
Toespraak september2025
+ NOTITIE✏️ Niet alleen voor je eigen heil…
Maarssen | Sessie juli 2001, zondagmorgen.
Het is oneindig veel moeilijker om kalm en in vrede gade te slaan hoe je denkt, hoe je handelt, wat je verwacht en van waaruit je verwacht, dan een van de heel vele dingen in de wereld te volbrengen die ook nodig zijn.
Meditatie is niet een doekje voor het bloeden. Het is het meest wezenlijke, het vraagt al je aandacht. En een besef dat het nodig is dat je die aandacht geeft. Omdat je ook weet dat we al duizenden jaren geprobeerd hebben van buitenaf, van bovenaf – en het is gedeeltelijk onder dwang – het leven recht te doen, ieder zijn deel te geven, rechtvaardigheid te betrachten.
Tot op de dag van vandaag is duidelijk dat het zo niet werkt, omdat we voorbij gaan aan de meest basale instincten in alle levende wezens en ook in de mens: zelfbehoud, territorium-bescherming en verdediging – dat territorium kent vele, vele lagen, verfijningen, subtiliteiten – en de drang tot voortplanting, die ook niet weg te denken is, je kunt niet doen alsof hij er niet is.
De vraag is dus eigenlijk, kun je dat, wat ik hier heel kort heb samengevat, in je leven een plek geven. Je bent altijd geneigd om eerst de dringende problemen die zich aan je voordoen op te lossen op een of andere manier, wat het ook is. Daarbij zie je over het hoofd dat degene die dat probeert op te lossen, nu juist degene is die gevangen is in de evolutie, in de traditie, in het geloof. Dus als je zegt: ‘dát moet ik eerst oplossen’, zeg je eigenlijk: ‘ik ga iets doen wat niet kan.’
Dat is letterlijk zo. Je zult eerst moeten weten wie het ís die dat op wil lossen, waar hij vandaan komt en wat zijn verantwoordelijkheid is.
Het onderzoeken van je denken, van je handelen, aan de hand van het denken en van alle codes die er bestaan in de wereld, het onderzoeken daarvan is a man’s job, die eigenlijk je hele dag in beslag zou moeten nemen. Maar dat gaat gewoon niet, want je hebt een heleboel dingen te doen, voor je levensonderhoud, voor het samenleven, voor het regelen van dingen die geregeld moeten worden, het maken van plannen, werkschema’s, enzovoorts.
Maar als je inziet dat dat eerste, wat ik noemde, van levensbelang is, écht van levensbelang, dan vind je ongetwijfeld tijd om daarmee bezig te zijn. Dat is niet zo eenvoudig, want er zijn héél veel dingen waar je makkelijk door afgeleid kunt worden. Allemaal schijnbaar heel belangrijke dingen die een goed doel dienen, maar jammer genoeg niet de kern raken van het menselijk probleem – dat is dus het wereldprobleem in de mens. We hebben nu eenmaal dat uitzonderlijke vermogen gekregen om ons bewust te zijn wat we doen, hoe we handelen, hoe we denken, hoe we voelen.
Het neemt niet zo erg veel tijd om het verband te zien tussen wat er in jou plaats heeft en wat er in de wereld plaatsheeft. Alleen in de wereld is het uitvergroot en heeft het veel meer variaties, verdeeld over economieën, landen, volken, nationaliteiten, leefomstandigheden. Dat is heel ingewikkeld. Om in die hele ingewikkelde wereld waar we in leven, te ontdekken wat het kernprobleem is, wat ook voor jóu geldt, dat is, zoals ik daarnet al zei, a man’s job. Dat vraagt heel veel besluitvaardigheid, heel veel geduld. En vooral, het vraagt aandacht – niet een aandacht die gericht is op gauw-gauw, maar een aandacht die wezenlijk stilstaat bij wat er in je plaatsheeft en waar het vandaan komt. Komt het echt uit jezelf? Of is het aangeleerd, met alle goede bedoelingen daarvan, is het een gewoonte die je je hebt eigengemaakt, geïnstigeerd door anderen, instituten, door de samenleving, alles bij elkaar.
