De oude Adam

Wij leven bij de namen
Vijfdaagse december 1995 in Huissen

zondag

Na de heerlijke oefening die jullie gedaan hebben – ik kan de gezichten van jullie aflezen, een oefening, die jullie in een diepere laag van je lichaamsbewustzijn gebracht heeft – en naar aanleiding van de vraag die Inge mij vanochtend stelde aan het ontbijt, kan ik nu aansluiting vinden bij het begin, op vrijdagavond, toen ik een kleine beschrijving gaf, een globale beschrijving, van zoals ons bewustzijn leeft. En waar ons bewustzijn aan blootgesteld is, in de maatschappij, in ons leven, waaraan wij ons bewustzijn blootstellen van onszelf uit, zonder dat we dat beseffen, en de gevolgen daarvan voor ons lichaam – dat iets is dat wel bij ons groeit, en van ons is, geheel is, maar dat van zichzelf uit ook iets is.En dat laatste, dat beseffen we zelden.

Wat is de toestand waar we allemaal in zijn? Dat is dat ons heel veel wordt aangeboden vanuit de buitenwereld. En dat niet alleen, maar er wordt ook een heleboel geëist, vanuit die buitenwereld. En alsof dat nog niet genoeg is, eisen wij van binnenuit, in antwoord op dat wat van buiten komt, nog eens een heleboel.
En in die toestand gaan we op ons kussen zitten. En verwachten we een of andere dag rustig en leeg te zijn.
Ik weet niet of jullie beseffen wat een idiote verwachting dat is. Terwijl de wereld is zoals die is en wij zijn zoals we zijn: bezig, op weg, met onze doelen – spiritueel, materieel, functioneel. En als we dan uiteindelijk op dat kussen zitten, of op dat bankje, dan gaan we op dezelfde manier door.
En dan wordt dat nog eens even sterker, omdat er dus gezegd wordt: je moet zo en zo lang kunnen zitten; en je moet zo en zo zitten; en je moet dat uit kunnen houden; enzovoort, enzovoort, enzovoort.
Dus als we dan zo op een kussen of op een bankje gaan zitten, dan zitten we dus niet, dan doen we er extra gymnastiek mee.
Maar dit moet je dus proberen te begrijpen, hoe dit werkt in jezelf.
Want als je dit begrijpt, dan kun je daar verandering in aanbrengen. En dat kan dus tijdens het zitten – maar eigenlijk betekent dit dat je je hele leven verandert. En als je je hele leven niet verandert, dan gebeurt er niks.
Wat betekent dat: je hele leven verandert. Van binnenuit. Dus niet meer met één of ander doel van buiten. Niet meer om een prestatie.
Het zal een heel dingetje dat goed doorhebben, dat je dus niet meer werkt om een prestatie.
Wat dat ook nag zijn, klein voorop. Dat het iets is wat uit jezelf voortkomt en zich in de wereld vervult.

En wat is het verschil tussen één en het andere? Wat is het verschil tussen als je op een prestatie uit bent, of als het van binnenuit zich vervult in de wereld?
Als je op een prestatie uit bent, kun je teleurgesteld zijn dat je het niet haalt. En je bent opgetogen als je het wel haalt.
Als van binnenuit iets zich in de wereld vervult, gebeurt dat, wat het resultaat ook moge zijn. Dan kun je dus niet meer teleurgesteld zijn.
Als iets van binnenuit zich in de wereld vervult – waarbij je dus niets op het oog hebt, dan alleen dat je in die situatie dat doet wat van binnenuit komt – dat is een hemelsbreed verschil.
Maar om het van binnenuit te laten groeien – zoals in de Bijbel staat: ‘niet mijn wil, maar uw wil geschiedde.’ Dat is het.
Daarvoor moet je eerst contact hebben met jezelf, met je binnenste. Moet je dus niet alleen maar zijn een functie in dit leven – een functie die je samenhoudt met de positie die je in de maatschappij inneemt, in het gezin inneemt, bij je partner inneemt.
Maar van jezelf uit, dat unieke wezen dat jij bent. Wat niet een ander is.
Dat je dus niet meer vanuit een functie leeft. Maar dat je vanuit jezelf in de wereld bent. Terwijl je aan de andere kant merkt, aldoor merkt, als je aandachtig bent, dat je steeds verandert. Dat je steeds anders bent.

