Jezelf binnenstebuiten keren

Wij leven bij de namen
Vijfdaagse december 1995 in Huissen
zaterdag

Zonder dat we het weten, zijn we heel oud, duizenden jaren oud.
En dat speelt ons parten.
Wat we van onszelf weten, dat is van dit leven, alles wat we ervaren hebben, van toen we nog heel klein waren, tot aan dit moment.
En veel daarvan is zoekgeraakt, we beseffen eigenlijk alleen datgene wat van niet zo lang geleden is. Maar een heel diepe ervaring, ook vanuit onze kindsheid, die weten we nog. Maar heel veel van wat er is, dat zijn we kwijt. En je kunt je afvragen: hoe komt dat toch? Hoe komt het toch dat we zóveel kwijtraken van wat we ooit beleefd hebben?
Het is ook opmerkelijk, als je nog mensen meemaakte, die in een afgelegen stuk van de wereld, in een simpele gemeenschap geleefd hebben, dat die mensen zich veel meer herinneren, zich veel meer herinneren van het vele wat ze beleefd hebben.
En dat geeft al een aanwijzing waar dat aan ligt: ons leven is ontzettend vol. En als je jezelf nagaat, dan merk je dat het je eigenlijk nog niet vol genoeg is. Want als je een paar dagen gewoon thuis geweest bent, dan heb je het gevoel: hé, ik mis wat, contact, mensen, gebeurtenissen… Want de televisie en de krant kunnen natuurlijk niet alles goed maken, als je alleen bent.
Dus ondanks het feit dat ons leven heel erg vol is, willen wij eigenlijk méér. En we zijn zelfs verbaasd, dat we af en toe gewoon dizzy zijn van dit leven. En dat we er dan een beetje de pest in hebben.
We gaan hier naartoe om een paar fijne dagen met elkaar te hebben, om ons te verdiepen in het allerbelangrijkste. En er zijn sommige lange sessies geweest, die zijn heel fijn geweest en andere waren minder. En dan komen we uit dat volle, volle leven, we hebben vanochtend nog gewerkt, we zijn hier naartoe gereden, in dit volle landje.
En dan in een paar uren, moeten we helemaal omgesteld zijn en ons bezighouden met iets wat in ons leven maar zo heel zelden voorkomt, namelijk … vrede, kalmte en aandacht. En dat laatste vooral is een heel schaars goed: aandacht.
En als ik dan dat woord ‘aandacht’ noemde, dan denken wij onmiddellijk aan heel belangrijke dingen. We denken aan een belangrijk gesprek, aan een mooi boek, aan een gebeurtenis die heel diepe indruk op ons gemaakt heeft. En merken daarbij niet, dat we dus in feite het leven verdelen in belangrijk en onbelangrijk. In dat wat erop aankomt en dat wat je nooit doet, dat doe je gewoon.
En waarom doen we dat eigenlijk? Ik weet niet of jullie dat wel eens afgevraagd hebben: waarom hebben we het leven ingedeeld in belangrijk en onbelangrijk? Waarom hebben we dat gedaan? Dat is een interessant feit. Allemaal vanuit hetzelfde: we zijn te vol, we zijn véél en véél en véél te vol… En dat merken wij onder andere als je gaat zitten, dan word je toch daar vaak ongedurig van. Want dan word je geconfronteerd met die volte in jezelf, met die vragen die je nooit beantwoord hebt. Soms met angsten die je eigenlijk maar niet toelaat, omdat het zo akelig is.
Maar dat is nog herkenbaar, als ik hierover praat, dan zeggen jullie: ja natuurlijk, dat is zo.
Maar we vergeten, dat er een heleboel dingen zijn, elke dag opnieuw, die onze aandacht moeten hebben eigenlijk. Maar dat begrijpen we niet, want we zitten zo vol – ‘er is zoveel wat moet,’ zeggen we.
