Luisteren en oefenen zijn één geheel

Huissen, december 1997 | vrijdagmiddag

Door Greet zijn jullie opmerkzaam geworden op een aantal dingen, die zich in je lichaam voltrekken. Vanochtend heb ik een verhaal verteld wat een andere kant belicht van hetzelfde. Ik wil alleen nog daarbij zeggen dat, hoe meer je bewust wordt van dat alomvattende, hoe dat ook dan je lichaam binnentrekt.
Waarmee ik dus niet zeg: je hoeft geen oefeningen te doen. Maar het werkt van twee kanten. Als je je bewust wordt van waar je in staat, en dat betekent eigenlijk:wie je bent, dan werkt dat ook door in je lichaam. En als je dus oefeningen doet die daarop gericht zijn, om je daarvan bewust te maken, dan maakt dat het ook weer gemakkelijker, dat je dat andere in je leven ook begrijpt.
Dus ik wilde ermee zeggen: de oefening is niet los van luisteren. En luisteren is niet los van oefeningen. Het is aldóór dat ze elkaar bevruchten, heen en weer en heen en weer.
En zo in de loop van de geschiedenis van de mensheid, heb je altijd mensen die zeggen: ja kijk, je moet dáár beginnen. En de anderen die zeggen nee, dáár beginnen. En het begint van alle kanten. En het is maar waar je op een bepaald moment het meeste gevoelig voor bent, daar begint het.

Door mijn leven wat ik gehad heb, en wat ik nog heb, ben ik dus begonnen aan die kant van het luisteren. En ik heb gemerkt dus in de loop van mijn leven, dat dat doorwerkt naar je lichaam.

Als je bewust bent van die geweldige, onmetelijke wereld waar je deel van bent, dan heb je per definitie geen haast meer. En dan ben je zelfs geneigd om te zeggen: dat grote, dat al alomvattende, dat bereikt je sowieso eens, al weet je niet wanneer.
En dat betekent weer niet dat je er niets voor hoeft te doen. Wat je te doen hebt, is dat voorlopig leven van geboorte tot dood, om dat onder te schikken. Maar je kunt pas onderschikken, als je je bewust bent van het andere. Dus het betekent in je leven, dat je langzamerhand leert waar het eigenlijk op aan komt.
En dat maakt weer dat je ook gaat beseffen – en dan zeg ik iets heel ondeugends: dat je nooit fout bent. Alles is in dienst van dat bewustworden van alles.
En als ik zo zeg: bewustworden van alles, dan is dat dus in mijn beperkte visie.
Dat alles is in mijn beperkte visie. En dat kan alleen maar groter worden.

Dus je beseft tevens, dat ook wat ik vanochtend gezegd heb, en wat ik nu zeg, voorlopig is. Het is een stapje. En zo gaat het je hele leven door.

En dan ga je ook begrijpen dat het sterven heel belangrijk is. Ik bedoel, het ophouden van het bestaan van je lichaam. Want je krijgt dan een geweldige kans om los te raken van je gewoontebesef, wat je hier op aarde hebt. Dus dat moment van overgang is heel belangrijk.
Dat heb ik in die dodenbarak natuurlijk gemerkt. Maar ik besef nu hoe belangrijk het is dat je dus in je leven, terwijl je leeft en terwijl je allerlei dingen te doen hebt hier, dat je beseft dat het er is. Zodat je als je sterft, het gevoel hebt dat ook echt zo is, van: nu kan ik dus weer andere dingen gaan doen. Nu heb ik dit verhaal gehad, en nu begin ik aan het volgende.
En dat betekent dus, als je dan op een bepaald moment grote geluk hebt dat je nog een keertje hier mag zijn, dat je al in een groter geheel terugkomt. En dat je hier dat snel en bewust wordt.
Kijk, als je dan geboren wordt, moet je toch weer door die hele ontwikkeling heen, waar ik het vanochtend over gehad heb. Als je net geboren bent en nog helemaal in het alomvattende bent, moet je toch, omdat je nog een keer op aarde bent, moet je toch alles wat we onszelf geleerd hebben, moet je leren. En tijdens dat leren van wat nodig is in het leven, wat je nodig hebt in het bestaan, vergeet je het weer.

Dat gebeurt gewoon, omdat je je zoveel tot je moet nemen, vergeet je weer dat grote. Maar in de mate waarin je elke keer dus meer luistert, meer verneemt, meer verwerkelijk in je leven, begin je eerder en sneller aan het oneindige verhaal.

En dat oneindige verhaal werkt dus op alle niveaus door. Want luisteren is net zo’n oefening en vraagt net zoveel intensiteit, als aan je spieren efenen of aan je adem oefenen.

