Maarssen, juli 2001, woensdagavond
Ik kan jullie nooit vertellen welke weg je moet gaan. Het enige wat ik doen kan is proberen duidelijk te maken hoe je je eigen weg moet vinden.
Want daar komt het op aan, dat je je eigen weg vindt. Dus niet mijn weg, en ook niet de weg van je buurman, het is jouw eigen weg. Hoe vind je die. En dan komt het erop neer dat je je bewustzijn de kans moet geven om de ordening van het geheel, de kosmische ordening van het geheel zelf te ervaren. Dat betekent dus inderdaad dat je je eigen bewustzijn niet kunt veranderen. Dat is onmogelijk.
Als je in de wereld om je heen kijkt, dan zie je, als je er lang genoeg bij stilstaat, dat we, ik zou haast zeggen sinds het begin van het ontstaan van de mensheid geprobeerd hebben om in naam van wat ook maar de wereld te beheersen. En we hebben dat geprobeerd met een bewustzijn wat te beperkt was om dat te kunnen. En het resultaat zien we op het ogenblik voor ons. En het is heel gelukkig dat de wetenschap die geleidelijk aan voor de meeste mensen het geloof in allerlei vormen heeft overgenomen, we geloven wat de wetenschap ons vertelt, dat die wetenschap eigenlijk zegt op het ogenblik – en dat is heel belangrijk – we kunnen steeds nauwkeuriger beschrijven wat er gebeurt in het grote geheel, dus niet alleen in de mensenmaatschappij, maar ook in de sterrenstelsels en hoe die op elkaar inwerken en wat er mogelijk is, maar, zeggen ze, we blijven niet weten dat het zo gebeurt als het gebeurt. Kijk, als je steeds beter kunt beschrijven wat er gebeurt, kun je dus ook ten naaste bij voorspellen wat er in de toekomst gebeurt. Dat is een groot ding. Maar omdat we niet begrijpen waarom het zo gebeurt, zitten we toch nog niet in de positie dat we kunnen zeggen: we gaan het zus of zo inrichten in de mensenmaatschappij. En daarom zitten we nu met milieurampen, met de moeilijkheid of we dat willen ervaren en wat we daarmee gaan doen.
En als je dat allemaal eens tot je door laat dringen, dus niet zo maar eens op een avondje, maar telkens weer omdat je nu een keer een mens bent op aarde, je hebt ermee te maken, en al lijkt het in onze goed doorvoede Nederland dat het allemaal niet zo erg is, maar we maken wel deel uit van de wereld. En dat zal je er ongetwijfeld op een dag toe doen besluiten om te zeggen: ja het is duidelijk, wat er in de wereld gebeurt, dat is dan heel erg uitvergroot, en daar schrikken we heel vaak van, en terecht, dat is wat in het klein in mezelf ook gebeurt. Want hoe vriendelijk we er ook uitzien ten opzichte van elkaar, we hebben allemaal agressie en wantrouwen en de neiging om niet alleen onszelf te corrigeren, maar andere mensen ook. En echt zolang dat zo is, zal de wereld draaien zoals hij draait. Het is waarschijnlijk, als ik dit zo zeg, voor jullie allemaal een hele grote stap. Maar het is geen grote stap. Je bent een mens, de instincten in jou werken net zo goed. En al heb je ze keurig afgedekt, en al denk je om een ander, dat is dan toch alleen omdat je toevallig in de situatie bent dat het niet zoveel moeite kost. Maar als jouw voedsel afhankelijk is van het tijdig verkrijgen, en dat betekent dan vaak dat een ander het niet krijgt, dan ziet het er heel anders uit. En daar hebben we ook mee te maken. Ik wil er alleen maar mee zeggen dat de basisinstincten, van zelfbehoud, van territoriumbescherming en van voortplanting, die werken altijd. En als je je verbeeldt dat het bij jou niet zo is, dan ben je gewoon niet erg goed wijs, dat is gewoon zo. Dus de vraag is alleen: hoe ga je ermee om. En dan merk je dat je ook niet anders geleerd hebt, van heel kleins af aan, om te zorgen dat je je deel krijgt, dat je je niet laat inmaken, dat je beter moet zijn dan een ander, sneller moet zijn. Dus wat wil je nou. Je kunt jezelf niet verwijten dat het is zoals het is. Dat het zo in je werkt. Uiteindelijk. Als het je goed gaat kun je een poos lang denken: dat is niet zo, ik ben wel een mens die dat allemaal gezien heeft, maar ik heb geen agressie. Dan zou er eigenlijk een noodklok moeten luiden. Want zo is het niet. Je moet daar echt bij stilstaan. Je moet niet denken dat het maar een verhaaltje is. Ik heb het natuurlijk al vaak verteld. Dat het een verhaaltje van mij is. Het is geen verhaaltje van mij. Het is wat gebeurt, en dat kun je allemaal zien. Dat kun je allemaal constateren. En daar gaat het om, dat je het zelf constateert. Want als je mij gelooft, dan ben je heel erg ongelukkig. Dan doe je datgene wat we al eeuwenlang gedaan hebben. Niet zelf onderzoeken, niet zelf kijken hoe het gaat.