Dat is onze situatie, van ons allemaal. Van de een op deze manier, van de ander op die manier. Sommige mensen zijn spiritueel ontzettend bezig. Nou, die hebben het ook ontzettend druk. Andere mensen zijn in de materie bezig, nou, die hebben het ook ontzettend druk. Er zijn mensen die de stilte zoeken, nou, die hebben het ook druk…
En het is dus zo, dat dit ook al heel oud is. En dat die hele ontwikkeling van de mensheid, die is naar steeds méér, meer van… Meer aan kennis, meer aan weten, meer aan kunnen beheersen, meer aan kunnen reageren. Meer aan kunnen meten,vaststellen, vergelijken.
En al die tijd, duizenden jaren, is er dat levensbeginsel dat we ook zijn, behalve die bezige mens, dat op een of andere manier verbonden is met alles in de schepping. En alle meditatievormen zijn er op gericht, eigenlijk – als je niet bij de uiterlijke uitingen blijft staan – om dat terug te vinden: vanwaaruit we hier op aarde gekomen zijn, waarom we hier zijn, wat dat betekent.
En of het nou uit het Oosten komt, of dat het uit het Westen komt, er zijn allerlei systemen ontwikkeld om het ons makkelijker te maken om te ontdekken wie we ook zijn – behalve die bezige mens, die zo vol zit:
er zijn wegen van het lichaam en er zijn wegen van geestelijke oefening, van beschouwing; er zijn herinneringsoefeningen; er zijn bewegingsoefeningen…

En het jammere is dat wij niet in de gaten hebben, dat dat allemaal pogingen zijn. En dat degene die dat aan ons vertellen – ooit eens, soms duizenden jaren terug, soms honderden jaren terug – dat die vergeten eigenlijk te zeggen: het gaat erom dat je aandacht hebt. En dat betekent eigenlijk dat alles wat je denkt, alles wat je voelt, belangrijk is.
Dat zijn maar een paar woorden nu, maar dat is eigenlijk een totale omwending in je leven.
Als je dat beseft, dan merk je eerst recht hoe vol je zit, hoe ongelooflijk vol je zit. Hoe je echt moeite doet om stil te zitten. Zo niet stil, om zelfs stil te zitten. Dat is heel moeilijk, want we zitten niet alleen vol, maar we zitten ook vol met onafgemaakte dingen – en dat zijn bijna alle dingen.
Dus de vraag is eigenlijk – en het is echt een wezenlijke vraag – kun je gezond worden, in deze vrolijke, verbijsterende wereld. Waar alleen het geweldige geldt, waar we uit zijn op steeds grotere snelheid. Op de elektronische snelweg kunnen we nog honderdduizend keer meer met elkaar communiceren en dat vinden we geweldig.
Maar wat communiceren we? Waar hebben we het over? En dat is de vraag waar wij ons eigenlijk mee bezig moeten houden: waar hebben we het over? Waarom zitten we? Waarom doen we die oefeningen? Waarom doen we niet andere oefeningen? Wat willen we daarmee? Willen we heilig worden? Willen we mystieke eenwording beleven? Willen we alleen maar gezond worden? En kan dat überhaupt met één of ander systeem? Kan dat zoiets zijn dat je een systeem volgt, en dan ontdekt. Kan dat? Kun je iets ontdekken als je een systeem volgt – in een systeem zijn bepaalde dingen, waar je kan vanuit gaan. Maar dan ben je al niet meer vrij, dan kun je al niet meer ontdekken.
Beseffen jullie wat dat betekent? Je kunt dus dan niet meer van een geloof uitgaan, je kunt niet een Heilige navolgen. Je moet dus helemaal bij jezelf kunnen zijn, zonder haast, zonder een bepaald doel, zonder dat je iets probeert te bereiken. Alleen maar zien, luisteren, opmerken, toelaten tot jezelf. De tijd nemen dat dat tot je door kan dringen, dat dat door al die lagen in jezelf – en die zijn er hoor, die lagen… – door al die lagen in jezelf heen kan dringen, om bij dat oorspronkelijke beginsel te komen wat je bent.
