Oefenen en bewustwording

Toespraak december 2025
+ NOTITIE✏️ ’De schittering van duizend zonnen.’ 
Amersfoort juli 1984 | maandag 9 juli

Op waarschijnlijk de warmste dag[1], dat jullie het meeste slaap hebben, vraag ik jullie aandacht voor het allermoeilijkste – en dat als je dat niet geregistreerd hebt in je leven, alle oefeningen zinloos maakt.

Dan moet ik eigenlijk beginnen bij Adam. Waardoor blijft de schepping in stand? We kunnen in elk levensverschijnsel, van het mineraal tot aan de mens toe, kunnen we het principe van zelfhandhaving constateren.
Alleen bij de lagere bewustzijnsvormen, waar de stenen en de mineralen onder vallen, is het niet zo duidelijk. Elke lagere bewustzijnsvorm gaat langzamer. Daarvoor trekken de processen zich langzamer in.

Dat is dus een optie, die op het ogenblik zelfs door de kernwetenschap wordt gedeeld. En waar men ook geleidelijk aan achterkomt is, dat de hogere bewustzijnsvormen in staat zijn, de lagere bewustzijnsvormen te beïnvloeden. Niet omgekeerd.
En zover wij het ogenblik kunnen nagaan, is de mens de hoogste bewustzijnsvorm. Daar is dus op ons allemaal geweldige verantwoordelijkheid. Want van ons hangt het af, of die schepping zich zal kunnen voltrekken ja dan te nee.

Het principe van zelfhandhaving, dat instinct om te overleven, dat is het diepste instinct wat er is.
En in de schepping, in de schepping gezien, als uitdrukking van iets anders, dus in het uitdrukkingsgebied, in het verwerkelijkingsgebied, is de zelfhandhaving, de overlevingswil, de hoogste wet. En wij denken vaak in onze naïviteit, dat het bij ons al anders is. Maar dat is inderdaad naïef.

In ieder van ons is dit het principe wat altijd werkt, er is geen seconde dat het niet werkt. Maar tegelijkertijd weten we vanuit de oude overlevering, maar ook vanuit de nieuwste natuurkundige ontdekkingen, dat er een ander principe is, dat totaal onafhankelijk is van die verwerkelijkingswerkelijkheid, dus de schepping.
Het is datgene wat op zichzelf is, wat niets behoeft – behoeft niet eens uitdrukking, is zichzelf genoeg, is onafhankelijk van de tijd, is onafhankelijk van geboorte en dood.
Want geboorte en dood heeft plaats in de schepping, hoort bij de cyclus van de verwerkelijking, hoort bij het steeds opnieuw vorm aannemen, vergaan en opnieuw vorm aannemen.

En als je je vraagt: waarom is dat allemaal, dan zou je kunnen zeggen, en dat is een hele flauwe benadering: de schepping is er, omdat bewustwording mogelijk is.
Dat is natuurlijk een totaal ander verhaal dan dat gezanik over reïncarnatie, het is een bewustwordingsgeschiedenis.
Dus ons enige mogelijkheid om aan de greep van de zelfhandhaving te ontkomen, is ons bewust te worden van dat totaal andere 
– wat wij ook zijn, alleen we weten het niet, we zijn ons daar niet van bewust.

En alles in ons leven is ingesteld op dat eerste instinctieve principe van zelfhandhaving, dat zet zich voort in alles. Vergis je niet: in alles.
De idealist die een nieuwe wereld wil bouwen, de man die een carrière wil bouwen, iemand die een relatie wil vasthouden, iemand die zeer altruïstisch is, iemand die probeert verlicht te raken – allemaal niet anders dan zelfhandhaving. Bedenk dat goed, het heeft nog niets te maken met de werkelijkheid.
De werkelijkheid is die bewustwording van dat totaal andere, wat geen enkele boodschap heeft aan alles wat in de schepping gebeurt – ondanks het feit dat dat nu juist de oorzaak is van die schepping.
Maar bewustwording betekent dus: je bewust worden van het totaal. Dus niet alleen van deze kant, die zo duidelijk is.

Ik heb nu heel snel een aantal dingen gezegd, waar je een heel leven voor nodig hebt om het te beseffen. Ik ben zelf in de gelukkige omstandigheid geweest dat ik bijna doodgehongerd ben, en ik heb gemerkt dat het gewoon blijft werken.
Ik heb vijf keer voor de dood gestaan, en de vijfde keer pas liet het me los. Zó hardnekkig is het.
En nog is het natuurlijk zo, dat het is een moment van hoogste bewustwording, en dat verlaat je weer.
Maar, je weet dan tenminste waar je voor staat, laat ik het zo zeggen.

