Wij leven bij de namen
Vijfdaagse december 1995 in Huissen
| dinsdag |
Als ik nu terugkijk naar deze dagen, en in het bijzonder naar wat ik gezegd heb, dan verbaast het me eigenlijk dat ik zoveel woorden gebruikt heb voor iets zo eenvoudigs. Maar alla, het is zo. Laat ik eens proberen om dat vele wat er gebeurd is, en wat ik gezegd heb en wat jullie gezegd hebben, om dat heel kort samen te vatten. En te proberen daaruit dus het belangrijkste te putten.
Dan denk ik dat het allerbelangrijkste is, dat je beseft dat je in een vertaling leeft, dat dat de wijze is waarop jouw bewustzijn de wereld en jezelf bewust maakt. Dat is die vertaling. En die vertaling is heel, heel oud. En die gaat steeds door met nieuwe vormen te vinden – wetenschappelijk, taalkundig, tastkundig, gevoelskundig – gaat het steeds door die vertaling groter te maken, genuanceerder te maken.
En vandaag zijn we dus op het punt van vandaag, met het bewustzijn van vandaag. En in ieder van jullie afzonderlijk heeft dat net een iets andere vorm.
Het is eigenlijk een ongelooflijk wonder, dat we iets kunnen uitwisselen met elkaar. Dat is echt een heel groot wonder, dat besef ik steeds meer. We maken er gebruik van, maar we beseffen niet wat een wonder het is dat elkaar dus via de taal – en daar hebben we natuurlijk heel lang mee stilgestaan – de taal is dus een naamgeving en het werken met die naamgeving. Het maken van een zin is het verbinden van verschillende begrippen, namen, aanduidingen.
En dat begrijpen wij allemaal, blijkbaar. En we gebruiken dat elke dag, we zijn er soms gelukkig mee, we zijn er soms ongelukkig mee. Maar terwijl we het gebruiken, beseffen we niet wat het eigenlijk is. Het is zó dichtbij, het is zo … zo gewoon, dat we niet beseffen dat het eigenlijk in de grond van de zaak een geweldig geheim is.
Dat we dus leven met en gebruik maken van iets wat eigenlijk een blinde vlek is.
We zijn ons dus niet bewust wat er allemaal gebeurt als ik jullie zie, als ik praat, als ik adem, wat er allemaal gebeurt in dat bewustzijn. Dat er dus onophoudelijk, ik zou haast zeggen: miljoenvoudig, van allerlei gebeurt wat ons in staat stelt om, als we kijken – en dat is een zintuiglijke zaak, dat is het oog wat ziet, dus die impuls die er vanuit dat netvlies naar het bewustzijnscentrum gaat, dat is nog steeds een zintuiglijke zaak, dat stuk van de weg is nog zintuiglijk. En dan komt ze bij dat bewustzijnpunt en dan plotseling is er dat beeld.
Dat is een gegeven. En het is zó gewoon, dat we het niet merken.
Dat is eigenlijk het allerbelangrijkste waar we mee bezig geweest zijn, met z’n allen.
En je zult bij jezelf gemerkt hebben, dat dat gegeven van die vertaling, dus die werkwijze van het bewustzijn, dat je die – zelfs als ik het er heel uitdrukkelijk over heb – dat je die, zodra je de zaal uitkomt en iemand tegenkomt, eigenlijk al bent vergeten. En je gaat gewoon door op de manier, waarmee je altijd gewend bent met dat bewustzijn te werken.
En je merkt op: ja, die, die en die heeft dat en dat gezegd, gek hè, leuk, of zoiets. En dan ben je het kwijt, dan ben je het kwijt dat er dus voortdurend in jezelf dat proces is waardoor je, als je dingen ziet – en dat is dus de zintuiglijke kant – als je dingen ziet, dat er iets in jou los komt.
Dat is misschien toch het aller, aller, aller, aller, aller belangrijkste, om dat te beseffen.
En dan krijg je daar een vervolg daarop, terwijl je dus gaat opmerken dat die vertaling, dat die niet ontstaan is vandaag, en ook niet toen je geboren bent, maar dat die is ontstaan is in de loop van eeuwen, dus dat die héél erg oud is. En zoals die taal vandaag nog steeds verandert, heeft die al die eeuwen veranderd. Maar waarschijnlijk de laatste, pakweg, zeventig jaar, sneller dan voordien.