En je merkt zelfs dat er aan je geoefend wordt, dat is nog het meest wonderbaarlijke. Ik heb het heel vaak dat ik niks zit te doen, ik zit stil of ik zit voor de computer te werken, en opeens wordt mijn adem naar beneden echt gedrukt, met grote kracht, en er is geen enkele aanleiding toe. Maar ik merk dan een poosje later, dat ik aan een passage bezig was, die eigenlijk weer in de diepte ging. En, zie je: die adem die was me eigenlijk al voor en die zei: jongen, dieper, dieper, dieper, dieper. Zodat er nog minder gedachten, die ik normaal heb, in me inbouw.[9:10]

En het enige wat je hoeft te doen is je te openen. En luisteren is openen en oefenen is openen, in de zin zoals Grete dat doet met jullie. Maar het is eigenlijk één geheel.

En daar komt een moment dat er in je gewerkt wordt, zonder dat jij dat doet. Je kunt dan eigenlijk alleen maar dankbaar zijn dat je hier bent, ja ik bedoel nou niet deze plek, maar dat je op aarde bent. En dat je er mag zijn.

Zodat je weer gelegenheid hebt om dat beperkte bewustzijn ietsje uit te breiden. Want het gaat er natuurlijk uiteindelijk om dat je een uiting wordt van dat onmedelijke. Dat is de bedoeling.

Dat kun je voelen, dat kun je in hele hele geschiedenis zien. En wat wij aan calamiteiten zien, ook vandaag de dag, maar ook in het verleden. Dat is dus die eindeloze worsteling van wat je begrepen hebt.

Dat je dat niet zomaar toepast, alsof dat het laatste werkelijkheid is. Maar dat je er dus aard in contact brengt met dat grote geheel. En het offer wat we van je gevraagd worden is alleen maar dat je telkens en telkens weer in de dag dat je wakker bent, dat je plaats inruimt voor dat werk, als je nou christelijk bent zeg je voor het werk van God.

Ik ben gelijk met zeggen dat onnoembare dingen te laten werken. En dat betekent dat je dus ook beseft dat je het nooit zult begrijpen. Dat je het nooit zult vatten.

En dat is denk ik voor de meeste mensen het aller moeilijkste. Dat je je moet openen voor iets wat je niet kunt bevatten. Wat je alleen in zijn werking kunt constateren bij jezelf.

Je kunt constateren dat je vriendelijker wordt. Je kunt constateren dat je milder wordt. Je kunt constateren dat je vrolijker wordt.

Heel veel dingen zijn niet zo belangrijk. Je kunt je omlachen. Je kunt merken dat je het leven meer als een spel ziet.

Het is een heel belangrijk spel, maar niet iets om je aan vast te hechten. Niet iets om te zeggen, dit moet ik verdedigen. Valt niks te verdedigen.

Alles is opgenomen in dat onophoudelijke ontstaan en vergaan. En ontstaan en vergaan. Het gaat erom dat je in dat onophoudelijke veranderen het blijvende gaat herkennen.

Datgene wat zich uit. Net als je adem in en uit gaat. Sterven is eigenlijk het ingaan in het andere.

En het geboren worden is het uit het andere in het hier komen. Je kunt het in alle levensuitingen terugvinden.
En de kernfysica die opdekt nu dus, o.a. over die zwarte gaten. Waar ze een tijd lang gedacht hebben. Kijk in die zwarte gaten is de materie zo samengepakt, daar verdwijnt ze zo zwaar. Nu hebben ze ontdekt dat het verdwijnt hier, en miljoenen lichtjaren verder ontstaat het weer opnieuw.

Het is precies hetzelfde principe, je kunt het overal in terugvinden. En dat gevoel dat er dus niets is op de wereld wat je eigenlijk bedreigt. Wat bedreigd lijkt te zijn is het voorlopige. Het voorlopige moet op een bepaald moment weer opgelost worden. En dat oplossen voelen wij als een bedreiging. Omdat we ons teveel in dat voorlopige schrap zetten. Zo zwaar. En dat je dat bij jezelf herkennen gaat, je zet je schrap voor iets wat misschien verdwijnt. En niemand weet waarom dat is. En niemand weet wanneer dat is.

Maar dat is eigenlijk de kwintessens van je hele leven.
En nou is het jammere dat in de geschiedenis de mensen, de volgelingen van degene die dit beleefden, of het nou in het christendom is, of in het hindoeïsme, of in het boeddhisme, die hebben regels gemaakt. Die hebben gezegd: kijk het zit zo in elkaar en dan moet je daar en daar aan voldoen.