Ik heb ooit twee mensen in mijn leven ontmoet, die totaal los waren, die inderdaad echt blij afscheid konden nemen van het leven.
Totaal onthecht – waarin de wezenlijke betekenis is, dat ze de geweldige pracht en de schoonheid en de intensiteit en de liefelijkheid van alles wat geschapen is konden ervaren. En er tegelijk los van zijn.
Dus geen kluizenaars, maar mensen die gewoon er doorheen gegaan waren.
Er was niets dramatisch aan. Het is een bewustwording geweest.

En nu zijn er zo vragen gesteld van, ja, is het niet een energiekwestie eigenlijk. En er zijn nog andere ook zo geweest.
Maar mensen, dat hoort allemaal tot het circuit van de schepping. Het wezenlijke waar het om gaat, is dat je je bewust wordt van het totaal.
De Hindoes hebben daar een hele mooie, symbolische uitdrukking voor. 
Als ze elkaar groeten – althans, dat was vroeger zo, dat is op dat moment natuurlijk ook al lang ondergespitst – maar dat ze zó deden: 🙏 als uitdrukking van het bij elkaar brengen van de schepping en van het ongeschapene. En daarmee groeten ze elkaar. Zoiets als: wat ik je aanbied is de totaliteit. Het is niet alleen maar datgene wat al vorm aangenomen heeft althans, wat eindeloos vorm aangenomen heeft.

Maar het is interessant om in je leven na te gaan hoe die zelfhandhavingsdrift – waar de voorplantingsdrift natuurlijk bij hoort, vandaar dat die dus ook zo ongelooflijk sterk is en alles wat daarbij hoort – om eens na te gaan in je leven wat allemaal daarbij hoort. Daar hoort ook dus bij, dat je van je plichten een ritueel gemaakt hebt, dat hoort er ook bij. 
Het hoort in alles – kun je het terugvinden?
Zelfs in de zelfdoding vind je het terug. Omdat daarbij dus, vanuit een denkbeeld van nutteloosheid, een eind gemaakt wordt aan 
datgene wat bewust wordt.

Als je dit probeert voor jezelf… je hoeft het je niet in te denken, je hoeft alleen maar op te letten, op jezelf op te letten.
Jacques vertelde me vanochtend nog een paar leuke dingen, Jacques. Over die eieren en over die thee. Ja, dat is gewoon leuk. Dat je zomaar een ei pakt en je bent natuurlijk netjes opgevoed en hebt geleerd dat je eerst even aan de anderen moet denken en dan dat ei pakken.
Maar hij was gisteren zo vrolijk en zo prettig en zo onbezorgd, dat hij pakte dat ei – klaar uit.
En er is ook niks mee aan de hand, er is niks mee aan de hand, het is onschuldig.
Maar waar het wel destructief gaat worden, dat is overal waar wij het overplanten op gebieden waar het eigenlijk niet meer thuishoort.

Want waarom is het er? Nou, dat hoef je je niet te vragen, op 
het moment dat het er niet meer was, dan viel de schepping in elkaar.
Dat is toch heel duidelijk, nietwaar? Er kwam geen nieuw leven meer, voortplanting hield op.

Het is heel merkwaardig, in de Joodse overlevering, daar is het woord voor zaad: ‘zera’, dat is tegelijk het woord voor de dood.
En zo op het eerste gezicht lijkt dat heel vreemd, maar het is heel exact, heel kernachtig is dat samengevat.
Als je in je leven nagaat hoe je dus dat overlevingsprincipe, dat zelfhandhavingsprincipe, hebt overgeplant naar alle gebieden van je leven, dan begrijp je ook dat zolang je in dat circuit blijft – ik heb het gisteren het ‘circus’ genoemd – zolang je in dat circuit blijft, gebeurt er niets, variaties van hetzelfde.
Dus het gaat uitsluitend om één ding: dat is bewustwording, het je bewust worden.
En er zijn twee kanten aan.
Er is die ene kant dat je je dus opmerkt van welk motief uit je doet, handelt.
En aan de andere kant, dat je jezelf de gelegenheid schenkt – en dat is minstens zo belangrijk – om een moment niet volgens dat principe te handelen.
En dat doe je het makkelijkste door een moment niets te doen, alleen maar op te merken van wat er is in jou en wat er is buiten jou.

