3 AUGUSTUS 1929
De Orde van de Ster in het Oosten werd in 1911 opgericht door de Theosophical Society om de komst van de Wereldleraar te verkondigen. Krishnamurti werd hoofd van de orde.
Op 3 augustus 1929, de openingsdag van het jaarlijkse Star Camp in Ommen, Nederland, ontbond Krishnamurti de Orde voor 3000 leden. Hieronder staat de volledige tekst van de lezing die hij bij die gelegenheid gaf.
We gaan het vanochtend hebben over de ontbinding van de Orde van de Ster. Velen zullen verheugd zijn, terwijl anderen wellicht bedroefd zullen zijn. Het is echter geen kwestie van vreugde of verdriet, want het is onvermijdelijk, zoals ik zal uitleggen.
Misschien herinnert u zich het verhaal over de duivel en een vriend van hem die over straat liepen. Ze zagen voor zich hoe een man zich bukte, iets van de grond opraapte, het bekeek en in zijn zak stopte. De vriend vroeg aan de duivel: “Wat heeft die man daar opgeraapt?” “Hij heeft een stukje Waarheid opgeraapt,” zei de duivel. “Dat is dan een heel slechte zaak voor jou,” zei zijn vriend. “O, helemaal niet,” antwoordde de duivel, “ik ga hem toestaan het te organiseren.”
Ik blijf erbij dat de Waarheid een land zonder paden is; ze is niet te benaderen via welk pad dan ook, noch via enige religie of sekte. Dat is mijn standpunt, en ik houd daaraan vast, absoluut en onvoorwaardelijk. Omdat de Waarheid grenzeloos en ongebonden is en niet via een bepaald pad bereikt kan worden, kan ze niet worden georganiseerd; evenmin mag er een organisatie worden opgericht om mensen langs een bepaald pad te leiden of te dwingen. Als u dat eenmaal begrijpt, zult u inzien hoe onmogelijk het is om een geloof te organiseren. Geloof is een zuiver individuele zaak; het kan en mag niet worden georganiseerd. Gebeurt dat wel, dan verstijft het en verliest het zijn leven; het wordt een dogma, een sekte, een religie die aan anderen wordt opgelegd. Dat is precies wat men overal ter wereld probeert te doen. De Waarheid wordt gereduceerd tot iets kleins, tot speelgoed voor de zwakken en voor hen die slechts tijdelijk ontevreden zijn. De Waarheid kan niet naar beneden worden gehaald; integendeel, het individu moet de inspanning leveren om ernaartoe op te stijgen. Je kunt de bergtop niet naar het dal halen. Wil je de bergtop bereiken, dan moet je door het dal trekken en de steile hellingen beklimmen, zonder angst voor de gevaarlijke afgronden.
Dat is dus, vanuit mijn gezichtspunt, de eerste reden waarom de Orde van de Ster zou moeten worden opgeheven. Desondanks zult u waarschijnlijk andere ordes vormen en lid blijven van andere organisaties die naar de Waarheid zoeken. Ik wil zelf geen deel uitmaken van enige organisatie van spirituele aard; begrijp dat goed. Ik zou wel gebruikmaken van een organisatie die mij bijvoorbeeld naar Londen brengt; dat is een heel ander soort organisatie, louter mechanisch, zoals de post of de telegraaf. Ik zou een auto of een stoomschip gebruiken om te reizen; dat zijn slechts fysieke mechanismen die helemaal niets met spiritualiteit te maken hebben. Nogmaals, ik blijf erbij dat geen enkele organisatie de mens naar spiritualiteit kan leiden.
