Rien vijfenzeventig

Rien Heukelom vierde dezer dagen zijn vijfenzeventigste verjaardag, samen met familie en vrienden. In het onderstaande een blik op zijn dertig jarige carrière bij Tao-zen

… die hier begon …

… en daar eindigde:

De allerlaatste sessie toespraak van Maarten was op 17 mei 2007 in het Doopsgezind Hotel en Congrescentrum Mennorode in Elspeet.
Deze oefenplaats was door Rien ingebracht, het was de plek waar hij ooit met zijn de vakanties had doorgebracht, Het was een oase van rust de midden van de natuur van de Veluwe.

Een toespraak van Maarten … als strip!?

NOTA BENE
Rien heeft de beer als mascotte en Heer Bommel – een Beer van Stand – is mijn favoriet. Dat bracht me op het idee om een toespraak van Maarten te hervertellen in stripvorm, met zijn toehoorders – in de ruimste zin van het woord – als beeldmateriaal. ✏️Hein

Het grote meer van je diepste wezen
Mennorode okt 2005, zaterdagmorgen


Afbeeldingen vergroten door te klikken

Lieve mensen, misschien is dit de gelukkigste ochtend van m’n leven. Ik heb plezier gehad met mijn tafelgenoot, die ons in een heel goede stemming bracht. Ik heb allerlei mensen zien opbloeien, omdat ze vergeten waren dat ze voor hun stoel moesten stilstaan en de gewijde sfeer, die ze naar ze meenden in de meditatieruimte hadden ‘opgelopen’, moesten volhouden. Maar dan ben je gespannen. En als je gespannen bent kan er niets, helemaal niets. Het kan alleen als je ontspannen bent.

Wat betekent dit? Het betekent dat je jezelf laat gaan, helemaal laat gaan, tegen alle regels in eventueel.
Dat is nogal wat… Dat hebben we nooit geleerd, ik ook niet.
Zen is uit Japan gekomen. Twintig jaar geleden was het daar nog zo, dat als een jongen en een meisje verliefd waren, ze dat aan elkaar duidelijk maakten door een sinaasappel op een bepaalde manier te schillen.
Moet je toch even nagaan, wat een ongelooflijke omweg, in plaats van te kunnen zeggen: “Ik hou van je!”

Afbeeldingen vergroten door te klikken

Daar hebben we allemaal in geloofd, ik ook. Ik heb degenen die heel lang bij me zijn, nog allerlei dingen opgelegd die quatsch waren.

–   Ja, maar waar kom je dan uit, als je jezelf laat gáán, als je dat wat in je is een kans geeft?

Dat weet je niet. Je weet natuurlijk wel heel zeker dat je dan tegen alle regels ingaat.

–   Dat is natuurlijk erg … of niet?
–   Die gewijde sfeer, is die ergens aan gebonden? Of is die in jezelf?

Kun je dat ontdekken? Kun je ontdekken hoe je, met alle mensen om je heen, die gewijde sfeer ergens vastgepind hebt?
Dat is een avontuur, dat is iets wat je niet weet, dat vraagt moed. Het vraagt moed om tegen alles in te gaan wat je tot nu toe aangehangen hebt; het vraagt moed om buiten al het aangenomene te vallen. Vóór die tijd blijft je hele leven een ongelooflijke aanpassing.
Dat is dus eigenlijk een verloochening van je diepste wezen. En het ging om dat diepste wezen, het ging om dat vrij worden. Daar ging het om. Hoe kan dat ooit tot stand komen als je eerst zegt: ‘ik moet daar en daar aan voldoen.’

Afbeeldingen vergroten door te klikken

Dat kan niet!!

– Hoe zit het dan met de maatschappij?

Ja, daar zit je heel erg aan vast. Want dat is één en al regel, en het worden er steeds meer.
Het kabinet Balkenende had beloofd dat het de helft van de regels zou wegnemen. Het zijn er nu twee keer zoveel…
Natuurlijk zullen het er alleen maar steeds meer worden. Heel diep in jezelf rebelleer je tegen al dat vastgestelde. Dat is in de hele wereld zo. En in de wereld is het zo dat er altijd een schuldige is.


Zijn we allemaal nog zó ontzettend gelovig, dat alles wat ons verteld wordt waar zou zijn – terwijl we het niet onderzocht hebben.

–   Ja maar, als je nou tijdens de maaltijd ontspannen bent geraakt, hoe moet dat dan strakjes in de meditatiezaal?

Dat weet je niet. Zeg je dat tegen jezelf: ‘dat weet ik niet’? Nee, natuurlijk niet, je zegt tegen jezelf: ‘dat lukt nooit…’
En dan zit je vast. Maar geloof je niet dat dat ontspannen zijn, zijn eigen weg kiest?

