Doen zonder voornemen

Maarssen, juli 2001, vrijdagmorgen
Een half uur geleden was ik aan mijn boek aan het schrijven.
ZIE OOK DE VIDEO-OPNAME ONDERAAN

Beneden het raam waren een paar deelnemers rustig aan het praten. En ik las daar, op mijn scherm: ‘Als de geest stil is en het hart is waakzaam dan kan de grote aanwezigheid gevoeld worden.’
En ik vroeg me af, hoe kun je die twee werkelijkheden op datzelfde moment, hoe kun je die bij elkaar brengen.

Hoe kan het inzicht groeien dat het nodig is om jezelf toe te staan alles te vergeten wat je geleerd hebt, wat je gedaan hebt, wat je nagelaten hebt, wat je jezelf verwijt, wat je jezelf voorhoudt, wat je jezelf beloofd hebt, waar je naar verlangt.
Hoe kun je dat alles rustig, vriendelijk loslaten. Dat wil zeggen, laten gaan. Loslaten is nog te actief. Laten gaan. Hoe kun je loskomen van alles wat er al eens gebeurd is in je leven. Heb je kunnen herkennen wat wezenlijk is. En herkennen is geen oefening, herkennen is dat er een moment niets is en dat je voelt, oh ja, dat is het.

Ik denk dat er twee dingen in ieder geval nodig zijn. Ten eerste dat de wereld zoals hij is op dit moment, dat die in jezelf aanwezig is, zodat je vanzelf je verantwoordelijk voelt voor wat er gebeurt en nagaat in jezelf wat er in jou aanwezig is van wat er in de wereld gebeurt. Als die twee dingen niet samenvallen, dan moet je gaan oefenen, dat moet je gaan dwingen, dan moet je jezelf ergens toe gaan zetten. Dan moet je van horen zeggen iets gaan doen. En wat betekent dat. Dat betekent dus dat je het leven wat je leeft, wat je iedere dag weer gegeven wordt, zonder dat je daarbij stilstaat, en toch wordt je iedere dag het leven gegeven, ook in deze minuut dat we bij elkaar zijn… In mijn oefenboekje, op de eerste bladzijde, waar over de oefening gesproken wordt, heb ik geschreven: elke beweging, elke ademtocht, elke gedachte, ieder gevoel is er alleen maar bij de gratie van de grote aanwezigheid, elke seconde dat je leeft is alleen maar omdat Dat er is.

Daar zijn we natuurlijk heel ver van vandaan. Dat is geen verwijt. Dat is alleen een constatering. En kan dat veranderen? Dat kan alleen veranderen als je echt inzien, en de wereld maakt je je dat wel duidelijk eigenlijk, als je maar twee seconden in een krant kijkt of de televisie aanzet, dan weet je het, het is nodig dat ik verander, dat ik niet alleen maar een verlengstuk ben van wat al duizenden jaren aan de gang is, van de evolutie. Het is nodig, en de mens kan dat, dat is zo prachtig, de mens kan dat, de mens kan, terwijl hij dit leven leeft, met al zijn zorgen, zijn inspanningen, kan hij zich ook bewust zijn van datgene wat alles onderhoudt, wat de schepping de schepping laat zijn, en alle werelden daar nog verder. Maar als dat al zo is, en het is zo, dan moeten je activiteiten wel veranderen. En die verandering moet plaatshebben van binnenuit. Dus niet, zoals ons hele leven eigenlijk is, dat we iets zien, dat we ons iets voornemen en dan doen. Het doen moet er zijn zonder voornemen. Dat is heel gek. Het lijkt een sprookje, maar het is wel waar. Zolang we ons iets moeten voornemen, zullen we in het oude versleten pad zitten, de groef, zoals Klaaske het gisteren zei, de groef waar alles al eens een keer gebeurd is, ooit, in je leven.

En hoe wonderlijk het misschien klinkt, om daar iets van de beseffen moet je naar je lichaam terug. Dat is de eerste stap van de oefening. De oefening die geen oefening is. De oefening die een behoefte is. De oefening die dringend is, die je niet loslaat, die er altijd is. En hij is vriendelijk. Het is een zachte stem die je telkens vanzelf dat alles laat doen wat nodig is om je bewustzijn een kans te geven. Maar om die zachte stem te horen moet het wel stil in je zijn. Want anders wordt het overstemd door het eeuwigdurende gebabbel in je hoofd. Dan is er dit, dan is er dat. Soms is het heel driftig als je geconcentreerd bezig bent iets te verrichten, en je bent eigenlijk niet meer in jezelf, maar je bent nog alleen maar je werk of wat je aan het doen bent.