Zie je het belang ervan in om dat voor jezelf te onderzoeken, te kijken hoe jij dat doet. Of je navolgt, opvolgt, of dat je bewust in die hele ingewikkelde samenleving zelfstandig bent, écht zelfstandig. Dat je dus – en dat is dan nog alleen maar in het denken – in het denken zelfstandig wordt, het denken dus onderzoekt. En niet alleen kijkt naar de resultaten van het denken. Want dat doen we meestal, we zeggen: als we kalm worden is het goed. Misschien is dat helemaal niet goed, is het nodig dat we opstandig zijn, is het nodig dat we een heleboel ontkennen van wat daarbuiten aan ons opgelegd wordt. Dat wil zeggen – ja, dat is er, maar dat spreekt niet de hele mens die ik ben aan. De hele mens heeft meer nodig, die heeft meer ruimte nodig, heeft meer vrijheid nodig. Een vrijheid die je zelf vindt, die je niet gegeven wordt.
Wat je gegeven wordt is kennis, informatie, plichten. Dat wordt je gegeven. Maar in hoeverre zijn dat jóuw plichten, is dat informatie die voor jóu relevant is? Is het iets wat je moet gaan doen, of is het maar half, is het maar een gedeelte; is er nog een gedeelte waar we nog nooit bij hebben stilgestaan – en dat we toch zijn.
We zíjn wel gebrekkige mensen en we zíjn wel geconditioneerd, maar het is niet het hele verhaal, we zijn iets meer. En wat is dat iets meer, bestaat dat eigenlijk? Of is dat alleen maar een mooi verzinsel van sommige mensen – mensen die weliswaar in de geschiedenis nog steeds grote betekenis hebben, maar is het toch maar een verzinsel? Is het een doekje voor het bloeden, om als we ongelukkig zijn te zeggen: nou ja, er bestaat nog iets, ergens, en daar is het goed, de hemel.
Kunnen we dat ‘verzinsel’ – het heeft vele namen, vele godsdiensten, vele geloven, vele stromingen, vele religieuze overtuigingen – onderzoeken, kunnen we ernaar kijken? Kunnen we tegen onszelf zeggen: ‘dat heeft zoveel eeuwen overleefd, wat zou daar eigenlijk inzitten, wat is het geheim?’
Wat is het geheim, dat het zolang heeft kunnen bestaan? Want dat zijn natuurlijk ook woorden, gedachten, formuleringen, maar ze hebben zoveel eeuwen bestaan. Terwijl de veldheren, de wereldlijke heersers, die ook de geschiedenis in zijn gegaan, verleden tijd zijn geworden.
Daar zit een verschil in. Kunnen we dat verschil ontdekken, wij zelf ontdekken, vandaag. Zodat we de wetten van het denken leren kennen en de wetmatigheden van het gevoel. En de waarde van de oordelen die in ons zitten en van de meningen en de idealen? Want, nietwaar, als je een ideaal hebt, dan wil je er iedereen van overtuigen. En als iemand niet overtuigd wil worden, worden we boos, vinden we dat ons onrecht aangedaan wordt.
Waarom is dat zo? Weten we het echt? Weten we echt wat goed en niet goed is? Weten we echt wanneer we goed handelen en wanneer we niet goed handelen? Weten we echt of, als wij iets uitspreken, dat écht van onszelf is en niet aangeleerd? Weten we echt of ons denken de enige maatstaf is. En ons gevoel, is dat zuiver? Is er iets in ons wat niet áángeraakt is door alles om ons heen, wat ons geleerd en voorgehouden is.
Is er iets in ons wat nog ónaangeraakt is? Iets dat luisteren kan en stilstaan zonder te denken, het meenemend in je hart, niet wetend wat het doen zal. Kun je überhaupt beslissingen nemen, zomaar. Van waaruit neem je een beslissing? Weet je dat, heb je dat onderzocht? Niet volgens een bepaald ritueel, maar echt, gewoon onderzocht. Heb je daar je tijd aan gegeven? Of heb je, zoals normaal is, gezegd: ja maar eerst … enzovoorts.