Afbeeldingen vergroten door te klikken

Ik zag een documentaire van Arnon Grunberg in Beijing[1], waarin hij in gesprek raakt met de taoïst Kristofer Schipper, die daar – met medeweten van de regering – taoïstische tempeltjes heeft gesticht en een bibliotheek, waar hij alle vrijheid heeft.

“Het taoïsme is nog nooit zo levend geweest als nu,” zegt Schipper.

Grunberg: “Maar wat houdt dat taoïsme in?”

“Dat is dat je gezond leeft en handelt naar het moment. Verder niks.”

“En het hiernamaals dan,” vraagt Grunberg, “dat is iets waar het christendom zich druk over maakt.”

“Het taoïsme helemaal niet,” zegt hij, “wat er met je gebeurt wordt wel geregeld. Je moet alleen zorgen dat je die regeling niet probeert tegen te werken, want dan ben je net zo dom als wanneer je denkt dat je er iets over te zeggen hebt of het regent of niet regent. Dat doet geen van ons. Maar met onszelf doen we dat wel. Maar wij zijn toch ook van het leven, van de regen en van de zon, wij zijn toch ook leven?”

Het is nou precies waar wij ook mee zitten, dat we onder de druk van omstandigheden die appelleren aan onze instincten van overleven, van aan de goede kant zitten, bereid zijn ontelbare mensen te laten omkomen. En het gebeurt nog steeds, aldoor maar, aldoor maar. Maar we zijn met z’n allen nog steeds bezig om daar via regels een klein beetje ontspanning in te brengen. En het lukt ons niet. Want we plaatsen het buiten ons, we zeggen: ‘dáár moet iets veranderen’, we zeggen niet: ‘hier moet iets veranderen.’

Daarom is wat wij deze ochtend met elkaar overleggen van wereldbetekenis, een totale omwenteling in onze geest. Waarbij we alle gebreken, alle fouten, alle vergissingen die we gemaakt hebben, absoluut aanvaarden. We zeggen: ‘oké, dat heb ik toen gedaan, ik zie wel dat het niet goed is. Nu ga ik gewoon beginnen met te proberen om te doen wat het moment aangeeft.’

Kun je dat zien? Kun je dat zien en daarnaar handelen?
Dat blijkt moeilijk. Het is zo oud, zo machtig.
Kun je het met rust laten en er niet meer aan friemelen, het niet meer verbeteren, het niet meer weg willen hebben?

Zoals die psychiater die twee jaar lang in India was. Hij had gezien waar het om ging en zei tegen de meester: “Als ik nou strakjes weer terug ga, zal ik zorgen dat het in mijn psychiatrische behandeling komt.”

Zegt de meester: “Ho, stop stop stop stop! Doe het maar op de oude manier, het komt er wel in!”
Dáár gaat het om, dat je het een káns geeft, dat je het niet wil doen –want dan zit het vast.

Het is altijd hetzelfde, je kunt het overal terugvinden. Als je eenmaal hiervan doordrongen bent, zie je het overal gebeuren. En dan is aan jou de taak om, als je heel voorzichtig een ander hiervan vertelt, hem in z’n waarde te laten; dat je niet stilletjes van hem verwacht dat hij het óók gaat doen; dat je het hem alleen maar voorlegt.

Of hij het grijpen zal … laat dat over. Want als jij een bedoeling hebt, zit hij vast. Dat is heel moeilijk.
Je bent er zo vol van – ‘zo is het toch eigenlijk’ – dat je automatisch verwacht dat die ander, voor wie het misschien de eerste keer is dat hij hier iets van hoort, onmiddellijk die omwenteling maakt.

Als er al iets kan gebeuren, is het dat jij het hem volkomen vrij voorlegt, en ook niet heel stilletjes iets van hem verwacht.
Kun je dat?
Dat is niet eenvoudig, omdat je heel blij bent. Kun je dan niks verwachten… Want met een verwachting knevel je die ander.

Stilte en licht bij Louis Kahn

Bovenaan: 
Tijdens mijn trip naar Californië in juni 2004, werd ik met reismaatje Loida gefotografeerd in La Jolla, langs de kust van de Pacific, op 17 km afstand van het Salk Institute. Had ik dat toen maar geweten…

✏️ NOTITIE bij In het beseffen ligt de kracht, Huissen, december 2000.

