Huissen, december 1997 | donderdag middag
… die hier in dit leven staan, sterven langzaam, de keurige mensen – keurige mensen, die alles doen wat van ze verwacht wordt, die netjes langs het lijntje lopen – die sterven langzaam voordat ze doodgaan. En dat kun je voor jezelf ook ontdekken.
Je kunt voor jezelf ontdekken dat je ontrouw bent aan jezelf, dat je jezelf in de steek laat. Je laat jezelf in de steek voor de mening van anderen, voor de mening van een God die misschien niet bestaat. Voor een ideaal wat misschien alleen maar in jou hoofd bestaat.
Je komt niet te weten wie je bent.
Dat is toch heel dwaas hè, dat je niet weet wie je bent. Dat je denkt dat je dat in dat bent. Dan je moet ontdekken wat onder al die ideeën, onder al die gedachten, onder al die voorstellingen, onder al die geboden, onder al die ideaalbeelden, onder al die fantasieën, wat daaronder leeft. Daar gaat het om.
En dat je daaraan trouw bent, wat je dan ontdekt. Dat je ontdekt wat onder die hele laag van voorstellingen is, dat je dat ontdekt. Dat is het leven, want het leven wil zich voortzetten. Daarvoor is het er nog altijd, daarvoor is het in die miljoenen jaren, heeft het zich ontwikkeld zoals het zich ontwikkeld heeft.
En jij behoort daar toe, jij bent daar een uiting van.
Maar ben je een echte uiting, of ben je iets kunstmatigs – wat je eigenlijk dus níet bent?
Ben je eigenlijk een onmens – niet in de betekenis van dat je slechte dingen doet, maar je bent eigenlijk nog geen mens. Je bent alleen maar een gedachte en een voorstelling.
Kun je op de bodem komen? Daar gaat het om. Kun je op de bodem komen waar al die dingen waar je je altijd druk om gemaakt hebt, niet meer gelden? Echt niet meer gelden?
Daar is het moed voor nodig, daar is héél veel moed voor nodig, om al die dingen die je dacht dat je was, om die te zien voor wat ze zijn.
En toen merkte je dat je helemaal aan het begin staat, aan het begin van een hele grote reis. En dat je daar, aan het begin van die reis, hoort bij alle andere mensen om je heen.
Want dat geldt voor iedereen. Maar dat je dat bewust bent.
Dat je geen millimeter daarvan afwijkt. Geen millimeter afwijkt van wat je waard bent.
En natuurlijk ga je er niet over oordelen, want dat is zo kinderachtig.
Je gaat niet zeggen: oh, dat is goed en dat is slecht. Dat is echt flauwekul. Dat is geleerd. Dat is niet van jezelf.
Dat je daar blijft blijft. En dat je dat een kans geeft. Een kans geeft om zich te ontwikkelen in jezelf. Zodat je op je eigen benen staat. Dat is heel erg nodig in de wereld, mensen die op hun eigen benen staan. Niet te gefantaseerde wereld, van wat ook maar, van een kerk of een genootschap, of een systeem, maar van je eigen wereld.
Daar hebben we het nu vanochtend over gehad.
Nu is het woord aan jullie.
Ga terug naar de pagina: Uitgelichte toespraken Huissen
Bovenaan: Drie studies van een handgesneden houten beeldje van Shou Xing, de Chinese god van een lang leven.
Foto Emilie van de Raa
