koffie te drinken en te leuteren over wat er gebeurd is…
Dus dat jij eigenlijk niet iets bent wat je pakken kunt – ja, je lichaam kun je pakken, natuurlijk. Maar dat wat je eigenlijk bent, dat is dus in de stroom. 

Het moment dat je ook maar een vleugje hiervan beseft, een vleugje is voldoende, dan vallen automatisch die dingen die je tot nu toe problemen genoemd hebt, vallen weg. Want je ziet dat al die problemen zijn altijd hetzelfde, ze zijn een poging om iets in stand te houden wat gewoon wég moet, wat dóór moet.

Dit is dus helemaal in tegen onze hele directe spontane instinctieve gevoelens. Want die horen thuis in die andere orde van dingen, namelijk van geboren worden, opgroeien, volwassen worden, hoogtepunt bereiken en afsterven.
Je moet je goed beseffen, dat zijn twee hele verschillende processen. Het ene is een eeuwig terugkerend proces. Maar we hebben het wel nodig om in de vorm, om in dat tweede – wat wij dan de schepping noemen – te zijn. Om te zien, om te kunnen opmerken eigenlijk, wat we doen met dat oorspronkelijke gegeven, dat niet van de tijd is. Dat hebben we hartstikke nodig. Dus mensen die denken: O, dus… Nee, dat leven is ongelooflijk belangrijk. Dat leven wat we leven, dat geboren worden en alle sores die we dan nog hebben, dat is ongelooflijk belangrijk. Want daarin ligt de proef eigenlijk, de test, wat jij van dat eigenlijke proces, dat tijdloze proces, wat jij daarvan verwerkelijkt. 

Maar snap je, dan heeft die verwerkelijking een heel andere richting. Dan is die verwerkelijking niet meer dat je iets gaat bouwen, maar dan is die verwerkelijking aan iets wat er is uitdrukking geven. Dan verandert het leven honderdtachtig graden. Dan bouw je niet meer naar iets toe, je werkt niet meer naar iets toe, maar je probeert steeds betere uiting te kunnen geven aan dat wat je écht bent.

Wat ik nu belicht heb is de positieve kant hiervan. De andere kant is natuurlijk dat, hoe beter je beseft dat je inderdaad een proces bent dat voortgaat zich verder te ontwikkelen – zowel in de diepte als in de breedte, in de verwerkelijking – hoe beter je beseft dat inderdaad je leven, als je dat niet beseft, van weinig belang is – hij zei ‘van geen belang is’, maar ik ben dan voorzichtiger, ik zeg: ‘van weinig belang.’
Dan vervul je gewoon de functie die de mest ook heeft: het moet er zijn, zorgt dat de planten kunnen groeien. Dat is natuurlijk ook wat, maar het is niet de bedoeling. De bedoeling is dat je ook het zaad bent en ook de impuls bent, die nieuw leven mogelijk maakt – het eigenlijke waar het om gaat.

Nu heb ik al gezegd dat je een proces bent, wat je niet pakken kunt, wat je alleen leven kunt en wat je, al uiting gevende eraan, ervaart. Dat is het wonder ervan. Je kunt het niet van te voren bedenken. Je kunt er niet van te voren over speculeren. Je kunt het alleen al doende beseffen.
En dan besef je ook hoe ongelooflijk – ja, het is bijna ingebrand – dat het dát moment is, en niet meer dan dat moment, waarin die uiting plaatsheeft. En dat je niet weet hoe het verder gaat. En dat je dat eigenlijk ook geen lor interesseert, want het proces is groter dan jij in je beseffende fase kunt grijpen.
Er is dus geen moment dat je het geheel in de klauw hebt. Als dat het geval was, als dat wel kon, dan bestond het niet, dan kon het niet. 