Als er voor dit doel een organisatie wordt opgericht, wordt deze een kruk, een zwakte, een keten; ze moet het individu verlammen en hem beletten te groeien en zijn eigen unieke aard te ontplooien – een aard die gelegen is in het zelf ontdekken van die absolute, onvoorwaardelijke Waarheid. Dat is dan ook een reden waarom ik – aangezien ik nu eenmaal het hoofd van de Orde ben – heb besloten haar op te heffen. Niemand heeft mij tot dit besluit aangezet. Het is geen grootse daad, want ik wil geen volgelingen, en dat meen ik oprecht. Op het moment dat je iemand volgt, houd je op de Waarheid te volgen. Het maakt mij niet uit of je wel of niet luistert naar wat ik zeg. Ik wil iets specifieks in de wereld tot stand brengen en dat ga ik doen met onwankelbare concentratie. Ik houd me bezig met slechts één wezenlijke zaak: de mens bevrijden. Ik wil hem bevrijden uit alle kooien en van alle angsten; ik wil geen religies of nieuwe sekten stichten, noch nieuwe theorieën of filosofieën opzetten. Je zult je dan wellicht afvragen waarom ik de wereld rondreis en voortdurend spreek. Ik zal je vertellen waarom ik dat doe: niet omdat ik volgelingen wil, en niet omdat ik een speciale groep uitverkoren discipelen ambieer. (Wat houden mensen ervan om anders te zijn dan hun medemensen, hoe belachelijk, absurd of triviaal die verschillen ook mogen zijn! Ik wil die absurditeit niet in de hand werken.) Ik heb geen discipelen, geen apostelen, noch op aarde, noch in de spirituele sfeer. Ook de verlokking van geld of het verlangen naar een comfortabel leven drijft mij niet. Als ik een comfortabel leven wilde leiden, zou ik niet naar een kamp komen of in een vochtig land wonen! Ik spreek openhartig, omdat ik wil dat dit voor eens en voor altijd duidelijk is. Ik heb geen behoefte aan die kinderachtige discussies, jaar na jaar.
Een journalist die mij interviewde, vond het een geweldige daad om een organisatie met duizenden en duizenden leden op te heffen. Voor hem was het een geweldige daad, want hij zei: ‘Wat ga je daarna doen, hoe ga je leven? Je zult geen aanhang meer hebben, de mensen zullen niet langer naar je luisteren.’ Als er maar vijf mensen zijn die zullen luisteren, die zullen leven, die hun gezicht naar de eeuwigheid zullen richten, zal dat voldoende zijn. Wat voor nut heeft het om duizenden te hebben die het niet begrijpen, die volledig gebalsemd zijn door vooroordelen, die het nieuwe niet willen, maar liever het nieuwe vertalen naar hun eigen steriele, stagnerende zelf? Als ik krachtig spreek, begrijp mij dan alstublieft niet verkeerd; dat komt niet door een gebrek aan mededogen. Als u voor een operatie naar een chirurg gaat, is het dan niet vriendelijk van zijn kant om te opereren, zelfs als hij u pijn doet? Dus als ik openhartig spreek, komt dat niet door een gebrek aan echte genegenheid, integendeel.
Zoals ik al heb gezegd, heb ik slechts één doel: de mens vrijmaken, hem tot vrijheid aanzetten en hem helpen zich los te maken van alle beperkingen; want dat alleen zal hem eeuwig geluk schenken, zal hem de onvoorwaardelijke realisatie van het zelf brengen.
Omdat ik vrij, ongeconditioneerd en heel ben – niet het deel, niet het relatieve, maar de hele Waarheid die eeuwig is – wil ik dat zij die mij trachten te begrijpen, vrij zijn; dat ze mij niet volgen en niet van mij een kooi maken die uitgroeit tot een religie of een sekte. Integendeel, ze zouden vrij moeten zijn van alle angst: van angst voor religie, voor verlossing, voor spiritualiteit, voor liefde, voor de dood en voor het leven zelf. Zoals een kunstenaar een schilderij maakt omdat hij er vreugde aan beleeft – omdat het zijn zelfexpressie, zijn glorie en zijn welzijn is – zo doe ik dit; niet omdat ik iets van iemand verlang. Jullie zijn gewend aan autoriteit, of aan de sfeer van autoriteit, waarvan jullie denken dat die naar spiritualiteit leidt. Jullie denken en hopen dat een ander jullie door middel van buitengewone krachten – een wonder – kan overbrengen naar dit rijk van eeuwige vrijheid, dat Geluk is. Jullie hele levensvisie is op die autoriteit gebaseerd.
U luistert nu al drie jaar naar mij, zonder dat er bij de meesten van u iets is veranderd. Analyseer nu wat ik zeg en wees kritisch, zodat u het grondig en wezenlijk kunt begrijpen. Wanneer u op zoek gaat naar een autoriteit die u naar spiritualiteit kan leiden, zult u onvermijdelijk een organisatie rond die autoriteit opbouwen. Door de oprichting van die organisatie – waarvan u denkt dat ze de autoriteit zal helpen u naar spiritualiteit te leiden – raakt u gevangen in een kooi.