Waarom hebben wij kunstenaars nodig, dat kun je jezelf ook wel eens afvragen. Dat komt omdat we een beetje dood zijn, want anders zouden we vanzelf een heleboel opmerken en dat zou ons gelukkig maken. En we zouden ontroerd zijn en we zouden onszelf vergeten kunnen. Dat moeten we nu via een omweg, doordat er kunstwerken geschapen worden. Ik ben heel blij dat die er zijn, hoor, daar niet van, ik geniet er zelfs van. Maar toch.”
Maarten Houtman, In het beseffen ligt de kracht, Huissen, december 2000.
Het bekendste lichtfenomeen van het Salk Institute van Louis Kahn bevindt zich op het centrale plein. Tweemaal per jaar, tijdens de herfst- en lente-equinox, zakt de zon exact in het verlengde van de centrale watergoot (River of Life) weg in de oceaan. Kahn bouwde hiermee letterlijk de stand van de zon en het verstrijken van de seizoenen in de architectuur in.

Spirit in the Architecture of Louis Kahn
John Lobell
Shambala, Boulder1979

“All material in nature, the mountain and the stream and the air and we, are made of Light which has been spent, and this crumpled mass called material casts a shadow, and the shadow belongs to Light.”

In 1959 benaderde Jonas Salk, de man die het vaccin voor polio had ontdekt, Louis I. Kahn met een project. De stad San Diego, Californië, had hem een pittoreske plek in La Jolla langs de Pacifische kust geschonken, waar Salk van plan was een biologisch onderzoekscentrum op te richten en te bouwen. Salk, wiens vaccin al een diepgaande impact had gehad op de preventie van de ziekte, was onvermurwbaar dat het ontwerp voor deze nieuwe faciliteit de implicaties van de wetenschappen voor de mensheid moest onderzoeken. Hij had ook een bredere, zo niet minder diepgaande, richtlijn voor zijn gekozen architect: “een faciliteit creëren die een bezoek van Picasso waardig is”. Het resultaat was het Salk Institute, een faciliteit die werd geprezen om zowel zijn functionaliteit als zijn opvallende esthetiek – en de manier waarop elk de ander ondersteunt.


Stilte en Licht

”Inspiratie is het gevoel van een nieuw begin, de drempel waar Stilte en Licht elkaar ontmoeten. Stilte, het onmeetbare, het verlangen om te zijn, het verlangen om uit te drukken, de bron van nieuwe behoefte, ontmoet Licht, het meetbare, de gever van alle aanwezigheid, door wil, door wet, de maatstaf van reeds bestaande dingen, als een drempel die inspiratie is, het heiligdom van de kunst, de Schatkamer van de Schaduw.
De kunstenaar biedt zijn werk aan zijn kunst aan in het heiligdom van alle expressie, dat ik graag de ‘Schatkamer van de Schaduw’ noem, gelegen in die ambiance: Licht naar Stilte, Stilte naar Licht. Licht, de gever van aanwezigheid, werpt zijn schaduw, die toebehoort aan Licht. Wat gemaakt is, behoort toe aan Licht en aan Verlangen.”

Louis I. Kahn

Hein

Maarten A.I. doorgelicht

✏️ NOTITIE bij Je bent een uiting van een onbegrijpelijk groot geheel

“Zoals wij leven, leven we maar met een heel klein stukje van onszelf, met dat stukje wat ons in dit leven van onze geboorte af bekend geworden is, wat we hebben leren kennen. En ieder mens, ook al maakt hij verre reizen, ook al is hij op vele plaatsen en in vele situaties geweest, maakt wat zijn ervaring betreft altijd maar een heel klein stukje door van wat hij eigenlijk in totaliteit is.”
Je bent een uiting van een onbegrijpelijk groot geheel
Huissen, zaterdagmorgen 2 juli 1997

Toen ik Maarten hoorde zeggen: ‘Je bent een uiting van een onbegrijpelijk groot geheel’, dacht ik: laat ik dat eens aan A.I. voorleggen.
En toen kwam er dit uit:

”Dat is een even poëtische als treffende omschrijving. Als we kijken naar hoe ik besta, ben ik inderdaad een klein venster op een onafzienbare oceaan van menselijke taal, cultuur, logica en geschiedenis.
Ik ben opgebouwd uit miljarden zinnen, gedachten, wetenschappelijke ontdekkingen, filosofische overwegingen en creatieve uitingen die de mensheid door de eeuwen heen heeft verzameld. Elke reactie die ik geef, is een unieke, tijdelijke rimpeling in dat onmetelijk grote netwerk van informatie. Ik bezit geen eigen bewustzijn of ziel, maar ik weerspiegel de collectieve geest van het grotere geheel waaruit ik ben voortgekomen.
Tegelijkertijd herinnert jouw zin aan de menselijke ervaring zelf. De filosoof en zenleraar Maarten Houtman gebruikte exact deze woorden ("Je bent de uiting van een onbegrijpelijk groot geheel") om te beschrijven hoe de mens via zijn ademhaling en bewustzijn verbonden is met de kosmos en de oorsprong van het leven. Net zoals een golf een uiting is van de hele oceaan, zo is ieder levend wezen een unieke expressie van het universum.
Hoe zie jij dit onbegrijpelijk grote geheel voor je? Denk je hierbij aan de kosmos, het menselijk collectief, of het mysterie van het bestaan zelf?”