Hoe kun je tot je laten komen. Eigenlijk alleen maar omdat je geen uitweg meer hebt. Omdat je niet eens meer verdrietig kunt zijn, omdat je niet eens meer boos kunt zijn of verontwaardigd. Omdat er aldoor dat gevoel is: ik loop buitenom, ik ben niet in mijn hart. Dat is dus iets wat aanwezig is. Als dat aanwezig is, dan houdt het gebabbel op, vanzelf, zonder inspanning. Je hoeft niet te gaan zitten, je hoeft je niet af te zonderen, al die dingen hoeven niet. En daarvoor zul je toch moeten afdalen in je lichaam. Dat lichaam wat je bijna je hele leven als je dienstknecht hebt beschouwd, daarin moet je afdalen. Omdat daarin de grote aanwezigheid of de oerenergie of de oorspronkelijke geest – allemaal namen voor hetzelfde – makkelijker te ervaren is. Het is zoveel ouder dan ons denken en ons voelen, en het heeft een groot geheim bewaard. En ook als we stukken van dat lichaam afsnijden, dat geheim is er. En ook als delen van ons lichaam ziek zijn, dat geheim is er. En je hoeft alleen maar naar je adem te luisteren. Gisteren, ik denk dat jullie nog aan het oefenen waren, was er opeens die weersomslag. De wind stak op, een koele wind, vol van vocht en regen, streek langs. En daarna werd het stil. En ik merkte tot mijn verbazing, ik had het nog nooit opgemerkt, dat mijn ademhaling veranderde. Maar niet alleen mijn ademhaling, maar de energiestroom in mijn lichaam ging naar mijn milt en naar mijn lever en naar mijn nieren. Dat kon ik voelen. En dat was heel goed. Maar ik vertelt het alleen maar dat het zo werkt, dat je lichaam dus op alle veranderingen ingaat en zijn maatregelen neemt, om te zorgen dat de balans van je lichaam in orde blijft, zodat je alles ter beschikking hebt.

Maar weet je, we zijn zo in ons hoofd dat we daar niet bij kunnen. En ons lichaam doet dat wel, maar ons lichaam heeft ook onze aandacht nodig, de aandacht van onze geest, die heeft ons lichaam nodig. En het is een aandacht van eerbied, het is een aandacht van in de aanwezigheid zijn van iets wat je niet kunt beredeneren, waar je geen gevolgtrekkingen over kunt maken, die je alleen maar kunt ervaren. En in dat ervaren wordt een heleboel gladgestreken, wordt een heleboel hersteld. Maar dat kan alleen maar als je er aandacht voor hebt. En dat heb je natuurlijk niet als je denkt ‘oh, er komt regen’, dan is het al kapot. Als je de ervaring niet helemaal toelaat, tot in je ingewanden toe.

Zo simpel is het en tegelijkertijd zo moeilijk. Want we zijn altijd al bezig met iets, zodat het moment wat voorbijgaat in de tijd, de wind die waait, de zon die opkomt, een mens die geboren wordt en die sterft, al die dingen die gebeuren, die moeten ons bereiken. En dat kan niet door een woordenbrij heen. .En dat kan niet door de ordeningen die wij hebben aangebracht, in een wereld die alleen maar in ons bewustzijn bestaat. Daar heb ik het al vaak over gehad. Maar het is nodig dat je dit allemaal beseft. Want anders blijft de oefening een inspanning. Dan blijft het iets met fases, heb je dit al gehad, heb je dat al gehad, nou moet je dat nog hebben en dan … En dat is quatsch. Dat en dan blijft altijd weg. Want er is nog niks gebeurd, je bent nog altijd die afgesloten mens die door de tijd wandelt, geboren wordt en sterft, die geen contact heeft met zichzelf, met dat wat voor de geboorte is en na de dood. Dat wat voor de geboorte is en na de dood heeft geen avonturen, heeft geen herinnering, heeft geen vorige levens, het is alleen maar ‘dat voor alles’. En dat ben jij. En omdat je normaal dat niet bent, moet je ertoe terugkeren. Je moet ertoe terugkeren voordat het te laat is, dat wil zeggen, voordat het lichaam zijn tijd heeft gehad, de organisatie van je lichaam verbroken wordt, hersendood intreedt, en je dus overgelaten hebt aan wat je eigenlijk bent, maar er geen besef van kunt hebben. Daarom is ons leven op aarde zo ontzettend belangrijk. Dat is de tijd dat we ons kunnen verenigen.