Daarom is dat voldoen aan een prestatie zo’n onzin. Het is eigenlijk een vloek, je veroordeelt jezelf daarmee voor nu, ongemerkt. Je verloochent jezelf ook. Je maakt jezelf ondergeschikt aan een uiterlijke functie, En dat noem je leven.
Maar dat is natuurlijk geen leven. Dat is iets slaafs, iets mechanisch.
Maar jammer genoeg appelleren vele religieuze stromen, en ook meditatie stromen, aan dat verlangen iets te zijn, iets te presteren. En daarom geacht te worden in de wereld.
En daar onderwerp je dat unieke wezen wat je bent – als ik het christelijk zeg: het kind Gods – dat onderwerp je daaraan.
En aan de andere kant zoek je onzin te doen. Dat kan niet, hè, dat kan gewoon niet…
Als je dat niet onderscheidt, dan probeer je iets onmogelijks.
En dit is iets wat de hele dag doorgaat. Dus de hele dag bevestig je je ondergeschiktheid, bevestig je je slaafzijn. Ontken je je geboorterecht. En dat doe je de hele dag, alle dagen van je leven.
En dan kun je natuurlijk vergelijken, in hoeverre het slaafschap van de een, meer is dan het slaafschap van de ander, maar het blijft slaafschap.
En het zit in de meest voor ons onbelangrijke dingen.
Als je eens oplet, als je je wast of je aankleedt. Of je je dan echt wast en echt aankleedt. Of dat je dat doet met het oog op waar je straks iets moet zijn. Ook hier, hoor.
Of je voelt wat je doet. Of je opmerkt hoe je bent.
Of in de kamer waar je in bent, of je dan beseft, de douche waar je onder staat, of je die beseft. Of dat het eigenlijk een herinnering is van: douchen is prettig, dan doe ik het weer.
En als je loopt, beweeg je je dan ergens naartoe, of loop je. En als je hier loopt voor het kinhin, zijn dan alle aanwijzingen van Greet, die je voltrekt, of loop je.
Dat zijn twee heel verschillende dingen. ik zag het vanochtend nog bij lopen.
En dan kun je natuurlijk gaan corrigeren, maar dat blijft van hetzelfde, dan corrigeer je je vooroordelen eigenlijk. Dan corrigeer je eigenlijk je gedachten.
Maar dat is dus niet alleen hier in de zaal, dat is de hele dag door. Zo nauw luistert het
En dan is het dus alleen maar de vraag, als ik dit zo zeg en het bereikt jullie, of dat een verplichting erbij is. Dat is echt een vraag die ik mezelf heel vaak stel, of het niet nog iets erbij is waar je aan moet voldoen. Of dat je beseft dat ik probeer om je deelgenoot te maken van een proces wat voortdurend in jezelf speelt. En dat jij waar iets aan kunt doen.
Dat je je dus bewust kunt worden van je onaandachtigheid, daar kun je van bewust worden.

Dan is het heel belangrijk, wat je er dan mee doet, wat je doet op het moment dat je beseft dat je onaandachtig bent. Want daarin kan de oude Adam opnieuw zijn slag slaan.
Als je beseft dat je onaandachtig bent, wat doe je dan? Ben je dan teleurgesteld? Ben je boos? Neem je je voor om het anders te doen? Een van de drie zal beslist bij je opkomen. En wat doe je daarmee?
Het is natuurlijk duidelijk, als je boos op jezelf bent of je veroordeelt jezelf of je neemt jezelf iets voor, dan ben je uit de aandacht weg, dan ben je weer slaaf. En dan ga je aan de gang en dan ga je verbeteren. Dat is echt van de slaaf, dat is niet van de vrije mens.
En ook dit gaat de hele dag door, er komt nog iets anders bij.
Zo zijn we gebouwd: je wil een verbetering zien.
Als je daar echt even bij stilstaat, dan betekent dat dat je een verbeterde slaaf wil. Een betere slaaf. Maar had je nog een slaaf?

Die mens die je bent, heel diep in bent, die geen slaaf is, die heeft dan nog steeds geen kans.

 Bovenaan:
Het fresco ‘Adam die de dieren benoemt’ uit 1527, is een werk van Theophanes Strelitzas, beter bekend als Theophanes de Kretenzer (Kreta, ca. 1500 - 24 februari 1559) en bevindt zich in het klooster van Ágios Nikólaos Anapavsás in Meteora, Griekenland.
Ga terug naar de pagina: Uitgelichte toespraken Huissen