Zodra je het probeert te doen, merk je dat het moeilijk is, want dat je denken  is het meest vergevorderde bastion van de zelfhandhaving. Het denken bestaat niet op het moment dat het niet werkt, dan is het er niet.
En daarom is het denken voortdurend in beweging. En zijn wij in beweging, want we zijn de greep van het denken.

Maar het is niet het denken alleen. Het is heel wonderlijk, zover ik heb kunnen nagaan, stemmen alle overleveringen van de verschillende volken uit de verschillende tijden overeen op dit punt: dat een kind op het moment dat het geboren wordt, nog niet in de greep van de zelfhandhaving is. Maar het is het al heel vlug, al is het alleen maar vanuit het lichaam uit, dat het dus voedsel wil, dus de moederborst.

Dus die uitspraak in de Bijbel: ‘tenzij gij geboren als een kind,’ dat is heel exact, dat is wetenschappelijk zou ik haast kunnen zeggen.
Maar het is natuurlijk zo, dit is niet zomaar te doen voor ons.

En we hebben daarbij, gelukkig, ook uitgevonden wat ons daarbij helpen kan, voor dat stil zijn, voor dat stilstaan, voor dat alleen maar bewust zijn van wat er is. En dat zijn al die oefeningen, waarvan wij er ook doen, die Epi ons leert, die ik jullie probeer te leren, die kunnen ons helpen om het eerste station te ervaren, dat is dus ons lichaam.

Ons lichaam is het oudste van alle faculteit in onszelf.
Het denken en voelen zijn pas daarna gekomen in de ontwikkeling.
En het voelen is nauwelijks ontwikkeld nog, we zijn gemoderniseerde hoofdbewoners van ons gevoel. Niet wat ons denken betreft, we zijn zeer sophisticated, zou ik als kunnen zeggen, in ons denken.
Maar in ons voelen, dat is nog niet ontwikkeld. Maar daarin is vooraf gegaan het werktuig, het tehuis waarin dat alles kon plaats hebben, dat is ons lichaam.

En nou zijn lichaam en geest, en gevoel en denken, natuurlijk niet te scheiden. Maar er is wel in de wordingsgeschiedenis te ontdekken, dat het lichaam eigenlijk de baarmoeder was waar die andere dingen in konden ontstaan.
Met als laatste het zelfbewustzijn. En daar is de mens dan het voorbeeld van, die heeft dus zelfbewustzijn, die kan zich bewust zijn van zichzelf. Het is heel betrekkelijk, maar hij kán zich bewust zijn.

Hij kan ook bang zijn voor de dood. Een dier kan dat niet, een dier is bang op het moment dat hij besprongen wordt, maar niet daarvóór. Een vogeltje zit niet na te denken dat hij over een maand zal sterven, dat doet een vogeltje niet.
Maar wij wel. Wij zijn nu al bezig ons zorgen te maken over hoe we ons einde zullen bereiken.
Maar dat doen we niet constant gelukkig, want dan waren we geestesziek, m
aar zo af en toe. Of er is iemand waar we erg veel van houden die sterft, dan worden we eraan herinnerd.

Maar wat nou eigenlijk belangrijk is, is voor jezelf te weten: dat wat gebeuren moet, is dat dat zelfbewustzijn, dat moet voortgezet worden. Wij stoppen op een bepaald moment. Als we ons bewust zijn geworden van een aantal zaken, dan zeggen we: nou dat is genoeg. En dat zeggen we niet zo tegen onszelf, maar zo doen we.
We zijn ons niet bewust dat we een geheel zijn, dus dat al die compartimenten in ons toch op een of andere manier bij elkaar horen.
En waar we helemaal geen notie van hebben, is dat we ook nog dat andere zijn, wat niet in de tijd ligt, wat niet aan geboorte en dood onderhevig is.

En je zou kunnen zeggen: over de hele wereld heen – dat is niet afhankelijk van een cultuur of een volk of een ras – zijn er altijd mensen geweest, die zich hiervan toch –eerst vaag en daarna steeds scherper – bewust werden, dat wij iets anders zijn dan uitsluitend de uitdrukking in de schepping van het onzegbaar.
En die mensen hebben altijd weer dat ontroerende lied gezongen van het onzegbaar. En die hebben geprobeerd om, ieder op zijn manier, op haar manier, om ons eraan te herinneren – het is een kwestie van je herinnering.