Maar als je dat echt gedaan hebt, en jullie moeten er ook echt op in gaan deze keer, als het kan, je moet me niet geloven. Daag me uit, vertel wat je vindt, want anders komen we echt geen stap verder. Het is voor mij heel belangrijk dat je gaat beseffen waar je leven om draait, buiten alles wat je wel weet – dat je voldoende eten moet hebben, voldoende ruimte moet hebben, voldoende tijd moet hebben om voor jezelf te besteden. Dat laatste is al in de gevarenzone, want je moet zoveel van de maatschappij. Dus het zal nog niet eens zo eenvoudig zijn om hier echt op in te gaan.
Maar als je dat doet, dan ga je dus letten op hoe je leeft, hoe je handelt, hoe je doet, hoe je beweegt. Want je kunt aan de bewegingen van iemand zien hoe hij met het leven bezig is.
Je kunt je eens afvragen: waarom moet ik voortdurend iets ervaren. Een gekke vraag natuurlijk. Iedereen vindt dat je voortdurend moet ervaren. Als er niet voldoende ervaring is, dan zoek je de kick op, op de een of andere manier. Dat is echt een wezenlijke vraag: waarom wil ik aldoor iets ervaren? Waarom wil ik aldoor iets nieuws leren kennen? Waarom praat ik eigenlijk, waarom wil ik een ander overtuigen. Dat zijn wezenlijke vragen. Ik bedoel, hele industrieën, tijdschriften, massamedia zouden in elkaar storten als veel mensen zich deze vraag stellen. Dat is een wezenlijke vraag. Waarom wil ik dat eigenlijk. Word ik daar zoveel beter van, verandert er echt iets in me, of herhaal ik eigenlijk voortdurend datgene wat ik al weet, alleen ik geef er steeds een nieuwe variatie aan.
Als je daarop gaat letten, dan ga je merken hoe vreemd het eigenlijk is, hoe vreemd de wereld eigenlijk is. De natuur is nog het enige wat onveranderlijk zichzelf blijft, ons in staat stelt om ervan te genieten, om ons ermee te voeden. Maar wij gaan er eigenlijk aan voorbij wat dat betekent, wat de natuur betekent. Ik weet heel best, ik ben zelf vlakbij het oerwoud opgegroeid, ik weet heel best dat de dieren elkaar ook opvreten, maar daar hebben we het niet over. Dat is het niet. Dat is het volgen van je natuur. Maar de mens heeft de kans gekregen om zich bewust te zijn van wat hij doet. Hij heeft er alleen nog onvoldoende gebruik van gemaakt. En daardoor is dus onze hersenstructuur nog steeds zo achtergebleven bij wat er mogelijk zou zijn.
Dat is ook nog iets waar weinig mensen bij stilstaan. Waarom werken die hersens van mij zo? Waarom geven die altijd op bepaalde vragen steeds dezelfde antwoorden, is daar eigenlijk geen verandering in. Een mening die je een keer ergens over eigen hebt gemaakt. We zijn ons helemaal niet bewust dat we nog maar een heel klein gedeelte van onze hersens gebruiken. En als je een beetje op je eigen leven gaat letten – want je komt tot de conclusie dat daar ligt het in, dat je aan de weet komt hoe je zelf bent, hoe je in het leven staat, hoe je je ten opzichte van andere mensen voelt. Niet om er beter van te worden, niet om een beter mens te worden, want wat is een beter mens? Weten we dat. Daar weten we niks van. Wat is een beter mens. Ja, volgens de morele dingen die we zo langzamerhand zelf geschapen hebben, wij mensen, kun je streven naar een beter mens worden, maar ja, dat is net zo’n bijgeloof als de papoeas misschien hebben. Dat meen ik echt.