Daar hebben we eigenlijk geen zicht op. Dus dat dat bewustzijn steeds zelf verandert. Vandaar ook dat allerlei oude manieren van kijken naar het ‘goddelijke’, zal ik nu maar zeggen, die dus al eeuwen oud zijn, of nou Boeddhisme is, of het Christendom, of de Islam, dat die geleidelijk aan door die steeds snellere verandering in dat bewustzijnsproces, hun grip beginen te verliezen.
Het is niet voor niks dat de kloosters hier te kampen hebben met een tekort aan aanwas; dat de kerken niet meer zo levend begrip zijn; dat er allerlei andere religieuze stromingen, met name uit het Oosten naar voren komen, en omdat ze nog nieuw zijn, ons een poos fascineren. Maar we ontdekken niet, dat dat eigenlijk ook straks weggespoeld wordt door die verandering van het bewustzijn. Een verandering waar wij bewust niets aan doen. Maar onbewust natuurlijk wel, want we zijn mensen, we zijn bewustzijnen, en die oefenen hun invloed uit.
Vandaar ook dat je merkt, dat vooral bij jonge mensen er een groot ongeduld is. Een groot ongeduld, omdat ze vaag het gevoel hebben: daar verandert al iets, daar verandert al iets, wat verandert er? En die oude mensen om ons heen, die doen maar net alsof dat niet zo is… Die blijven vasthouden aan hun wijze van vertalen.
Dan moet je dus allemaal gewoon – als je dit begrijpt van die vertaling, dan begrijp je ook wat er dus aan de hand is. En dat je die jonge mensen dus eigenlijk onvoldoende ter woord staat, als je eigenlijk aan ze eist, dat ze nou die oude waarden die jij hebt geleerd, dat ze niet aanvaarden. Dat je niet beseft dat er dus een véel groter experiment is eigenlijk, een geweldig experiment, waar miljarden mensen bij betrokken zijn.
Wat we nu gezien hebben van het communistisch systeem, en dat is nogal wat, dat is het zoveelste bewijs dat die beweging in het bewustzijn van de mens is niet tegen te houden. En het is haast tragisch om te zien hoeveel slagtoffers ervan zijn. Dat is dus niet alleen het communisme, of het fascisme, noem het maar op, of nu het fundamentalisme, dat is het niet alleen.
Dat zijn die oude vormen, die eigenlijk langzamerhand weggespoeld worden ten koste van ongelooflijk veel leed. En dan kun je natuurlijk vragen: nou, waarom heeft onze lieve Heer dat gedaan? Ik denk dat je dan een verkeerde vraag stelt. Dat je je de vraag moet stellen: waarom heb ik dat niet begrepen? Dat is de vraag.
Waarom heb ik niet begrepen wat er aan de hand is? Waarom ben ik nog altijd maar bezig met dat wat toevallig op mijn stoep ligt?
Dat is eigenlijk de vraag. Want natuurlijk, zolang wij bezig blijven met alleen maar datgene wat toevallig op onze stoep ligt, beseffen we niet wat er in het grote geheel aan de hand is. En beseffen we dus niet dat wij daar mede verantwoordelijk voor zijn wat daar gebeurt, in dat hele grote geheel, van die voortgaande verandering in de vertaling van wat de wereld is, waarom de wereld er is, waarom wij er zijn, en wat dat betekent.
Dat is de eigenlijke vraag. En dat is ook het eigenlijke antwoord op dat afschuwelijk vele leed dat er is. En wat zo heel af en toe eventjes langs ons strijkt, als we in een crisis zitten, of we verliezen iemand, of er sterft iemand.
En dan zijn we het weer vergeten. En kijken met verbaasde ogen naar het onvoorstelbaar vele leed wat er is in de wereld. Terwijl het zo dichtbij is in ons leven … het grote proces.
Dat heeft in ons dus ook vele vertakkingen. Het is niet alleen datgene wat je denken en voelen duidelijk worden, waarvan je kunt zeggen: dat is een gedachte, dat is een beeld, dat is een voorstelling, dat is een metafoor. Maar het is dus ook in je lichaam.