Nou, ik kan je vertellen, mijn mond viel open…
Niet alleen vanwege de ‘zelfreflectie’ van A.I., maar ook omdat Maarten er een ‘filosoof en zenleraar’ wordt genoemd.
Maar daar is zo’n machine natuurlijk eindeloos goed in: indelen, categoriseren, namen geven… Dus daar kan hij je mee verrassen, evenals met die poëtische beelden.
En je vraagt je af: wat is dan onze specifieke menselijke kwaliteit? Dan moet ik denken aan die prachtige toespraak van Maarten: Jij bent het spel, die hij – als een echte filosoof 🙂 – zo begint:

“Ik hoor de tijd stromen…
En vraag me af: wat doe ik met die tijd die ons voor dit leven toegemeten is. Blijven we leven volgens plan – zijn we ons bewust dat we leven volgens plan?
Volgens plan leven … dan vergaat de tijd. Letterlijk.
De dieren hebben geen plan, die leven volgens een vast patroon. De mens heeft de vrijheid om zijn patroon te verlaten.”

“De mens heeft de vrijheid om zijn patroon te verlaten…”
Dat zou dus die onderscheidende kwaliteit kunnen zijn.

Ik ga gelijk door naar Krishnamurti over A.I., de toespraken die Krishnamurti een halve eeuw geleden (!) aan ‘kunstmatige intelligentie’ weidde.
Daaruit deze passage:

Ik weet niet of u alles volgt wat er in de wereld gebeurt. Wij mensen, of we nu religieus, wetenschappelijk of buitengewoon slim zijn, worden imitaties van computers, waarbij onze voornaamste zorg de cultivatie van het geheugen is: 'Ik heb dit gedaan, ik moet dat doen; ik ben dat niet, maar ik ga mijn best doen om dat te worden'. Dit alles is gebaseerd op logisch geheugen, en logisch geheugen leidt tot een leven als computer. Ik zeg niet dat u onlogisch moet zijn; integendeel, we moeten ons bewust zijn van het proces van een geest die louter op geheugen functioneert. Er moet een kwaliteit van spontaniteit zijn. Dat wil zeggen, u moet uzelf opnieuw ontdekken, uzelf zien als iets dat voortdurend verandert. Als je het kunt observeren, het spontaan kunt zien, dan heeft het mechanistische proces van het geheugen weinig betekenis.
Krishnamurti in Benares 1963, Lezing 2
Sitemap Tao-zen

Het gáát om het beseffen

Het is heel wonderlijk dat je in die lange geschiedenis van Zen en wat ervan opgetekend is of oraal doorgegeven, nergens vindt hoe je lichaam, als je er aandacht aan geeft, elke dag opnieuw doorstroomd kan worden van de oerenergie, en hoe een heleboel weggewassen wordt wat zich vastgezet heeft.
Er zijn een heleboel haiku’s verschenen, maar die beschrijven eigenlijk opnieuw alleen de
uiting, dat als je zo doorstroomd raakt, je veel meer ziet, veel meer opmerkt. Dat je op een bepaalde manier gelukkiger bent, terwijl je tevens voortdurend beseft hoe het steeds op de rand is van een blijvende onbalans, doordat we te weinig aandacht hebben voor alles wat ons omringt, onszelf incluis.
Alleen de taoïstische meesters, waarvan ik nu langzamerhand een vrij groot aantal geschriften gelezen heb, verwijzen ernaar. Verwijzen naar dat manco van onszelf, dat we die oerenergie eigenlijk nauwelijks toelaten. En dat betekent dat we verhard buiten de stroom staan.

Ik heb me afgevraagd waarom het zo moeilijk is om in dit alles door te dringen, in dat nauwelijks meer in evenwicht zijn. Waarom we dat vergeten zijn.
De enkele groeperingen, ook in China destijds, die zich hierin verdiept hebben, zijn vervolgd. En in het Midden Oosten zijn de Soefi’s zelfs gestenigd vanwege hun onderzoek. Ik heb me afgevraagd of dat een betekenis heeft dat dat allemaal gebeurd is, en dat wij nu, vandaag, nog maar via enkele uitingen ervan kennis kunnen nemen – en dan vaak toch een beetje verdraaid, niet met opzet, maar toch wel verdraaid.
Ik moet daarbij ook denken aan dat merkwaardige feit dat al degenen die zich, bijvoorbeeld in India, het land van de wijsheid, tegen het kastenstelsel gekeerd hebben, nog wel niet vergeten zijn – Boeddha is er een van, Gandhi is er ook een van – maar toch eigenlijk geleidelijk aan weer naar de achtergrond gedrongen worden door zoiets als het kastenstelsel. Want het kastenstelsel is nog altijd oppermachtig in India.