Je zult dat allemaal moeten onderzoeken, en je zult het belangrijk moeten vinden. Want anders struikel je. Als je toch eigenlijk mediteert om ik weet niet wat, als je niet een geweldige noodzaak inziet dat jouw bewustzijn verandert, dan krijg je al die problemen van hoe lang moet ik zitten, en afijn, eindeloos veel regels en weetjes. Maar als je het zelf onderzoekt, heb je dat niet nodig. Dat is je koan, dat is je levenskoan, die laat je nooit los. Je kunt wel eens in slaap vallen, natuurlijk. Je bent soms moe. Maar het laat je niet los. Je blijft ermee aan de gang. En je gaat opmerken vooral, dat de hele eenvoudige dingen, die schijnbaar onbelangrijk zijn, daar zit het geheim in. Daarin kun je ontzettend veel ontdekken. En vanzelf verstomt het gekwebbel in je hoofd en je zucht naar steeds nieuwe ervaring.
En dat betekent dat je vanzelf, zonder jezelf te dwingen, langzamer gaat leven. En dat langzamer leven dat brengt je juist heel veel. Je gaat verbanden ontdekken. Je gaat ontdekken hoe je jezelf vastpint, hoe je door een bepaalde mening goed vast te houden, het jezelf onmogelijk maakt om nieuwe dingen te ontdekken in je leven, in dat hele gewone leven van elke dag. Je gaat ontdekken dat het heel belangrijk is dat daar een vast ritme is in je dag. Dat lijkt ons misschien vreselijk saai, maar dat is het helemaal niet. Een vast ritme in je dag. En je moet dus ontdekken hoe dat is. Dat zal voor iedereen weer net iets anders zijn. Ik kan het niet genoeg zeggen: je moet je eigen weg ontdekken in dat hele gecompliceerde leven. Want het leven is wel heel erg complex. En dat is ook wat er op het ogenblik aan de hand is. Dat leven is complex. Maar omdat ons bewustzijn eigenlijk de voortgang, vooral de technische voortgang, onvoldoende heeft kunnen volgen, niet kunnen beseffen wat die voortgang betekent, wat het betekent wat we nu allemaal kunnen, dat we er eigenlijk een beetje als verveelde kinderen mee omgaan. Kennis vanuit de hele wereld is nu tot onze beschikking. Wat doen we ermee? Is er echte interesse. Ben je wel eens heel erg verrukt van wat je ontdekt. Of moet iemand anders je dat vertellen.
Als je daar lang genoeg bij stilstaat is het duidelijk dat je er met dat bewustzijn wat je hebt niet uitkomt, dat is tekort, dat heeft niet het vermogen om alle implicaties die er in het geheel van de schepping spelen te begrijpen. En dat is nodig. Niet om die wereld te beheersen, maar om in ieder geval geen weerstand te zijn in wat er toch gebeuren gaat. Om dus mee te helpen, om er in mee te gaan. Dat is geen aai poes, maar dat is een ontdekking. En zodra je dat ontdekt, worden alle problemen die je op het ogenblik hebt, want we hebben allemaal natuurlijk problemen, die gaan er heel anders uitzien. Dan zeg je ‘bon, dat is mijn probleem. Maar het is niet alles, ik ben groter dan dat probleem. Ik ben niet alleen maar een probleem.’ Daar is iets veel meer aan de hand.
En dat alleen al verandert je verhouding tot bijna alles in het leven. Je gaat begrijpen dat iedereen hiermee zit, alleen hij weet het nog niet. Dus je bent aardiger gewoon voor je naaste, terwijl je tegelijkertijd heel duidelijk ziet dat hij zo als hij nu is er niet uit kan komen. Want hij zit vast in dat voorgeprogrammeerde bewustzijn van hem. En dat is het helemaal geen liefdadigheid dat je probeert, als je dat echt doorhebt, om hem daarbij behulpzaam te zijn, wetende dat hij het helemaal zelf moet doen. Dat je dus dan niet in moet houden om aardig te zijn. Je kunt niet anders. Je ziet waar hij voor gesteld is, zoals jij ervoor gesteld bent. En we moeten elkaar helpen. Dat is toch duidelijk.