Als ik openhartig spreek, bedenk dan dat ik dat niet doe uit hardheid, wreedheid of overijver, maar omdat ik wil dat u begrijpt wat ik zeg. Dat is de reden waarom u hier bent, en het zou tijdverspilling zijn als ik mijn standpunt niet duidelijk en beslist uiteenzette. Achttien jaar lang hebt u zich voorbereid op deze gebeurtenis, op de komst van de Wereldleraar. Achttien jaar lang hebt u zich georganiseerd en gezocht naar iemand die uw hart en geest nieuwe vreugde zou schenken, die uw hele leven zou transformeren en u een nieuw inzicht zou geven; naar iemand die u naar een nieuw levensniveau zou tillen, u nieuwe bemoediging zou bieden en u zou bevrijden – en kijk nu eens wat er gebeurt! Denk na, overweeg het bij uzelf en ontdek op welke manier dat geloof u heeft veranderd – niet door het oppervlakkige verschil van het dragen van een embleem, wat onbeduidend en absurd is. Op welke wijze heeft een dergelijk geloof alle niet-essentiële zaken van het leven weggevaagd? Dat is de enige manier om te oordelen: in hoeverre bent u vrijer, grootser en gevaarlijker voor elke samenleving die gebaseerd is op het valse en het niet-essentiële? Op welke manier zijn de leden van deze organisatie van de Ster veranderd? Zoals ik al zei: u heeft zich achttien jaar lang op mij voorbereid. Het maakt mij niet uit of u gelooft dat ik de Wereldleraar ben of niet. Dat is van ondergeschikt belang. Aangezien u deel uitmaakt van de organisatie van de Orde van de Ster, heeft u uw sympathie en energie gegeven en erkend dat Krishnamurti de Wereldleraar is – gedeeltelijk of volledig: volledig voor hen die werkelijk zoeken, slechts gedeeltelijk voor hen die genoegen nemen met hun eigen halve waarheden.
Je bereidt je al achttien jaar voor, en kijk eens hoeveel moeilijkheden er in de weg staan van je begrip, hoeveel complicaties, hoeveel trivialiteiten. Je vooroordelen, je angsten, je autoriteiten, je kerken – zowel nieuwe als oude – dat alles vormt, zo beweer ik, een barrière voor begrip. Duidelijker kan ik het niet zeggen. Ik wil niet dat je het met me eens bent, ik wil niet dat je me volgt; ik wil dat je begrijpt wat ik zeg. Dit begrip is noodzakelijk, omdat je geloof je niet heeft getransformeerd maar slechts gecompliceerd, en omdat je niet bereid bent de dingen onder ogen te zien zoals ze werkelijk zijn. Je wilt je eigen goden hebben – nieuwe goden in plaats van de oude, nieuwe religies in plaats van de oude, nieuwe vormen in plaats van de oude – stuk voor stuk waardeloos, stuk voor stuk barrières, beperkingen en krukken. In plaats van oude spirituele onderscheidingen heb je nieuwe; in plaats van oude vormen van verering heb je nieuwe. Voor je spiritualiteit, je geluk en je verlichting ben je afhankelijk van anderen; en hoewel je je al achttien jaar op mijn komst voorbereidt, is niemand van jullie bereid om te doen wat ik zeg wanneer ik verklaar dat al deze zaken overbodig zijn – dat je ze allemaal van je af moet werpen en in jezelf moet zoeken naar verlichting, glorie, loutering en de onvergankelijkheid van het zelf. Misschien zijn er enkelen, maar dan wel heel, heel weinig. Waarom zou er dan een organisatie moeten zijn?
Waarom zouden valse, huichelachtige mensen mij volgen – mij, de belichaming van de Waarheid? Begrijp goed dat ik niets hards of onvriendelijks zeg, maar we zijn op een punt gekomen waarop u de zaken onder ogen moet zien zoals ze werkelijk zijn. Vorig jaar zei ik al dat ik geen concessies zou doen. Slechts weinigen luisterden toen naar mij. Dit jaar heb ik het volstrekt duidelijk gemaakt. Ik weet niet hoeveel duizenden mensen wereldwijd – leden van de Orde – zich al achttien jaar op mijn komst hebben voorbereid, en toch zijn ze nu niet bereid om onvoorwaardelijk en volledig te luisteren naar wat ik zeg.