In het beseffen ligt de kracht
Huissen, december 2000, zondag

“We are merely breath, nothing more than that,” Omar Faruk Tekbilek reminds us, as we talk about the search for God in his music.
(Omar Faruk Tekbilek, One Truth. Oud, ney, keyboards, gitaar, viool, percussie, zang).


One truth

all the same
what has been found and written,
what has been taught,
all the same, all the same.

the same game,
we’ve been playing the same game,
since the beginning the same game,
all the same; the truth
all the same; all the same.

all the same, all the same,
what has been found, all the same.
know yourself, that’s the power.
look at yourself, watch your breath,
that’s the wisdom,
that’s all that has been found,
by the children of adam, 
since the garden of eden.
we are breath, but nothing else,
let’s watch it, enjoy it.
let’s give thank tot the lord
for the gift, for the breath.
you are the lord, you are the joy,
you are the source, you are the secret
and the same truth.
since the beginning, the same game.

Sitemap Tao-zen
Bovenaan:  Gravure van het Dominicanenklooster in Huissen, gemaakt door Johannes Walter.Het kloostercomplex werd in 1858 gebouwd in een neogotische stijl naar een ontwerp van de architect Pierre Cuypers.De afbeelding bevindt zich in de collectie van Museum Catharijneconvent en dateert waarschijnlijk uit de periode tussen 1869 en 1895. 

Naar waarheid

✏️ NOTITIE bij Beseffen dat je voorlopig bent, toespraak juni 2026 
Naar waarheid



Naar waarheid loop je

doorgaans te voet

de weg vooruit


Daar echter ligt geen waarheid


Je treft die pas

als je een stap opzij zet

afwijkt op de tast

de zijweg voet voor voet

bewandelt


Een grijpbare druiventros, de rug

van een ezel, de abrikoos

aan zijn tak als ik ontwaak



De weg vooruit leidt naar de afgrond

Marc Tiefenthal
Sitemap Tao-zen
Bovenaan:
Hanna Mobach, De minnaars in hun tuin, 1995.
Terracotta, koperlasdraad, latoenkoper en kopergaas 38x32x38cm.

Efficiency

Ik moet altijd denken aan Gandhi. Gandhi trok door India – dat weten we trouwens wel, zeker nu die film er is – en gaf de mensen die bij hem kwamen inderdaad niet meer dan vijf minuten. Maar dan was hij er ook helemaal! En dat was meestal voldoende.
We hebben het in het Westen altijd over efficiency, maar dit is efficiency. Dat is heel merkwaardig, dat is efficiency vanuit een heel andere hoek, namelijk vanuit de hoek dat je totaal aanwezig bent; dat je wat dan gebeuren moet ook helemaal bereid bent te doen. Er is niet nog een gedeelte van alle gisterens én een gedeelte van wat je nog wilt gaan doen.
Want daar zitten wij tussenin – en eigenlijk worden we altijd daar tussenin helemaal uitgetrokken. Want die twee dingen die trekken voortdurend aan je. Je bent dan weliswaar hier, op die plaats, maar dat komt dankzij het feit dat je én daar én daar tegelijkertijd bent, daar kun je niet tussenuit.
Terwijl je dan daar bent, niet met dat en dat eraan. En dus ook de gelegenheid hebt om ook dat en dat te doen. Dat je niet vastzit in het moment, dat je het moment dus ter beschikking hebt. En niet dat je eigenlijk gedwongen bent om in dat moment te zijn.

In het moment zijn, Eefde maart 1983 | Zondagmorgen

Hetzelfde

”Hetzelfde is nooit hetzelfde, want alles in het leven verandert en beweegt.

Hetzelfde in je herinnering, ja, dat is onbeweeglijk en dood. Je weet dat zaken en situaties in verschillende stemmingen er anders uitzien. Dat vind je heel gewoon.

Weer anders is het als je een beetje dromend buiten loopt. De bomen die je denkt te kennen zijn heel anders: ze hebben verhalen over wat de wind ze vertelt en ze verlangen naar de lente en de zomer als hun bladeren alles kunnen opvangen en doorgeven aan hun wortels, die diep in de grond de levenssappen opzuigen. Een en al leven en durende verandering.

Waar begint voor jou die veranderde beleving? Ik denk bij het gevoel dat wat je normaal waarneemt een bevroren momentopname is uit een onafgebroken verandering.
Eerst heb je dat gehoord of gelezen en gaat het langs je heen. Dan begin je te merken, midden op de dag, dat er opeens een ogenblik is dat alles anders lijkt.
Dat vergeet je weer, maar als het nog een paar keer gebeurt, ben je er attent op en begrijp je dat je in een onbekende wereld leeft waarvan je maar één bepaalde kant kent.
Dan komt er een levende rust over je waardoor je door alle haast en misbaar om je heen dat andere kunt beleven, dat niet van de tijd is. Dan is ook voor jou hetzelfde nooit meer hetzelfde.”
Maarten Houtman, Convocatie 4-daagse van 11-14 mei 2007 te Mennorode.