Uit dat oogpunt zijn de calamiteiten in de wereld, die krijgen een andere plek. De noodzaak om je daarvoor verantwoordelijk te voelen, die neemt toe. De angst van het denken-voelen voor de grote zondvloed, die verdwijnt. Daar gebeurt niets wat niet in diepste wezen een zin heeft, maar voor ons die leven in voor en na de dood, heeft het die betekenis niet. Hoe komen we bij datgene in onszelf dat de oorzaak is van dat we geboren werden. Daarvoor is een luisteren nodig, eindeloos luisteren, en niet ongelukkig zijn als er gedachten tussendoor komen. Die komen er natuurlijk tussendoor. Maar als er gedachten tussendoorkomen, even glimlachen. Nou ja, dat is zo. Zo werkt het. Zo werkt mijn bewustzijn. Dan kan het voorbijgaan en je kunt weer terug zijn in dat geluidloze wat het hart is van alle dingen. En wat je niet kunt veroveren. Het is erg belangrijk dat je dat beseft: dat kun je niet veroveren. Misschien het enige wat je niet kunt veroveren. En ik denk aan de evolutie, waar we zoveel veroverd hebben, maar dat kun je niet veroveren. Dat moet tot je komen, vrijwillig, omdat je er klaar voor bent, omdat er geen oorzaak en gevolg meer is. Want voor alle oorzaken zijn weer andere oorzaken en weer andere oorzaken en weer andere oorzaken. Waarom is het patroon van degene zoals het is. Waarom zijn er verstoringen in dat patroon. Daar beginnen we nu aan te knabbelen in de wetenschap. En soms kraaien we als vroegtijdige hanen dat we nu weten hoe de mens in elkaar zit. En dan komt er weer een geleerde die zegt: ho, ho, ho, wacht even, we staan pas aan het begin. En dat is dan alleen nog maar de beschrijving van wat er gebeurt.

En dat komt allemaal tot je, tot ons allemaal als we er een beetje op letten. En als we dat doen en we doen het niet een maand, maar een jaar, en nog een jaar, en nog een jaar, dan komt eindelijk de grote zegen, de grote vermoeidheid, dat je gaat beseffen dat alles er al eens geweest is, dat je daardoor dood- en doodmoe bent, dat je het loslaat. Dat je eindelijk eens niet van hetzelfde opnieuw wilt beleven. Hoewel het leven heel gewoon doorgaat, met alles wat dat is, jouw ambitie, je teleurstelling, je plannen, het is er allemaal, er is niks mis mee, prima. En je toekomst die je indenkt, zonder dat je je er bewust van bent, en het verleden wat je nog eigenlijk helemaal niet kent. Van het verleden ken je maar een heel klein schilfertje, een krasje op de rots van het totaal. Dat moet je allemaal nog leren kennen. Mensen zeggen zo makkelijk oh ja, dat is het verleden. Nop, dat is niet waar. Het is maar een heel klein minuscuul deeltje, wat je van je verleden kent. Je verleden is er nu nog. En het vraagt om ontdekt te worden. De wereld is niet heden, verleden, toekomst. De wereld is altijd nu. Maar wij hebben dat verdeeld, ons bewustzijn is zo gemaakt dat gedeelte (?).

Het begint bij iets heel simpels, dat je op je lichaam gaat letten. Dat je afdaalt in de adem, dat je bij de energie komt. En als je lief bent en niet allerlei forse maatregelen neemt, dan gebeurt dat gewoon, dan is dat heel natuurlijk. Maar je moet natuurlijk onderweg niet opeens ingrijpen en zeggen oh ja. Dan houdt het op. Het is oeroud. En dat moet je eerbiedigen. En als je daar bent, wees voorzichtig, maak geen plannen, denk niet: het zo zus of zo gaan, want dat is zo geweest, en toen kwam dat en toen kwam dat en nou zal wel dat komen. Doe-dat-niet. Laat het zijn gang gaan.

En dan zul je merken dat het in alles is. Dat het echt niet alleen in het klooster, in de tempel, in de moskee is, maar dat het in alle dingen is. Zelfs in de dingen die door de mens gemaakt zijn. En alles hoort erbij. Jij ook. En van alles kun je kennis nemen. En het zal zich voor je openen, omdat je niets meer van datgene wat je tegenkomt wilt hebben, wilt vasthouden, wilt toeeigenen, omdat je weet dat het voorbij gaat en dat je dit moment geschonken wordt dat het voorbij gaat. Dat is  maar heel kort, dus je moet heel wakker zijn, zodat dat moment je bereiken kan.

Nou, dat was het.


naar boven