Daarmee vervalt tevens al het geleuter over welk systeem. Alle systemen zijn goed, en ze zijn allemaal niet goed. Het gaat er alleen maar om wat jij doet met wat je aangereikt wordt. Want het meest perfecte systeem lijdt schipbreuk op jouw tekort aan inzicht. En wij denken natuurlijk allemaal, ja wij zijn allang over gelovige kinderen heen. Nou help me, want het is niet zo, hoor. We zijn nog allemaal even gelovig, alleen, we hebben het niet door. We hebben nog niet zelf onderzocht. We hebben steeds gezegd: wat zegt die of wat zegt dat boek. En dan kun je niets meer ontdekken. Dan zit je al vast. Dan neem je al iets aan wat je niet zelf onderzocht hebt. Dan ben je in slaap. Dan ontbreekt je die nooit eindigende passie om het uit te vinden, om uit te vinden wie je eigenlijk bent, waar je vandaan komt, en wat is mijn verantwoordelijkheid.
Want het is natuurlijk duidelijk, ook dat moet je onderzoeken, het is heel duidelijk dat je behalve alles wat je geleerd hebt, dat je ook nog iets anders bent. Iets wat daarvoor al bestond, nog voordat je geboren werd, en dat jou, als je niet helemaal dichtgetimmerd bent, in een bepaalde richting drijft. Een soort belangstelling die van jou is, en die belangstelling die van jou is, die je al had lang voordat je geboren werd, die wordt natuurlijk overwoekerd door alles wat je leert. En dat is heel akelig, maar zo is het. En hoe strenger het systeem is waarin je leeft, hoe minder er overblijft voor die oorspronkelijke, onaangetaste, pure energie, die een richting heeft. We hebben natuurlijk, jullie hebben allemaal prachtige verhalen gehoord over reincarnatie, over vorige levens, afijn, mensen onderzoek het een keer. Dat je ontdekt dat het eigenlijk alleen de soort belangstelling is die van leven tot leven doorgaat, en die dus elk leven wat tot volledigheid komt in intensiteit en helderheid kan groeien. Dat is de eigenlijke gang van zaken.
Maar als je loopt te maffen in dit leven, dan verandert er niks aan die belangstelling. Dan blijft die. Hij wordt zelfs minder, want hij wordt niet gebruikt. En alles wat niet gebruikt wordt dat atrofieert. Gebruik het. Je hebt de kans nu. Je leeft nu. Je hebt dit leven.
Het is heel mooi, als je hier echt bij stilstaat, dan kun je niet anders meer dan doorgaan. In vele systemen is het een levensgrote vraag: hoe ga ik nu verder en wat moet ik doen. Dat verdwijnt. Je weer niet hoe je het moet doen, maar je wilt het graag. Het is van levensbelang. Al die remmen vallen gewoon weg. Je hoeft niet een bepaalde plaats in te nemen en iemand te zijn. Dat is irrelevant voor dat probleem. Hoeveel mensen zitten daar niet in vast. Wat zijn ze. Heel gebrekkig. Dat is ongetwijfeld zo. Kun je al die bijfrutsels loslaten. Kun je alle ideeën over hoe je gelukkig moet zijn, kun je dat loslaten. Want dat bestaat natuurlijk niet. Wat is geluk. Geluk is tot ontplooiing komen. Dat wat in je is een kans geven. Laten stromen. En dat doet soms pijn. Want al die dingen die je gedacht hebt die moeten nog opsmelten, die moeten nog verbranden. Dat is niet leuk. Natuurlijk niet. Maar het is niet in verhouding tot waar het om gaat. Dat je een mens wordt, met alle mogelijkheden die je gegeven zijn. Alleen, je weet het nog niet, maar ze zijn gegeven. En vanuit dat oogpunt wordt carriere en al die stuff onbelangrijk.
Hé, eindelijk, eindelijk rustig ademhalen. Eindelijk je adem kunnen voelen, ervan genieten, vriendschap sluiten. En je merkt onmiddellijk als je dat doet, dat er heel veel in je verandert. Dat je je niet hoeft te gaan concentreren op die adem. Prachtige onzin. Dat hoeft niet. Als je aandachtig bent, dan gebeurt dat vanzelf. En je weet waarom je aandachtig wilt zijn, want je hebt onmiddellijk alles voor je wat er in de wereld gebeurt. Daar heb je mee te maken. Daarvoor ben je er.