Dat is niet niks, Boeddha had er al direct mee te maken. Dat ze vroegen, ja hoe moet je nou mediteren? En dat die zei: besef! Als je een lange adem hebt – dat je een lange adem hebt. Als je een korte adem hebt – dat je een korte adem hebt. Als er gedachten in je zijn – dat je gedachten hebt. Besef dat! Probeer er niet iets aan te doen, besef alleen maar.
Nou je weet, vandaag de dag, hoe ingewikkeld het Boeddhisme is geworden. Behalve zijn voorschriften, zijn indelingen, de dingen die je doet en de dingen die je laten moet – misschien zijn ze net zo. Maar dat vinden we heel gewichtig, tot op de dag van vandaag vinden we dat vreselijk gewichtig.
En al die tijd zijn we niet bezig met wat er om gaat, al die tijd draaien we door, bezig. En het gekke van dat bezig zijn is nog, dat we ook daarin half zijn. We zijn eigenlijk alleen maar niet half: als we bedreigd worden, als het om ons leven gaat, dan zijn we opeens helemaal erbij. Of als we heel veel van iemand houden, dan zijn we er helemaal bij, maar halen we die andere tijd door.
En je kunt niet op een dag tegen jezelf zeggen: ja ik wil intens zijn. Dan kun je wel tegen jezelf zeggen, maar dat helpt niet.
Dat is het enige wat mogelijk is. En dat hebben alle groten die ons voorgegaan zijn (gezegd), ieder op hun manier, en in hun tijd, en in de taal die er toen heerste, en met het bewustzijn van de mensen van toen.
Die natuurlijk niet hetzelfde bewustzijn hebben als wij nu hebben, want die ontwikkeling van dat bewustzijn van de mens is gewoon doorgegaan.
Wat al die mensen eigenlijk bedoelen – dat van de Boeddha, wat ik nu genoemd heb, is heel letterlijk – het is besef. Besef hoe je leeft, besef hoe je doet.
En dan moet ik daar iets anders bij zeggen, dan moet ik daarbij zeggen: en oordeel niet. Want als je oordeelt kun je niet beseffen, dat kan niet. Oordeel is altijd geleend. Dat heb je geleend van andere mensen, van boeken, van instituten, dat is niet van jezelf.
Want dit is eigenlijk – als we in deze vijf dagen, als we zou kunnen beseffen wat het betekent: om te beseffen, dat zou fantastisch zijn.
Dat je dus helemaal niet achterom kijkt: nou, wat heeft díe gezegd? En wat heeft díe gezegd? En wat zal díe ervan zeggen? En is het wat juist is? Want zo werkt je bewustzijn ooit.

Let maar eens op jezelf, je bent voortdurend bezig om te vergelijken: klopt dat met mijn geloof? Klopt dat met mijn overtuiging? Klopt dat met mijn geweten? Klopt dat met… Ik noem het maar, eindeloos.
Maar kun je alleen maar beseffen?
Kijk, dat gaat natuurlijk niet als je al uitgaat van het probleem, want dan wil je het probleem oplossen. Dus als je het probleem wilt oplossen, dan ben je met het probleem bezig, dan ben je niet aan het beseffen.
Kun je dat zien wat ik zeg? Of is wat ik zeg nou erg ingewikkeld en moeilijk? En kun je dat, kun je dus alleen maar ademen, zien, luisteren, ervaren, beleven? En niet aldoor ruggespraak hebben met dat vele achter je.
Kun je dat? Zie je het belang daarvan in? Zie je het belang erin om dus niet altijd terug te spelen op… Enzovoort. Kun je helemaal alleen staan? Of moet je altijd bij de hand genomen worden door iemand, waarvan jij denkt … dat die wijzer is, dat die knapper is, dat die verder zit? Oké?