Gurdjieff gebruikt daar een hele goede uitdrukking voor, die zegt: herinner je jezelf.[2] Herinner je je dat je dat bent, dat dat van me aanziet: het eeuwige.
Alleen wat nou gebeurd is in die hele geschiedenis van de mensheid, dat is dat op het moment dat een ander daarvan hoorde 
– degene die het voor zichzelf ontdekt heeft, daar is niks mee aan de hand – maar zodra hij het aan een ander gaat vertellen, dan wordt het voor die ander een denkbeeld.
Op het moment dat het een denkbeeld is, is het terug in de tijd, is het terug in de zelfantwoord. En dan krijg je die afschuwelijke praktijken, die wij nog wel kennen en die nog steeds plaats hebben, van onthechting, zelfverzaking, eindeloos… 
Allemaal kwellingen die helemaal niet nodig zijn, want zij hebben er niets mee te maken. Ze horen thuis in het circuit van de zelfhandhaving.

Dat moet je goed begrijpen, dat is diep tragisch. Want het zijn honderdduizenden mensen. En waarom? Omdat ze een denkbeeld gekoesterd hebben. En niet op een ervaring zijn teruggegaan. Want als je het ervaren hebt, dan heb je daar geen last van, dan zeg je: wat is dat voor onzin? Het is ziek.

Dus het gaat me om dat ene: je bewust worden van jezelf als totaal. En vergeet alle andere dingen, vergeet nou alles wat er ooit al gezegd is, ook wat ik zeg. Ga op weg, onderzoek jezelf.
En onderzoeken betekent aandacht hebben. En aandacht hebben betekent liefde hebben. Als je aandacht erop uit is om iets te betrappen, dan is het geen aandacht, dan is het concentratie.

Als aandacht alleen maar aandacht is, dan kan het ook verwonderd zijn, dan kan het blij zijn.
Dus dat is niet met een denkrimpel. Je kunt van jezelf weten dat als er een denkrimpel komt, vergeet het maar. En als je ook denkt dat je iets belangrijks ontdekt hebt, vergeet het maar.
Alleen als het een grote blijheid je vervult – wat heel dicht ligt naast een groot verdriet. Want je beseft dan ook het ongelooflijke leed wat in de wereld is.
En wat we elkaar iedere dag aan doen, ongeweten, onbeseft.
In elk oordeel dat we over een ander hebben, speelt het door. In elke onechtheid ten aanzien van een ander of van iets, in naam van ik weet niet wat voor geweldigs, berokken we leed. Want we ontnemen iemand de mogelijkheid daarmee om te ontdekken dat hij een geheel is, dat hij dat is wat nooit vergaat,  maar ook nooit geboren wordt.

Er zijn zo heel veel mensen die zeggen: ja de schepping dat is prachtig. Maar dat sterven, dat is een beetje naar eraan, dat moest nou maar niet gebeuren…
Er zijn ook maar weinig mensen die kunnen genieten van een bloem die verdord is.
Dan sta er eens bij stil, waarom is dat? Waarom is dat nou eigenlijk? We zijn vreselijk blij als er een nieuw kind geboren wordt. En we zijn het hele ernstige gezicht als iemand sterft. Waarom is dat nou?
Ga dat eens bij jezelf na.

 Je bent ontzettend blij als je iemand ontmoet die blijkbaar zo dicht bij je is dat je er alles mee delen kunt. En dan gaat hij weg. En plotseling ben je verlaten.
Ben je nou zoveel anders dan daarvoor, toen je dacht dat het nog allemaal zo geweldig was? Waarom?
Je zult ontdekken in al die dingen, dat zelfhandhavingsprincipe, h
et conserveringsprincipe, het vasthouden. Allemaal hetzelfde.

En dan is het natuurlijk het leuke, dat wij natuurlijk ook gezegd hebben: nou dat moeten we daar maar eens op mee ophouden. En dat gaat niet, hè, dat gaat gewoon niet. Dan ga je iets anders uitvinden, dan ga je namelijk niet-vasthouden. En erg flink zijn, maar wel ongelukkig. Of stoïcijns, onverschillig namelijk, dat is misschien het ergste: onverschillig zijn, niet meer kunnen voelen.