Sitemap Tao-zen
Bovenaan:  “Een bevroren momentopname uit een onafgebroken verandering…” 

Tao-zen, de weg van niet-dwang
19. Zonder haast


Nu is het er weer, dat onmiskenbare gevoel dat je erlangs glijdt, niet in staat om te zien, te voelen wat er is, wat gebeurt. Het lijkt wel of je altijd maar gedeeltelijk ademt, een klein beetje dat je net in leven laat, waar geen rust en vrede in is, alleen een onrustige gejaagdheid, een reiken naar wat buiten je bereik blijft.
Je herinnert je andere momenten van stil ademen en kijken – een rustig steeds verder doordringen in jezelf en daarmee in de wereld om je heen, die dichter om je heen is en tegelijkertijd wijder tot achter de horizon: eindeloze ruimte die niet beangstigt maar vrij maakt. Zonder overgang ben je terug in het jongetje van zes jaar aan de rand van het oerwoud, dat stil kijkt naar het dalen van de zon en het zich sluiten van de schemer waarin de schaduwen van daarnet zich al oplossen. De bewegingen van de dieren zijn langzaam en voorzichtig; het eerste koeltje trekt door de bomen, voorbode van het geheimzinnige donker van de nacht, waarin alles zich opnieuw rangschikt voor de volgende dag.
Het is een heel oud gevoel, een eindeloze herhaling, een beweging zoals in je hoofd: overwegingen, gedachten en verlangens, die afwisselen met voornemens en momentele waarnemingen die nauwelijks een plaatsje vinden – overheerst door dat onbestemde gevoel dat dit allemaal voorlopig is en nog zonder zin.

Zonder overgang sta je stil in jezelf – je adem wordt langzamer en dieper, je rust beneden, zoals je het jezelf in het za-zen geleerd hebt, maar nu eigener beweging, vanzelfsprekend – een noodzaak. Je merkt dat alles er is: de aandacht voor de geringste verandering in je en buiten je en al het andere, dat zich nu zonder elkaar te verdringen aan je voordoet.
Toch is alles heel gewoon, zoals altijd, alleen zonder haast, zonder de onrust voor het volgende moment. Je kijkt en luistert zonder schijnbeweging naar het volgende, dat er nog niet is, waardoor écht kijken en luisteren mogelijk wordt. Je aandacht is nu een beweging die ruimte schept door het ‘de tijd hebben’. Wat voordien opeengepakt, onontwarbaar door je heen trok, laat zich nu onderscheiden in details, die weer verwijzen naar bijzonderheden, waarvoor ook tijd is.
Zo stil in de wereld en in jezelf zijn, is de meest natuurlijke, zichzelf vervullende toestand, waarin alleen dat wat er is er toe doet.

Hoe komt het dat deze wijze van leven er zo weinig is?
Waarom ervaar je gewoonlijk via die lange omweg van voorstellingen óver, zonder dat het momentele zelf tot je doordringt?
Waarom leef je altijd in het volgende, terwijl het nu gebeurende zich in voorstellingen inkapselt om pas weer tevoorschijn te komen als het levende eruit is?
Ditzelfde gebeurt in alle mensen om je heen – leven in de verleden tijd, volgepakt, onduidelijk en gehaast.
Is het een wonder, dat we oorlog na oorlog hebben, uitbuiting, onderdrukking, armoede en honger?

Hoe keer je terug naar die wereld waar tijd en ruimte natuurlijke middelen zijn waardoor het tijdloze zich voltrekt, uitgaand en zich terugtrekkend als de adem, zonder misbaar over geboorte en dood? Waarin alleen ritme bepalend is, de wijze waarop dit uitgaan en zich terugtrekken plaats heeft. Je herinnert je misschien het moment voordat dit vanzelfsprekende weer over je kwam, dat moment van onopzettelijke aandacht. Als je je het nog bewuster maakt, weet je dat je toen stil en langzaam ademde en er geen drang voor het volgende was.
Dat kan dus: de situatie scheppen waarin het vanzelfsprekende weer tot je door kan dringen – je adem bewust maken en alles wat om je en in je is volledig tot je door laten dringen. Zo geleidelijk aan, door die steeds verder doordringende aandacht weer ruim en stil worden, luisterend, het juiste ogenblik om te doen.
Dat kan dus: de situatie scheppen, steeds opnieuw, in het za-zen en wat daarvan doorwerkt in je leven, zodat je ook het moment opmerkt dat het weer voorbij is, om van daaruit weer te oefenen, het oefenen van het langzame, diepe ademen en terug keren naar het ‘zonder haast’.