Kun je dus eigenlijk uit die hele volle, verwarde wereld stappen en op jezelf zijn? Kun je dat? Of wil je toch liever iets volgen, wat jou belooft dat je ergens komt? Vind je het belangrijk om te ontdekken wat leven is – dat is dus wat je zelf bent.
Als al datgene wat je weet, wat anderen je gezegd hebben en wat je gelezen hebt … en wat je voorgehouden is, en wat je zijn moet … als dat dus allemaal … vernietigd is.
Als je eindelijk eens rustig bij je adem kunt zijn, die komt en gaat en komt en gaat. En die intussen honderdduizenden dingen verricht, waarvan jij geen enkele notie hebt. Die maakt dat je leven kunt, dat je kunt voelen, dat je kunt denken.
Heb je daar tijd voor, om alleen maar mee gaan, te zijn? Of zijn er altijd problemen die zo vreselijk belangrijk zijn, dat je daar eigenlijk niet naar kunt luisteren? Kun je opmerken hoe je lichaam reageert op dat malle leven, wat je leeft – dat malle leven is dus het gewone leven wat alle mensen leven, over de hele wereld kun je het prettig vinden om zomaar niks te zijn van alles wat je al weet. Niet belangrijk, niet heilig, niet … je leeft alleen.
En dat leven, dat vraagt om actie. Maar dat is heel wat anders, dan die drukke bol die door het leven snort.
Wat is dat dus? Dat hetgene wat je bereikt, de kans krijgt om zó diep in je te komen, dat daar vanzelf een antwoord op komt. Dat niet bedacht is door jou. Dat niet voorzien is door jou. Dat niet gewenst is door jou. Maar dat opkomt, omdat je de moed hebt gehad om het door alle lagen heen te laten komen, naar dat voor jou onbekende in jezelf, dat al zo oud is – en dat is toch een schepping, dat is toch het hele gebeuren in de wereld – dat dat beginsel tot besef komt.
Niet volgens een systeem, niet volgens een geloof, niet volgens een methode. Maar dat het tot besef komt.
En wij hebben in ons bewustzijn de mogelijkheid, dat is zo fantastisch. Wij hebben de mogelijkheid om ons bewust te zijn van wat we eigenlijk doen, en van wat dat uitricht. Die mogelijkheid hebben we gekregen als mensen, zo rijk zijn we, zo wonderbaarlijk is dat bewustzijn van ons.
Maar het enige wat daarvoor nodig is, dat is onverdeelde aandacht. Dus niet een aandacht die zich afvraagt: is het prettig of is het niet prettig. Die zich niet afvraagt: is het belangrijk of is het onbelangrijk. Die alleen maar dat wat er is, beseft.
Dat kan langs heel veel wegen komen. De een zal het het makkelijkste via zijn lichaam beseffen, de ander zal het het makkelijkste via de taal beseffen. Het doet er niet toe langs welke weg, maar dat je het toelaat.
Maar dat vraagt dus van je een heel bewuste daad, dat vraagt van je dat je daarvoor tijd inruimt in je leven. Als je een keer, zal ik maar zeggen, ‘beet hebt’ op dit punt, dan is het niet moeilijk meer.
Dan is het zo fantastisch om altijd opnieuw te ontdekken, dat je vanzelf tijd vrijmaakt, hoef je zelf niet te doen. En dan zit je ook niet meer vast aan het zitten.
Het kan op honderden manieren, het kan zijn terwijl je in de lift staat, het kan zijn terwijl je voor je computer zit, het kan zijn terwijl je in de auto rijdt, het kan zijn terwijl je wandelt, het kan zijn terwijl je midden in een drukke straat staat, alles langsraast.
Het is daar niet meer gebonden, het kan altijd, omdat je aandacht is verschoven.
Het is fantastisch als je dit echt door hebt. Dan zit je plots niet meer vast aan het systeem, aan een leraar, aan een boek, dan kun je gaan, dan kun je ontdekken.