Je leeft met dat lichaam, je werkt ermee, je bent er gelukkig in, je bent er ongelukkig in, je bent soms ziek, je hebt een kwaal. En wat je doet is eigenlijk je afvragen, ja, wat betekent het in die vertaling? En je weet dus eigenlijk niet dat je een vertaling hebt, maar je hebt een vertaling, je leeft in die vertaling.
En je vraagt je dat af vanuit die vertaling. En dat is dus iets van die denken en voelen. Dat is dus niet direct.
Daarom kunnen we dus zo moeilijk bij zoiets simpels als onze energie. Die is er, die werkt wel, maar in ons denksysteem zijn we daar niet aan toe. Dus we moeten het eigenlijk gaan ontdekken, vanuit die vertaling.
Zoals we daarnet, zoals ik zei, vanuit die vertaling, vanuit het besef van die vertaling, veel beter gaan begrijpen wat er eigenlijk plaats heeft om ons heen in de wereld. Maar waar ik het nu over heb is dat we gaan beseffen wat er plaats heeft in onszelf. Dat het helemaal niet paranormaal is of bijzonder, maar dat het iets heel gewoons is.
En omdat we vanuit die vertaling geen plek hebben voor die beleving van ons lichaam sec, schrikken we soms. Want het blijkt dat alles wat we – laat ik het zo zeggen, dat de essentie van wat we ervaren, die wordt in ons lichaam opgeslagen. En als wij nu oefeningen gaan doen, waardoor dat energiesysteem voor ons ervaarbaar wordt, dan komen we eigenlijk bij dat geheugen in het lichaam.
En omdat we het ook alweer onbewust opgeslagen hebben, schrikken we ons dood… soms. En soms gaat het vriendelijker, dat hangt gewoon van je karakter af, en kom je met kleine stukjes, kom je daar in de buurt van het geheugen van het lichaam.
Dat is erg fijn, want dan heb je dus gelegenheid om je vertaling bij te stellen.
En je gaat beseffen dat óók dat lichaam, is een vertegenwoordiger van het grote geheel. Van datgene wat we nog altijd niet kennen en dat we toch zijn.
Dus, en dat is het gunstige geval, stukje bij beetje stel je vertaling bij. Ga je merken dat het dus ontoerijkend was.
Dan is er alleen één jammer iets. En dat is dat wij het wel bijstellen, maar eigenlijk die vertaling in stand laten, in de zin van dat we het proberen te begrijpen vanuit de oude vertaling. Dat is wat altijd plaats heeft.
En daarom ga ik zo ontzettend langzaam. En daar zit die vertragende factor bij, dat je bent zó gewend om je lichaam zo en zo te zien, en die en die en die gedachten over te hebben, dat als je daar iets in voordoet wat niet klopt, dan wil je het inlijven in het oude systeem, in de oude vertaling.
En dat is onze grote handicap, van ons allemaal, zonder uitzondering, grote handicap om het met rust te laten. Om te gaan beseffen dat er iets in ons is – en dan zeg ik misschien een vloek voor jullie, maar ik meen het wel – dat je eigenlijk alles al weet.
Alleen, dat zit nog niet in die vertaling. En het hele bewustzijnproces is eigenlijk, dat je voor jezelf het probeert te brengen in het systeem dat je kent. Dat is dus je gedachten en je gevoelens, die met die gedachten verbonden zijn, en omgekeerd: de gedachten die met die gevoelens verbonden zijn.
Want wat je de hele dag door doet, en daar ben je ook een beetje bewust van, dat is vertalen, vertalen, vertalen, vertalen.
Sitemap Tao-zen
Bovenaan: AI-overzicht: “De afbeelding toont een kruisbeeld met beelden van Maria en Johannes onderaan, geplaatst voor een gebouw dat een klooster of kerk lijkt te zijn. Dit specifieke kruisbeeld bevindt zich op het terrein van het voormalige Dominicanenklooster in Huissen, Nederland.
Het kruisbeeld is een prominent religieus symbool dat de kruisiging van Jezus Christus uitbeeldt. De twee figuren aan de voet van het kruisbeeld stellen traditioneel Maria, de moeder van Jezus, en Johannes de Evangelist voor.
Het gebouw op de achtergrond is een kenmerkend klooster- of kerkgebouw, passend bij de geschiedenis van de Dominicanen in Huissen.
Onder het kruisbeeld is een ingang te zien, mogelijk naar een crypte of kelder, wat ook past bij de context van een religieus gebouw.”