Zoals ik al eerder zei: mijn doel is de mens onvoorwaardelijk vrij te maken, want ik blijf erbij dat de enige spiritualiteit de onvergankelijkheid van het eeuwige zelf is – de harmonie tussen rede en liefde. Dit is de absolute, onvoorwaardelijke Waarheid die het leven zelf is. Daarom wil ik de mens bevrijden, zodat hij zich verheugt als een vogel in de heldere lucht: onbezwaard, onafhankelijk en vervuld van extase door die vrijheid. En ik – op wie jullie je al achttien jaar hebben voorbereid – zeg nu dat je vrij moet zijn van al deze zaken, vrij van je complicaties en verstrengelingen. Hiervoor heb je geen organisatie nodig die gebaseerd is op spirituele overtuigingen. Waarom zou er een organisatie zijn voor de vijf of tien mensen ter wereld die het begrijpen, die worstelen en die alle bijzaken terzijde hebben geschoven? En voor de zwakkeren kan er geen organisatie bestaan die hen helpt de Waarheid te vinden, want de Waarheid huist in ieder mens; ze is niet ver weg en niet dichtbij, maar eeuwig aanwezig.
Organisaties kunnen je niet bevrijden. Niemand van buitenaf kan je bevrijden; evenmin kunnen georganiseerde erediensten, het opofferen van jezelf voor een zaak, het vormen van een organisatie of het je volledig storten op allerlei activiteiten je bevrijden. Je gebruikt een typemachine om brieven te schrijven, maar je plaatst haar niet op een altaar om haar te aanbidden. Toch is dat precies wat je doet wanneer organisaties je voornaamste zorg worden.
‘Hoeveel leden zijn er?’ Dat is de eerste vraag die krantenverslaggevers me stellen. ‘Hoeveel volgelingen heb je? Aan de hand van hun aantal zullen we beoordelen of wat je zegt waar of onwaar is.’ Ik weet niet hoeveel het er zijn. Daar gaat het me niet om. Zoals ik al zei: als er ook maar één iemand is die bevrijd is, dan is dat genoeg.
Ook hier heb je het idee dat slechts bepaalde mensen de sleutel tot het Koninkrijk van Geluk in handen hebben. Niemand heeft die sleutel. Niemand heeft de bevoegdheid om die sleutel te bezitten. Die sleutel ben je zelf, en alleen in de ontwikkeling, de loutering en de onvergankelijkheid van dat zelf ligt het Koninkrijk van de Eeuwigheid.
Je zult dus zien hoe absurd de hele structuur is die je hebt opgebouwd: zoeken naar hulp van buitenaf en afhankelijk zijn van anderen voor je troost, je geluk en je kracht. Die zijn alleen in jezelf te vinden.
Je bent eraan gewend dat je wordt verteld hoe ver je bent gevorderd en wat je spirituele staat is. Wat kinderachtig! Wie anders dan jijzelf kan je vertellen of je vanbinnen mooi of lelijk bent? Wie anders dan jijzelf kan je vertellen of je onkreukbaar bent? Je neemt deze zaken niet serieus.
Maar zij die werkelijk willen begrijpen, die op zoek zijn naar dat wat eeuwig is – zonder begin en zonder einde – zullen met grotere intensiteit gezamenlijk optrekken; zij zullen een bedreiging vormen voor alles wat niet wezenlijk is, voor onwerkelijkheden en schaduwen. En zij zullen zich concentreren, zij zullen de vlam worden, omdat zij begrijpen. Zo’n gemeenschap moeten wij tot stand brengen, en dat is mijn doel. Uit dat werkelijke begrip zal ware vriendschap voortkomen. Dankzij die ware vriendschap – die jullie niet lijken te kennen – zal er van ieders kant sprake zijn van werkelijke samenwerking. En dit niet uit gehoorzaamheid aan gezag, niet omwille van verlossing, niet door opoffering voor een zaak, maar omdat jullie werkelijk begrijpen en daardoor in staat zijn in het eeuwige te leven. Dit is iets dat verheven is boven alle genot en boven alle opoffering.
Dit zijn dus enkele van de redenen waarom ik, na twee jaar zorgvuldig beraad, dit besluit heb genomen. Het is geen besluit uit een opwelling van het moment. Niemand heeft me ertoe aangezet; ik laat me in dergelijke zaken niet beïnvloeden. Twee jaar lang heb ik hierover nagedacht – langzaam, zorgvuldig en geduldig – en nu heb ik besloten de Orde op te heffen, aangezien ik toevallig aan het hoofd ervan sta. Jullie kunnen andere organisaties oprichten en op iemand anders rekenen. Dat houdt mij niet bezig, evenmin als het creëren van nieuwe kooien of nieuwe versieringen voor die kooien. Het enige dat mij ter harte gaat, is de mens absoluut en onvoorwaardelijk te bevrijden.
Sitemap Tao-zen