De moeilijkheid is natuurlijk, dat wij allemaal zijn gaan mediteren omdat we iets niet durven, naar ons gevoel. Hetzelfde waarom mensen vroeger naar de kerk gingen.

Ja, soms tegenwoordig ook nog maar, het idee van ja, dáár. Terwijl het hier is, hier. En dat is eigenlijk nog niet veranderd – er is heel veel veranderd, maar dat is niet veranderd.
Die hele geschiedenis, voor zover wij hem weten – want hij is natuurlijk eerst oraal, dus mondeling, van de een naar de andere overgedragen. En toen, op een bepaald moment, kregen we de Schrift. Toen konden we het gaan opschrijven. Ja, maar voor zover als onze geschiedschrijving gaat.
Kun je zien dat dit plaats is. En dat elke keer, als er dus een mens is die ontdekt waar het om gaat, die ervan vertelt – binnen de kortste keer is het een leer. Is het een leer, zijn het regels, is het een systeem. En dat was natuurlijk nu juist niet de bedoeling.
En in India kun je zien hoe ongelooflijk taai het systeem is. In de tijd van Boeddha, was wat hij zei ongelooflijk revolutionair. Want hij schoof het hele kastensysteem opzij.
Nou, je weet, als je nu naar India gaat, is het Boeddhisme verwaarloosbaar in India. Het kastensysteem bestaat er nog altijd.
Daarom is hetgeen wat Moedha heeft proberen te zeggen niet onbelangrijk, maar je ziet eruit hoe taai, hoe bijna onverwoestbaar het systeem is, de methode, de leer. En het is niet verbonderend. Want het is iets wat je tenminste kunt navolgen. Waarvan je kunt zeggen: oh, dat zit dus zo en zo. Nou, ik moet dus zo en zo doen, dan komt het voor elkaar.
Denk je? Dat hebben we duizenden jaren al gedacht. En het blijkt dus dat het niet gaat op die manier, de agressie is niet afgenomen, het aantal oorlogen is niet afgenomen, schrijnende armo en onmogelijke rijkdom, is niet afgenomen. Wat we bereikt hebben zijn graduele verschillen.
En dat is al heel belangrijk, het is al heel belangrijk dat we, zoals vanavond, bij elkaar kunnen zitten en gewoon zeggen wat we vinden. Dat kan in een aantal landen niet.
Maar het is een gradueel verschil. Maar de eigenlijke uitdaging, die is er nog steeds.
En ik heb het zelf ervaren, als je dit beseft, dan hoef je vanzelf niet meer te twijfelen, dan heb je vanzelf behoefte om een stuk van je dag te geven aan niks, aan alleen maar erzijn.

En dan ga je merkwaardigerwijs ook ervaren, dat waar je altijd moeite mee gehad hebt – een bepaalde houding, een bepaalde aanhouding – dat regelt zich vanzelf.
Omdat je eindelijk opgehouden bent iets te bedoelen, iets na te jagen, iets te bereiken. Omdat je eindelijk begonnen bent aan het allereerste begin bij jezelf.
Zen zegt: geloof eigenlijk alleen maar je eigen ervaring.
Het zou heel mooi zijn als het zo was. Maar het is allang een systeem met
hiërarchieën, met meesters en aankomende meesters, en aankomende meesters. Een hoofdmonnik en een iets minder monnik.
Wat ben je dan met die kreet? Het is toch zo, dat van die meester is veel belangrijker dan van die meester. Dan begint de ellende al.
Maar goed, laten we het proberen deze dagen, die ons op wonderbare wijze gegeven zijn. En die echt goed te gebruiken.
Dat betekent dus niet dat we zwijgen moeten of dat weet niet wat… Maar dat we alles wat we doen, met aandacht doen. Ook als we dus een heel druk gesprek hebben, dat we onszelf opmerken.