Dit besef dat wij inderdaad een proces zijn, maakt het leven tot een geweldige uitdaging. Want je krijgt inderdaad het gevoel dat je geen seconde kunt verliezen uit dat geheel. Zowel de omstandigheden, de relaties die je hebt, je eigen onvermogens en je eigen vermogens, moeten voor honderd procent ingeschakeld zijn, opdat het proces voort kan gaan.
En dan vervalt ook alle gejengel over wat men ervan vindt, of wat de mensen ervan vinden, of wat Piet of Jan of je liefste ervan vindt. Dat is dan allemaal tweede zaak. Dat is hun probleem, dat is niet jouw probleem. Jouw uitdaging ligt in het gaande houden van het proces.
Dat betekent dus bereid zijn ieder moment te sterven aan de uiting die pas geweest is. Dus niet als een koe-achtige pakezel alles maar mee te torsen wat je al je leven lang met je meegetorst hebt. Dat is verleden tijd, dat is dood, dat is mest.

En de vraag is dus nu: wat is nu bevorderlijk om dat besef van dat proces gaande te houden. En dan is ten eerste natuurlijk, dat je je eigen situatie waar je in geraakt bent in dit leven, eens rustig op je laat inwerken. Dat je het karkas leert kennen, wat je tot nu toe bijeengehouden heeft en wat je ook weerhouden heeft om het proces te zijn. En eens te proberen in je leven te ontdekken wat dat een beetje kan doorbreken.
Ik noemde daarnet al één iets: dat je op een bepaald moment gewoon tegen jezelf zegt: nee, nou doe ik dat niet. Gewoon om te weten te komen: wat er dan in beweging komt in jezelf.

Ik kan me echt voorstellen dat Gurdjieff destijds gezegd heeft: ja, dat is alleen maar mogelijk in een school, in een soort van schoolgemeenschap waarin je elkaar dus wakker houdt. Want op je uppie is het moeilijk.
Maar ik zie niet hoe dat te realiseren is. Dus je zult het wel op je uppie moeten doen. Je zult af en toe een of andere gekke leraar tegenkomen die hiermee bezig is en die kan je inderdaad een beetje helpen. Maar je zult het op je uppie moeten doen.
En daarbij erg belangrijk dat je een idee hebt van wat dat proces zou kunnen zijn. Dat heb je nodig, dat inzicht. Dat heb je nodig als motor, anders slaap je gegarandeerd in – als je al niet in slaap bent. Dat je gewoon even een vage notie hebt van wat het nou is: dat proces wat zich blijkbaar al duizenden jaren voltrekt, steeds opnieuw, steeds opnieuw. En dat is dan die reïncarnatieleer, waar we zo ontzettend veel over hebben te praten en te doen en te ontdekken en in terug te gaan, vorige levens te ontdekken. Maar als je snapt wat het eigenlijk is, dan begrijp je ook dat nou juist dít leven, waar je nú instaat, de beste gelegenheid is om erop in te gaan. Dat het gewoon tijdverlies is en een omweg is als je eerst een theorie eromheen bouwt en dan nog eens een beetje erin teruggaat, en afijn… We weten wat er allemaal aan de hand is.

Dan ben je ook voorgoed bevrijd van de gedachte dat je een toekomst moet bouwen. Die toekomst is er nú. Dat ben jij. Alleen je moet er uitdrukking aan geven. En in dat uitdrukking geven – en dat is eigenlijk het leven hier – in het uitdrukking geven ontmoet je weerstand, ontmoet je moeilijkheden, ontmoet je ook bevrijdende momenten. En daarin wordt het voor jou werkelijk…

Wat ik nu hier zeg is absoluut niet nieuw. Dat is al op duizenden manieren gezegd. Alleen, we hebben het altijd – zoals ik ook – te mooi gezien, te lief. We hebben gedacht: dat is een mooie vergelijking, daar kun je door ontroerd raken. Maar het is letterlijk waar. De bedoeling die in jou ligt, wordt pas werkelijk, verwerkelijkt zich pas, wordt pas van belang, op het moment dat jij beseft dat het een doorgaande beweging is. En dat jij aan die doorgaande beweging uiting kunt geven, dat jij daarvan bent. En we hebben een spoor van die doorgaande beweging, en dat is dus wat sterven kan. Het spoor van die beweging kan sterven, dat gebeurt ook steeds. Maar de beweging zelf – dus het samenbrengen van de beweging in de uiting, en dan tegelijk het besef dat die beweging verder gaat en zich dus weer uit die uiting terugtrekt en naar de volgende uiting gaat – dat is dus het besef dat gisteren echt gisteren is.

Nou, voor vandaag is het genoeg.

naar boven


< naar Sessietoespraken