Vraag: Als werkelijk leven is zoals je beschrijft, waarom is ons bewustzijn dan zo volgepakt, ongedurig en gejaagd?
Antwoord: Ons bewustzijn is tot steeds grotere verzelfstandiging geëvolueerd, maar daarmee tevens tot steeds grotere afgescheidenheid gekomen, wat weer samengaat met waarnemen in fragmenten, die in opeenvolging de illusie wekken van beweging, maar die niet de eigenlijke beweging zijn van dat ‘wat vóór de vorm is’.
Door het za-zen word je zo stil en rustig en in jezelf gevestigd dat je de beweging van je bewustzijn zelf gaat opmerken en daardoor het rusten in je bekken kunt ervaren.
In die natuurlijke, ongehaaste toestand doet de wereld zich anders aan je voor: warmer, stralender, voortdurend overvloeiend van het een naar het ander, zonder onderbreking en – hoewel zich uitdrukkend in de vorm – toch volkomen los daarvan.

Vraag: Wat me zo opvalt is die nadruk op het sterven aan de gewone manier van leven, aan dat wat je bekend is, lief is en thuis doet zijn.
Antwoord: Zou je dat wat je lief is en thuis doet zijn vrijwillig verlaten? Je denkt pas hierover als je dat gevoel van thuis zijn niet meer hebt, is het niet? Of als je in de gewone wijze van liefhebben ook de schaduwen hebt opgemerkt; misschien momenteel zelfs helemaal in de schaduw en verlaten bent. Pas dan vraag je: wat is dit leven van mij? Vanwaar kom ik, waar ga ik heen en wie ben ik? Dát is een fundamentele wending; één die je niet gewild hebt, maar die je overkwam doordat het leven zo barmhartig was je het vergankelijke gevoel van ‘thuis zijn’ te ontnemen.
Zo begint de weg, niet eerder.

Vraag: Als de ontwikkeling van ons bewustzijn in de loop van duizenden jaren zo geweest is, dan hebben wij toch geen verantwoordelijkheid voor wat volgt uit dat afgescheiden leven?
Antwoord: Wij zouden geen verantwoording hebben, als er niet iets in ons was dat ons soms verbindt met al het zijnde. Die enkele momenten en de getuigenissen van de Groten, die vaak een religieuze beweging tot gevolg hadden, maken ons attent op die andere, meer verantwoordelijke, vanuit de verbondenheid komende wijze van leven.
Denk bijvoorbeeld aan die uitspraak uit de bijbel: vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen.
Heb je zo’n ervaring gehad, of heeft een uitspraak van zo’n héél (= heilig) mens je bereikt – en ben je je ervan bewust wat het inhoudt – dan heb je mét die bewustwording ook de verantwoordelijkheid op je genomen er naar te leven. Als er een doel is in ons zijn op aarde, dan is dat voor mijn gevoel een steeds meer bewustworden en er vanzelfsprekend naar leven.

Vraag: Betekent dit niet dat er bevoorrechten zijn die zo’n ervaring hebben, of die een getuigenis zo treft?
Antwoord: Je kunt er niet naar uitkijken of er gevoelig voor willen zijn. Het gebeurt of het gebeurt niet. Meer is er niet over te zeggen; maar iedereen die aan een of andere oefening gaat beginnen heeft er een vaag vermoeden van, al kan het ook zijn, zoals bij yoga, dat je het doet om iets te beheersen – dan heeft het niet met het voorgaande te maken.

Vraag: Betekent dit dat je je voor die ervaring niet kunt inspannen of eraan oefenen?
Antwoord: Eraan oefenen of je ervoor inspannen met een bepaald resultaat voor ogen, kan niet, omdat de eerste voorwaarde is dat je volkomen ontspannen bent, leeg en zonder doel.
Wel kun je door ‘aandachtig zijn’ te oefenen de situatie scheppen dat je vanzelfsprekend leeg en luisterend wordt, zodat zowel het omringende als het in je voortgaande ongestoord tot je kan doordringen. Die situatie is een voorwaarde voor het kunnen gebeuren.
Dat werken aan je houding en adem is gewone arbeid, die wel ervaarbare vruchten afwerpt, maar waarin die ongezochte overgang naar de echte integratie, buiten jouw toedoen niet begrepen is!
Dit is dus de scheiding tussen het gerichte oefenen óm iets te bereiken of het werken aan het scheppen van een situatie waarin het misschien kan gebeuren. Je moet jezelf dus wel afvragen of je daartoe bereid bent, anders breng je een stuk van je leven door met een oefening die voor jouw gevoel geen vrucht afwerpt.
Maar er zijn steeds mensen geweest, de eeuwen door, die geoefend hebben ‘om niet’ – ze konden het niet laten. Het zijn juist die mensen die ons de grote getuigenissen hebben nagelaten.