Dus als je je afvraagt: wat moet ik doen om dat bewustzijn de kans te geven tot het geheel te behoren, het geheel van de schepping en alle werelden, het kosmische geheel, dan is er maar één antwoord, en dat is dat je je erin verdiept. Dat je niks gelooft. Dat je begrijpt waar het om gaat. Dan wordt alles in je leven ongelooflijk belangrijk. Dan wordt het echt voor het eerst belangrijk wat je eet, hoe je eet, hoe je het samenstelt – of dat ook weer uit de boeken is, of dat je het zelf probeert te voelen, contact te krijgen met je eetgewoonten. Je kunt het beste dieet van de wereld hebben, maar als je het naar binnen schrokt, heb je er geen moer aan. En dat ontdek je zelf. Dat is de grote kracht: je ontdekt, je ontdekt, je ontdekt… Je bent natuurlijk allang niet meer zo dom om jezelf te verwijten dat je twintig jaar geleden of dertig jaar geleden dat en dat gedaan hebt. Je zegt: nou ja, goed, toen was mijn bewustzijn zo, toen deed ik dat. Maar nu kijk ik er anders tegenaan. Nu zal ik het anders doen. En dan merk je dat je toch nog vastzit in het oude. Niet erg, je kunt het elke dag weer opnieuw proberen.
En dan worden de zogenaamde kleine dingen, die openen zich voor je. Je gaat merken dat alles wat je tegenkomt iets is. Niet alleen wat het voor jou is, maar wat het op zichzelf is. Nou is er inderdaad een verschil tussen dat wat geboren is en dat wat gemaakt is. Wij mensen maken dingen, die worden niet geboren, die worden gemaakt. Dat is een heel groot verschil. Maar dan is het juist belangrijk dat wij, die die dingen gebruiken die gemaakt zijn ze eerbiedigen, ze niet als wegwerpspullen gebruiken. Want het is maar een heel klein stapje dat we de ander ook als wegwerpiets gaan gebruiken. Echt, dat is zo, hoor. Het begint heel simpel. Maar vanuit dat simpele ontvouwt zich een hele andere wereld voor je. En vanzelf, natuurlijk, terwijl zich dat ontvouwt voor je, ben je stil, ben je niet meer op jacht, denk je niet meer dat de oplossing van buiten komt. Je gaat beseffen, die oplossing ligt in mezelf, die ligt in hoe ik leef, daar ligt de oplossing. En natuurlijk, je moet af en toe geholpen worden. Als je om wat voor reden ook je lichaam vernielt is. Maar dan, ook zelfs dan, komt het erop aan hoe je de aanwijzingen van de geneesheer of van een deskundige, hoe je daarmee leeft. Of je ziet dat die man of vrouw jou helpt om daarin thuis te raken. Het is dus niet dat je het kwijt wilt, maar dat je ziet hoe het is gekomen, hoe het is gegroeid. En wat jouw aandeel daarin is geweest. Niet om jezelf te verwijten, niet om jezelf om de oren te slaan, maar om nu eindelijk te begrijpen waarom het zo gegaan is als het gegaan is. Dat is een hele andere manier, waarop je de hulp die je geboden wordt gebruikt.
En dan kom je heel veel tegen. Natuurlijk kom je heel veel tegen. Je komt dat hele leven tegen wat je onbewust geleefd hebt, soms in reactie op wat je is aangedaan. En dan begin je heel langzaam te begrijpen dat er niets zonder zin is in het leven. We gebruiken dat woord ‘zinloos’ veel te klakkeloos. Er is maar heel weinig in het leven wat geen enkele zin heeft. Je moet het alleen ontdekken. En je kunt het alleen maar ontdekken als je geen vastgebakken idee omtrent jezelf hebt. Als je zegt: zo ben ik nou eenmaal. Ik hoor het zo vaak. Die stap: zo ben ik nou eenmaal, is dat uit de blauwe lucht komen vallen? Natuurlijk niet. Maar je hoeft je niet te verontschuldigen. Er zijn akelige dingen in je leven gebeurd. Daar hoef je je niet voor te verontschuldigen. Dat is gebeurd. Maar wat is je antwoord. Vlucht je ervoor in eindeloos veel werk, of wil je erop ingaan. En laat je iedereen om je heen praten en doen. Je bent ermee bezig en je ontdekt. En die ontdekking is een kracht. Als je ontdekt, krijg je enorm veel energie. Je hebt opeens het gevoel: ah, het hangt van mijn antwoord af, ik ben niet veroordeeld.
En die energie, die energie, die verandert je bewustzijn, terwijl je het helemaal niet op het oog hebt. Je hebt niet op het oog dat bewustzijn kwijt te raken, maar dat gebeurt dan.