Dus dat gaat niet. Er is maar één mogelijkheid: en dat is je bewust worden, totaal bewust worden, van alles wat in jouw bewustzijn aanwezig is, het totale panorama van je bewustzijn.
En dan niet zitten jengelen over: toen en toen ben ik gekwetst… Waar die
  arme psychologen zich mee bezig moeten houden. Daar niet over jengelen, dat is flauwekul. Ik bedoel, ik weet het wel, we zijn ermee bezig en het is langzamerhand een cultus geworden. Maar dat het hoort bij het circus, het is niet waar het om gaat.

Waar het om gaat is, dat je het geheel, voorzover het zich in jouwzelf duidelijk manifesteert, bewust maakt.
En daar kun je zelf allerlei oefeningen voor bestellen. 
Bijvoorbeeld een oefening die heel goed werkt is, dat je je zo, plotseling op de dag, even afvraagt: wat ik nou doe, vanwaaruit doe ik dat? Gewoon maar zo.
Dat is erg verhelderend
 om dat zo voor jezelf gewoon te constateren. Je kunt bijvoorbeeld met jezelf afspreken: ik wil het om elf uur doen. Zul je al eerst merken dat je tien keer elf uur vergeet. Zo machtig is het.

Het gaat om bewustwording. Dus wat blijkt nu eigenlijk: dat wij zelfs dat opmerken van waaruit wij leven, werken, doen, dat we het niet eens kunnen – dat kunnen we nog niet eens. Dus daarvoor moeten we nog, we moeten daar een vooroefening voor doen, om dit te kunnen.
Nou en daarvoor zijn dan al die oefeningen, die we dan nu wel weten.
Maar besef nou ontzettend goed, dat het vooroefeningen zijn. Maar dat je ze wel broodnodig hebt, want je kunt er niet zonder.
Maar verwissel niet, doe dat niet. En als je… – en wees voorzichtig, er zijn zovéél aspecten, daar kun je je hele leven mee doorbrengen. En elke keer denk je: oh, dát is het eigenlijk, en dát is het eigenlijk. Zo is het niet, het is het geheel. En het geheel is voor jou datgene wat jij bewust kunt maken. En dat is voor ieder van ons verschillend.
Maar het zit dus niet in iets leren, het zit niet in verzamelen, het zit niet in vaardigheden. Het zit in bewustwording.

Maar nou merken we wel, dat we, zélfs voor dat bewustworden, hebben we oefeningen nodig. En daarom zijn die oefeningen zo ongelooflijk belangrijk. Maar is het ook zo belangrijk om die oefeningen gewoon als een noodzakelijk kwaad te zien. Dat wil zeggen, het is gewoon nodig, maar het is niet hét.

Kijk, dan valt al het gedoe over: ja een meester erin worden, valt weg. Dan doe je het, omdat je gewoon ziet, keihard voor je ziet: ja dat moet ik doen, dat heb ik nodig. Anders ben ik tegen de schepping, dan ben ik tegen de evolutie.
Dus ik heb het nodig om het te doen.
En dan zit je ook niet te miezemauzen als je dan ziek wordt of zoiets en je kunt het dan niet doen, wat zo heel veel mensen hebben nou ja goed, dat is dan zo…

En je wordt je ook bewust van datgene wat wij leed noemen in het algemeen, en verdriet noemen. Dat dat noodzakelijk is, dat dat je beste vriend is.
Want wat doet dat, wat doet leed in het algemeen: leed schopt je uit het circus. En omdat wij zo in de greep zitten v
an die zelfhandhaving, zijn we daar ontzettend boos over, verontwaardigd, we vinden dat onrechtvaardig…
Maar het is een barmhartigheid van het leven, o
m ons uit het bekende weg te schoppen.

En wat wij met al die technieken op het ogenblik proberen, dat is: gauw terug naar het circus, gauw terug naar de gelukzaligheid van het niet weggeschopt zijn.
Het is heel tragisch, we willen van dat totaal, van dat onnoembare, willen we de prettige kant. Maar niet de fundamentele kant dat het namelijk niet is van de zelfhandhaving. En daarom hebben we prachtige verhalen verzonnen en heel bloemrijke legendes. En daar blijven we in voortdromen.

Maar het is aan de ene kant broodnuchter waar het om gaat. En aan de andere kant is het van een lieflijkheid, die wij niet kennen. Ook niet in relaties kennen.
Want ook relaties – hoewel hun aanzet en hun diepste grond niet zijn van de schepping eigenlijk – ervaren wij het als van de schepping. En we kunnen ons in dat ervaren van de scheppingskant, kunnen wij ons ontzettend verfijnen.
De Oosterlingen hebben het in hun liefdeskunst inderdaad heel ver gebracht, in dat ervaren van de ander. Maar het hoort allemaal nog tot dat… tot het voort willen gaan, het vast willen houden.