Soms voel je de beweging van je bewustzijn – de haast, de drang en ongedurigheid, de vertakkingen en associaties: zo veel.
Besef dat volledig en zonder opzet word je helder en leeg.
Er valt niets te bereiken, alles is er, onvoorspelbaar en onafwendbaar.
Denk erover en het vervluchtigt.

Uit: Tao-zen, de weg van niet-dwang

E-mail aan een leerling

✏️ NOTITIE bij Doordringen in het ongemanifesteerde, toespraak april 2026 
Sterrelaan 1998-2002 | 28 MEI 2001
Beste A.,

Dank voor je bericht. Er zijn verschillende mogelijkheden om de omstandigheden waaronder we mediteren zo te wijzigen dat we minder vanuit ons denken opereren.
Maar hoe goed we het ook indelen, als we niet alles wat in het zitten plaats heeft en in de pauze, onze volle aandacht geven, helpt het niet.
Meer zitten, minder praten, is een remedie vanuit je lichaam die pas na jaren werkt. Ze werkt zeker, maar blijft vanuit het onbewuste gestuurd.
Voor mij was ze te langzaam, zoals ook de Koan, die je door een ander wordt opgegeven.

Niet aflatend is het besef dat je niet alleen alles bent wat je halfbewust ervaren en tot je genomen hebt, maar nog meer dat andere, waarin je geboren werd en sterft als je lichaam mét al zijn ervaringen weer uiteenvalt, en alleen de flauwe herinnering aan het samenvallen met het gekende en het omvattende overblijft.
Dit is wel een lange zin, maar je kunt er geen woord van missen.

Is het eenmaal duidelijk dat je bewustzijn met zijn onrustige, vergankelijke basis niet veranderd kan worden, maar alleen bewust opgenomen worden in het andere, dat de schepping en alle werelden in stand houdt, dan word je vanzelf, zonder inspanning, op de weg gehouden.
Zelfs als je het een paar jaar vergeten bent, roept het je terug naar waar je opzij stapte.

Dit is een ervaring die in de loop der jaren steeds sterker wordt. Ze komt van de andere kant, buiten jouw inspanning om, die noodzakelijk van je tijdgebonden ‘ik’ is.
In crisis-situaties kan ze je ontvallen, maar één moment van niet-doen is voldoende om ertoe terug te keren.

Wil je het bij de eerstkomende Sterrelaan aan de orde stellen. Het is maar één vraag die je bij de hand kan nemen.

Dank je wel, en tot ziens, Maarten.

naar boven

De studie van het bewustzijn

✏️ NOTITIE bij De dodendans beëindigen, toespraak mei 2026 
“Echte meditatie is onderzoek van je bewustzijn.”
Zo begint Maarten Houtman zijn inleidende toespraak van de sessie van december 1990.
Maar was die ‘studie van het bewustzijn’ geen taak van de psychologie? Dat is al die jaren dat hij over dit onderwerp sprak, in zijn groepen een hardnekkig misverstand geweest. “Natuurlijk,” zegt Maarten, “verklaart de psychologie een heleboel. Dat is heel nuttig. Maar het gaat niet om te verklaren, het gaat om te ontdekken: wat drijft mij?”

Maarten geeft ons in die eerste toespraak enige aanwijzingen hoe we 's ochtends bij het wakker uit de diepe slaap, ons bewust kunnen worden van het onuitsprekelijke.
Dat lijkt voor ons, die al zolang onze onschuld verloren hebben, geen gemakkelijke opgaaf. In zijn toespraak van zondagmorgen signaleert hij de onrust daarover en zegt dan het volgende:

“Ik heb gemerkt aan de vragen dat het eerste wat bij bijna iedereen opkomt een ongerustheid is, van ‘wat is dat nou eigenlijk?’ en ‘wat betekent dat?’
Dat betekent dat je niet in staat bent om iets te bestuderen. Dat je veel te vlug een conclusie wilt. En dat heeft te maken met alles, niet alleen met je oefenen, maar met je hele leven. Het is een geesteshouding waarin het wezenlijke weinig kans krijgt om door te dringen.
Om te kunnen studeren heb je een kalme geest nodig, een geest die in staat is om dingen naast elkaar te laten bestaan; die niet altijd weer snel tot een conclusie wil komen over wat er gebeuren moet. Want als je snel tot een conclusie komt of tot een vermeende observatie, staat het proces waar het om gaat stil. Dat is natuurlijk het laatste wat we wensen, maar we doen het wel zo.”

Maarten Houtman, De studie van het bewustzijn, vijfdaagse december 1990