De last van het zelfbeeld

 
Amersfoort juli 1984 | dinsdag 10 juli

Gistermiddag is mij uit de vragen duidelijk geworden, dat wij geneigd zijn om toch altijd weer een nevenaspect te pakken, wat voor ons op dat moment heel belangrijk is.
Er is ook niets tegen – als je weet dat het een nevenaspect is. Als je dat niet weet, dan kun je daar een heel stuk van je leven in blijven hangen. 
En dat is gewoon jammer.

Het enige wat een leraar kan doen, is die aanwijzingen geven waardoor je iets minder lang blijft hangen.
Maar het is natuurlijk je eigen inzet, die uiteindelijk beslist wat je ermee doet.

Wat is de hoofdzaak? Ik ben daar gisteren in cirkels omheen gegaan, om het vooral duidelijk te maken.
Het hoofdaspect waar we ons hele leven mee toe kunnen, dat is: hoe komen we los van ons zelfbeeld, dat beeld wat we hebben omtrent onszelf.

We hebben gisteren vrij lang stilgestaan bij het ontstaan van het zelfbeeld. Hoe dat eigenlijk zo door de evolutie in ons bewustzijn is ontstaan. Want als je zegt: iemand bouwt in het leven, zo van geboorte tot aan het moment waarin die is, bouwt die een zelfbeeld op. Dan zeg je wel heel wat, want dat betekent namelijk dat die ook de apparatuur tot zijn beschikking heeft om dat te doen.
Die apparatuur van de dieren bijvoorbeeld, die heeft die mogelijkheid niet. 
Die heeft niet de mogelijkheid om een zelfbeeld op te bouwen. Wij wel, wij hebben die mogelijkheid. En natuurlijk hebben we er met vaste hand gebruik van gemaakt, om onszelf in de strop te werken.

Wat is namelijk de moeilijkheid? De moeilijkheid is dat wij blijkbaar niet in staat zijn, om van moment tot moment nieuw te zijn. En met ‘nieuw’ bedoel ik, dat we wel alle vaardigheden, alle feitenkennis tot ons beschikking hebben, maar niet de emotionele en mentale reactie op die kennis en op die feiten.
Want dat is nou eigenlijk waar we altijd mee vastzitten. Als wij op een bepaalde manier ooit gereageerd hebben op een bepaalde situatie, dan zullen we de volgende keer, met een iets kleinere variatie, opnieuw zo reageren.
Dat heeft dus helemaal niets te maken met de feiten. 
Helemaal niets te maken met kennis. Het heeft dus te maken met onze reactie óp die kennis, óp die feiten, óp die situatie, óp die gevoelsinhoud, óp die gedachten.
Dat is eigenlijk ons zelfbeeld, daarvan neemt de kennis en de feiten een heel kleine plaats in.

Dus wat is de moeilijkheid? De moeilijkheid is, ten eerste om dit wat ik nu zeg, in je eigen leven te ontdekken, te verifiëren, of dat zo is.

En daarna komt natuurlijke vraag: hoe kan ik het loslaten?
Ik heb gisteren heel lang stilgestaan bij het feit, dat die zelfhandhavingsdrift, die zich uitstrekt over alle gebieden, want daar zijn we ongelooflijk knap in geworden. Die zelfhandhavingsdrift heeft eigenlijk al die reacties op de werkelijkheid van het leven in ons veroorzaakt.
En nu zitten we in die vreemde situatie – i
k kan me heel goed voorstellen als jullie denken dat ik nu een vogeltje in mijn hoofd heb. Maar het is toch zo dat wij niet het leven beleven, maar dat wij uitsluitend beleven – bijna uitsluitend, anders was er namelijk geen kans meer – maar bijna uitsluitend beleven, wat wij al ooit eens gereageerd hebben op dat leven.
Dus als ik het nou nog een beetje gekker zeg: we beleven voortdurend onze eigen wereld. En vanuit die eigen wereld benaderen we andere mensen – die ook in hun wereld zitten. En zo draait de wereld, zo draait alles.
Het is eigenlijk nog een godswonder, dat het nog zo draait als het draait. Dat er nog zoveel gemeenschappelijkheid is, in al die beelden, in al die werelden, omdat we het nou niet al te bont met elkaar maken.
Maar in feite zijn wij nooit met het leven bezig. We zijn altijd bezig met wat het in ons veroorzaakt.