En we hebben ook wel notie van dat er dat andere is. Maar dat zetten we dan vast in wetten en in regels en in gedragsregels. En die zijn natuurlijk net in tegen dat zelfhandhaving principe. En daarom zitten we altijd in de clinch.

Maar die overgang van alleen maar het zelfhandhavingsprincipe zijn, hoe verfijnd ook, en het je bewust zijn van het geheel wat je bent – wat hetzelfde is als de wereld – dat is het fundamentele. En daar gaat het om.

En nu is dus alleen nog maar de vraag: hoe kunnen we dat zo efficiënt mogelijk voor onszelf onderzoeken.
En dan beginnen we, zoals wij het doen,
beginnen we inderdaad verstandig, bij het oudste en het wijste gedeelte van onszelf: dat is ons lichaam. En we proberen dat te ervaren in zijn essentie. En dat is net zo goed het totaal, als de andere faculteiten hier zelf. Maar dat is niet een meer en een minder. En door dat lichaam te oefenen naar zichzelf terug te keren, hebben we een basis vanwaaruit we die diepere bewustwording, die totaal is – die dus over onze dood heen reikt en ook over onze geboorte heen reikt – kunnen aanvangen.

En dan zul je ook merken dat in alles wat je doet en in alles wat je hoort en in alles wat je zegt, zonder dat je het beseft hebt, dat andere aanwezig is. Alleen je beseft het niet.
Het gaat er nu om om dat te beseffen. Tot nu toe besefte je alleen maar d
atgene wat de zelfhandhaving veilig stelde.

Je kunt kunt inderdaad gaan ervaren dat in alles wat je doet, zelfs op het moment dat jij een ander zou willen vernietigen, dat aanwezig is – dat niets te maken heeft met vernietigen of ontstaan.

Ik herinner me – en daar wil ik mee besluiten – het krijgsgevangenkamp, waar ik het voorrecht had – en ik ben inderdaad een bijzonder gelukkig mens geweest in mijn leven wat dat betreft – toen had ik een ‘slaapje’, zouden wij zeggen, dat was een uitgeweken Rus. En dat was een echte heilige, die mij dus op een dag zei: vanmiddag zal ik – de man was al oud, zo over de negentig – ik zal vanmiddag sterven. En regel jij het – hij had nog een broekje en een paar bestekjes en zo – geef dat aan die en die, die hebben het het meeste nodig. Hij noemde er precies de tijd bij: om drie uur zal ik doodgaan. Zorg dat je erbij bent, ik heb je nog iets te zeggen.

En, inderdaad, hij stierf, heel gelukkig. En het laatste wat hij tegen mij zei, dat is: Maarten, vergeet jezelf niet…
Dat heb ik pas veel, veel later b
egrepen, wat hij daarmee bedoelde: vergeet niet wie je bent.
Op het moment d
at hij dat uitsprak, vlak voordat hij stierf, heeft het een diepe indruk opgemaakt, maar ik heb niet begrepen. Dat is heel merkwaardig, ik heb het niet begrepen… Ik dacht: ja, vergeet jezelf niet, natuurlijk doe ik dat niet…

Maar ik geef daar eigenlijk alleen maar mee aan, hoe ver het van je weg is, die bewustwording wie je bent, namelijk het geheel.

En probeer het gewoon, probeer het je telkens te herinneren: vanwaaruit doe ik nou eigenlijk. En wees heel objectief, ik bedoel, zeg ook niet tegen jezelf: Ja nou deed ik het uit het zelfhandhoudingsprincipe. Terwijl het misschien niet zo was.

Het is moeilijk, mensen. We zijn eigenlijk altijd geneigd om aan de kant te gaan zitten.
Maar probeer het, je kunt het al door oefenen: i
n de manier waarop je eet, in de manier waarop je drinkt, in de manier waarop je luistert en praat en ervaart.
Je kunt het voortdurend opmerken, j
e hoeft geen moment zonder die opmerkingsmogelijkheid te zijn.

Bon.

____________________
[1] Het werd die dag 30°.
[2] Je herinneren wie je bent, Maarten Houtman over Gurdjieff.

<< Terug | Volgende toespraak >
Bovenaan:   William Kentridge, Ten Drawings for Projection - Felix in Exile (1994)