Ik begon te zeggen dat dat onderzoek oneindig veel moeilijker is dan alles wat je normaal doet. Want het vraagt een liefdevolle aandacht die je gewoonlijk niet hebt. Dat moet je gewoon constateren, die heb je niet. Je volgt, je volgt wat je voorgehouden is of wat je beloofd is, ook in het religieuze – als je maar dat en dat doet, dan komt het goed. En dat geloof je.
Maar zo zijn we al duizenden jaren bezig. En nou komt er iemand langs die zegt: kijk eens, kijk eerst eens hoe je bent, hoe je doet, hoe je leeft, hoe je handelt. Heb je overtuigingen, heb je oordelen, heb je meningen, heb je idealen? En wat zijn ze, waar komen ze vandaan, wat hebben ze jou te zeggen?
Dat zijn allemaal vragen die nodig zijn, het zijn héél veel vragen. En niemand, niemand op de hele wereld kan die voor jou oplossen. Niemand, dat heb je zelf te doen.
Het is zelfs zo dat als je dat probeert, de meeste mensen zeggen: dat is navelstaarderij, onzin, ga aan de gang! Om te ontdekken dat dat stilstaan bij alles in je leven de eerste noodzaak is. Je moet voedsel hebben, je moet een onderdak hebben, je moet gelegenheid hebben om stil bij jezelf te zijn. Die eerste twee zijn nodig, anders kun je niet meer leven. De laatste, die derde, die lijkt niet nodig te zijn, maar die is juisthet allernodigst. Want anders gaan we door zoals we altijd gedaan hebben, met alle goed bedoelingen, met alle eindeloze inspanning die er is.
Je zult merken dat als je aan dat allerlaatste toekomt – en dat is heel erg nodig – je kijk op de wereld verandert, en op de rol die jij daarin spelen moet. Het gaat dan niet meer om binnen een bepaalde tijd iets te doen, het gaat erom, met alles wat je ter beschikking hebt, tot inzicht te komen in dat hele wonderlijke grote bestel van het leven. Met al zijn varianten, met al zijn mogelijkheden en onmogelijkheden, en alles wat daar tussen is. Als je dat probeert, wordt dat allerlaatste, wat blijkbaar voor ons eigenlijk niet nodig is, tot het meest noodzakelijke. Het is een noodzaak, het is geen keuze – als je tot inzicht komt is het geen keuze meer, dan is het duidelijk. Al weet je niet waar het op uitloopt.
Dat gaat dus tegen het denken in: geen enkele zekerheid, je weet alleen dat je het doen moet. En je zult wel zien hoe het uitwerkt. Die eindeloze kwebbelvragen van het denken – ‘wat wordt het?’, ‘waar komen we terecht?’ – houden op. Die zijn niet relevant, want dat kun je niet weten, je kunt alleen doen. Je kunt alleen doen wat nodig is volgens dat inzicht, en dat is dat. Daarmee is het verhaal uit. Dat andere moet je overlaten, dat kan niet anders, dat hoort ook bij dat inzicht.
Dat is een geweldige moeilijkheid voor ons, want we willen altijd resultaat zien, een manier waarop we het uitdrukken. Nu drukken we het in geld uit, vroeger drukten we het op een andere manier uit, maar het is altijd hetzelfde. Het is iets wat we pakken kunnen, wat we meesteren kunnen, wat we beheersen kunnen – denken we. En het is niet zo – het is nooit zo geweest. We worden pas wakker als het bijna te laat is. Dat is ook altijd zo gebeurd. Waarom kunnen we niet wakker worden vóórdat het zover is? Waarom kunnen we dat niet zien, vandaag, nu, terwijl we nog alle mogelijkheden voor ons hebben, voor zover die er zijn.
Als je dat probeert, ga je de echte moeilijkheden zien, waar alle mensen mee zitten, zonder uitzondering. De ene zus en de andere zo, de ene opstandig, en de andere gedwee en gehoorzaam.
Als we al iets kunnen doen voor een ander – dat is héél erg moeilijk – dan is het duidelijk te maken waar het om gaat. Niet om een of ander systeem, om een of ander geloof, methode of techniek, maar om het inzicht in dat heel ingewikkelde bestel waar je in leeft, en dat je zelf ook bent – want je bent zelf ook een heel ingewikkeld stelsel. Een verandering van zonneschijn naar regen, is een verándering. Normaal leven we daar gewoon hartstikke langs, het moet altijd eigenlijk maar kúnnen… Maar dat is niet zo.