Wat niet wil zeggen dat je dan tegen jezelf zegt: oh, je moet ophouden. Dat is weer een oordeel.
Je hebt dus ook gehoord dat het zo belangrijk is om te zwijgen. Met dat oordeel rem je jezelf dan af en dat betekent dat er niks kan gebeuren, je bent eigenlijk een automaat.
Maar als je opmerkt dat wat je aan het vertellen bent, dat het eigenlijk niet zoveel maken heeft. Want op dat moment gebeurt er iets, hoef je jezelf niet tegen te houden. Hoef je niet tegen jezelf te zeggen: ik moet stil zijn. Dan ben je stil.
Probeer dat dus. Probeer jezelf op te merken in alles wat je doet. Geef aandacht aan je lichaam. Dat is die ongelukkige metgezel, die alles wat jij scheef maakt, weer recht moet zetten. Wees daar eens een beetje aardig voor. Geef daar eens een beetje aandacht aan. Je zult merken dat als je iets beseft, hoef je jezelf geen commando meer te geven.
Dat is net hetzelfde als dat je een flesje met vergif hebt, dat ga je niet opentrekken, hoef je niet tegen jezelf te zeggen: nee ik moet dat flesje niet optrekken, hoor. Want het is vergif, dat besef je. Het staat erop.

Dat is het hele geheim van mediteren. Beseffen. En beseffen dat dat belangrijk is.
Dat is wat ik probeer te doen, je uit te leggen dat het echt van belang is. Dat je dan niemand meer nodig hebt – je hebt natuurlijk iedereen nodig voor alle dingen die er gewoon gebeuren moeten, je moet eten, je moet drinken, je moet een huis hebben, je moet een ruimte hebben, waar je jezelf mag zijn, waar je niet iets hoeft te zijn.
Natuurlijk, dan ben je afhankelijk van de situatie waar je in verkeer bent. Natuurlijk.
Als je één oog hebt, heb je één oog en dan heb je geen twee ogen, dat is duidelijk. Maar je bent vrij om daarmee om te gaan zoals het voor jou goed lijkt te zijn.
En die vrijheid kan niemand zo nemen, niemand. Hoe ga ik het mezelf om daarmee vrij? Want het betekent dat je een heleboel ballast, ja, die is door je kwijt moet raken. Want er zijn al zoveel mensen, die tegen je gezegd hebben: ja, het zit zo n zo. En dat moet je allemaal kwijt raken. Voilà.
We zullen nog een heleboel dagen hier rustig bij stil blijven staan. Verwacht er geen wonderbarelijke dingen van, want dat houdt je maar tegen. Probeer maar zo – en hier is dat makkelijker, want hier wordt er niet zoveel wat je verwacht. Dat je dus rustig kijkt: ja, hoe ben ik eigenlijk? Hoe werkt het in mij? Hoe ga ik met de anderen om? Hoe ga ik met mijn kamer om? Hoe ga ik met mijn bed om? Hoe ga ik met mijn dekens om? Hoe ga ik met alles, alles, alles, alles, niks is onbelangrijk.
Je moet ook merken, als je dat doet, valt er ontzettend veel van je af, daar is dan geen plek meer voor.

Nou, tot zover maar weer.

Sitemap Tao-zen
 Bovenaan: Afbeelding van Sakyamuni’s binnenkomst in het Nirwana. Parinirvana (of parinibbana) is in het boeddhisme het bereiken van het volledige nirvana na de dood van een persoon die al nirvana had bereikt, zoals de Boeddha zelf of een arahant. Het betekent de bevrijding van de cyclus van samsara (wedergeboorte) en de definitieve ontbinding van het fysieke lichaam en de bijbehorende mentale en fysieke componenten (de skandha's of khandhas).
Gekleurde wandschildering uit de Qing Dynastie (1644-1912). ‘Baoguang Si’tempel, Chengdu, China (eigen foto uit 2011).
Ga terug naar de pagina: Uitgelichte toespraken Huissen