En dat is heel begrijpelijk, want als je regels stelt heb je macht. Dan kun je zeggen: jij bent fout. Maar dat is natuurlijk eigenlijk heel erg waas. Want zo is het niet bedoeld. Het is juist bedoeld om je het gevoel te geven dat je geliefd bent. Dat je er zijn mag. Dat je een functie hebt. En dat je daar een uiting kunt geven. Maar er is nergens gezegd dat je dat moet. Het mag. Je mag uiting daaraan geven. En uiting daaraan geven is heel heerlijk.
Want je hebt het gevoel dat verwijderen, dat kan zich dan voortzetten. En ik heb dus in mijn leven, dat is in het kamp geweest, heb ik zo iemand meegemaakt die eigenlijk heel weinig zei. Die het alleen maar was. Die alleen maar van dat onwetelijke was. Maar die wel het vermogen had toen er dus iemand op een hele schuwelijk blede manier werd opgehaald. Door die Japanner Aan zijn polsen die achter zijn lichaam gebonden waren. Ik kan het moeilijk vertellen, want het doet me nog pijn. En dan werden die polsen dus opgetrokken ergens aan een balk.
En dan hing die man dus aan die armen. En zo langzamerhand gingen natuurlijk die armen uit die oksels weg, omdat dat lichaam te zwaar was.
Dus die man schreeuwde van de pijn. En die heilige, die kon dus op een bepaald moment die pijn gewoon wegnemen. Het hield op, de man voelde niks meer.
En daarmee was natuurlijk het doel voor die Japanse bezetting, die was daarmee verkeerd. Ze wisten eigenlijk niet wat ze daarmee doen moeten. Toen hebben ze hem losgesneden, de man is afgevoerd naar een ander kamp.
En later hoorde ik van die heilige, die toevallig naast me stond, dat die man dus zonder pijn was overleden. En toen vroeg ik, toen vroeg ik als jonge blaag: hoe kan dat nou? Toen zei hij: ja als je het echt verbindt met het leven, dan is afstand geen enkel punt meer. Dan ben je daarmee verbonden.
Waarmee ik hem wat zeggen wil, dus het hoeft niet, het hoeft niet te zijn dat iemand het altijd uit. Iemand kan het alleen maar zijn.
Hij bepaalt zich dan tot een steeds dieper luisteren, waardoor hij steeds meer dat wordt. En ik heb daar gemerkt dat dat een geweldige kracht is. Er waren heel vaak, er zaten er mensen om hem heen, daar zei hij niks tegen. Die zaten alleen maar om hem heen. En die vonden dat heerlijk, die vergaten alles van de akelige dingen die het kan gebeuren.
En hij had tegen mij gezegd: je moet wel op de uitkijk gaan staan als die Japaner soms komt. Maar die mensen hadden helemaal het gevoel, als we bij die man zitten, kan ons niks meer overkomen.
Dat was natuurlijk niet zo, maar het gevoel hadden ze. Dat is de macht, de macht van iemand die luistert. Die is dat. En die straalt dat als het ware uit.
En dat is heerlijk dat er zulke mensen zijn. En dat je dat beleeft, dat is heerlijk. Dan komt, de wereld komt op zijn plaats, komt in evenwicht te staan.
En dan voel je bij jezelf heel goed, hoe vaak dat evenwicht verstoord wordt. Dat je dus toch in dat kleine leven je vasthecht, ervoor vecht. Of er trots op bent, dat kan ook. Eigenlijk hetzelfde. Maar zo’n aanwezigheid, die herinnert je eraan dat het allemaal daar niet om gaat, het is elke keer dat je iets daarvan oppikt, van dat ongelooflijke vanwaaruit we zijn, werkt er iets.
En je denkt dat het maar een kleinigheid is, maar het begint ergens. En als je dat dan maar eens z’n gang laat gaan, dan ontdek je. En dan ontdek je op jouw eigen manier, en dat is ongelooflijk belangrijk.
Want dan ben je eindelijk niet meer afhankelijk van wat een ander zegt. Of wat een ander meent dat je doet. Dan ga je de relativiteit, de betrekkelijkheid zien van alles waar je in leeft.

En je gaat weer andere waarden in je leven ontdekken. En dan kost het je geen moeite om daaraan te voldoen, dat kost helemaal geen moeite.

Zo vaak hebben we wat gedaan en dan ga ik zitten. En dan is het heerlijk om even helemaal weg te zijn.
Zo is het ook aan tafel. Als ik dan zeg: zullen we het beëindigen? Dan zak je terug, dan zak je terug in datgene waar je eigenlijk thuis in hoort.
En dat is dus een hele lange oefening, als je het zo noemt, je hele leven door.
En het enige wat je niet moet doen, is jezelf uitschelden. Dat moet je niet doen. Het slechtste wat je doen kunt. Als je merkt dat je weer heel erg bezig bent ergens. Als het opmerkt is voldoende. Merk het maar op.
Misschien ga je nog een poosje door. En weer opmerken. Nog een poosje door. En weer opmerken. En je zult zien, je zakt terug.

Ga terug naar de pagina: Uitgelichte toespraken Huissen