Zoals ik vrijdagmiddag al zei, 22° zegt eigenlijk nog niks, het zegt niks over de kwaliteit van de atmosfeer, van de planten, van de natuur, van de mens. Alles is zóveel complexer… En daar leef je langsheen… Ook langs de wetmatigheden van je lichaam, de verlangens en noodzakelijkheden van je lichaam. Dat zet je allemaal opzij voor dat ene waar je mee bezig bent… want dat móet toch, je moet toch dáár komen… Of lichaam daarbij kapot gaat… dat is toch niet erg, daar zijn doktoren voor.
Ik zeg het heel extreem, maar het is nodig om je te doen beseffen waar je mee bezig bent. De rekening wordt je meestal gepresenteerd als je al een stuk ouder bent. Dat is ook al eeuwen zo. Kunnen we dat nou niet veranderen, kun je niet op het moment zélf zien, voelen, beseffen hoe je doet, waar je aan bezig bent – maar tegelijkertijd beseffen dat de apparatuur die je ter beschikking staat ongeschikt is om het allerlaatste helemaal te beseffen…
Zodat je, zonder dat je het iemand hoeft te vragen, een ordening aanbrengt in je problemen, en zegt: ‘first things first!’ En dat betekent: inzicht krijgen, niet eerst dat probleem oplossen.
Als je dat echt dóet – niet omdat ik het zeg, maar omdat je zelf ontdekt dat het nodig is – zul je merken dat die problemen een ander aanzicht krijgen. Je merkt dat ze niet zo vreselijk dringend zijn – althans, in verhouding tot dat allereerste. Dat ze niet zo onoplosbaar zijn, zoals je eerst dacht. Maar dat ze vanuit die andere dimensie misschien op een heel andere manier tot hun einde komen. Natuurlijk, zoals een vrucht groeit. Zonder strijd, zonder overwinning, zonder verlies. Ondergeschikt.
Maar dat betekent dat je die kat met negen staarten, die zich altijd roert, in de gaten moet krijgen. En dat je ook begrijpt dat die kat niet uit de blauwe hemel is komen vallen, het is geen kwaad beest. Hij is alleen nog een beetje onwetend. Hij hoeft niet afgestraft te worden, hij moet benul krijgen wat ie aan ’t doen is.
Ik denk dat dat kan.
Als je goed leest in al die wijze geschriften die er zijn, en je vergeet alle bijkomende formuleringen – die weer hiërarchieën scheppen en macht – als je daar voorbij kunt gaan, zie je dat ze eigenlijk hetzelfde zeggen. Er staat bijvoorbeeld: ‘zoek eerst het koninkrijk der hemelen’. En dan staat erbij: ‘als ze aan je toevallen’.
Nou, dat laatste hebben we goed onthouden… Daarmee is ‘het koninkrijk der hemelen’ vervalst.
Het is overal te vinden. Maar dan moet je eerst jezelf onderzocht hebben. Zodat je niet meer slachtoffer wordt van systemen, overtuigingen, handige trucjes, waar je een diploma voor kunt halen. Daar ga je aan voorbij, want je weet, dat kan niet, zo gaat het niet, daar ben je heel laconiek onder. En al die honderdduizenden die daar nog achteraan lopen, moeten dat maar doen, die moeten dat maar ondervinden… En dan weer een nieuw systeem, en weer een nieuw systeem. Maar misschien worden ze eens dood- en doodmoe, staan ze stil en vragen zich af: ‘…wat nu?’
Dat kunnen we ons vandaag al afvragen, daar hoeven we niet op te wachten, we hoeven niet eerst honderdduizend keer op niks uitgekomen te zijn. Of, wat ook gebeurt, dat we tegen onszelf zeggen: ja, ik heb het niet goed gedaan, er is toch beloofd dat we dáár zouden komen…
Nog een paar levens om dát te ontdekken, dat het niet waar is, dat het er niet aan ligt dat je het niet goed gedaan hebt. Maar je hebt iets gedaan wat niet kan.
Sitemap Tao-zen