En dan hebben we het merkwaardige fenomeen, dat als je in een positie komt, dat jouw zelfbeeld helemaal niet in het geding is, dat je uitsluitend een functie bent, dan merk je opeens dat je véél meer kunt… Dat je ook veel grotere contacten hebt, dat je veel meer ziet, veel meer opmerkt.
Zoals een wetenschapsmens, op het moment dat hij bezig is in zijn laboratorium. Zoals een chirurg – als hij tenminste niet te veel aan het geld denkt – bezig is met zijn operatie. Een arts, een goede arts, bezig is met zijn patiënt, een goede leraar zich verdiept in zijn leerling.
Het merkwaardige is dat wij dan plotseling tot zoveel in staat zijn. Dat is omdat dan dat zelfbeeld niet in het geding is.
Maar zó zijn we eruit – en de hele historie valt over ons heen, onze eigen historie. En we zitten weer als krekeltjes in een doosje. En iedereen die tegen dat doosje aan tikt, daar zijn we ontzettend boos over.

Nu is dus de vraag: kun je daar ooit van afkomen?
Ik hoop dat jullie duidelijk zien, dat als dat niet gebeurt, dan kunnen we een heleboel edel dingen doen, maar… Knap, hoor.

Dus is daar een mogelijkheid? Is er een mogelijkheid om van dat zelfbeeld los te raken? Kan dat?
Gisteren hebben we een aanvang gemaakt en gezegd, ja, daarvoor is nodig dat je dus aandachtig kunt zijn. En aandachtig zijn wil zeggen dus: leeg zijn. En we hebben gezegd: goed, we beginnen bij het gemakkelijkste stuk van onszelf, en dat is ons lichaam.

En we merken, zeker bij Epi – bij mij minder, omdat je daar veel meer smokkelen kunt – maar bij Epi merken hoe moeilijk dat is met dat lichaam.
Nu, in de geest is het nog honderdmaal moeilijker.

Dus je moet al aan die lichaamskant een heel eind gekomen zijn, wil je dus in de positie komen dat je jezelf in je krekeldoosje kunt opmerken.

En dan komt er weer iets nieuws bij, want zodra je jezelf als krekeltje opmerkt in je doosje, dan komt daar heel direct bij dat je het of zielig vindt, of dat je er boos over bent. Je zegt ja, maar ik ben toch geen krekel, waarom gedraag ik me zo.

En dan zit je opnieuw, ben je terug, in het circus.
Ik hoop dat jullie dit zien. Want als je het niet ziet, dan kun je daar weer een half leven aan doorbrengen.

Dus gewoon zien dat als je iets opmerkt, dat je het moet láten. Dat je niets meer moet doen. Want je denken gaat onmiddellijk er iets mee doen.
Daarom zijn we altijd zo dol op verklaring. En als we het niet kunnen verklaren, dan denken we, dat zou weleens niet waar kunnen zijn… Maar zo zijn we toch.

Maar in in deze allerurgenste levenspraktijk, is het van het hoogste belang dat je op het moment dat je iets opmerkt, dat je het láát. Dat je er niets meer doet. Want dan kan het werken.

Het opmerken is namelijk het begin van de echte intelligentie. Dat is het begin. Maar om door te kunnen werken, moet je er met je zieke brein van af blijven.
Je moet het laten. En dat is heel moeilijk. Dat is héél moeilijk.

Ik zeg het erbij, omdat ik hele hordes ken, die dan weer ontevreden zijn over zichzelf, dat het niet gebeurt.
Het is eigenlijk helemaal niet moeilijk. Maar je moet jezelf in de gaten hebben.
Je moet in de gaten hebben, wat een ongelooflijk koortsachtig, ongeregeld, zenuwachtig bedrijf er in jezelf gaande is. Ook al maak je naar buiten toe een hele rustige, vriendelijke indruk. Maar daarbinnen is het altijd bezig.

En dat kun je niet stilzetten, dat weten we nu ook wel. Dus je kunt alleen voor jezelf inzien.
En daarom ben ik zo ongelooflijk erop uit om jullie dát althans te laten zien.
Of jullie het willen gebruiken, dat is aan jullie. Om in te zien hoe het werkt, hoe het hele mechaniek in elkaar zit.
Want dan hoef je namelijk niet meer dom iets te doen. Als ik dan zeg, van laat het, en je ziet in hoe je werkt, hoe jouw bewustzijn werkt, dan kun je dat ook. Want dan weet je, nou ja, als ik er nou wel over ga denken, dan verstier ik de zaak.
En als je er écht in ziet, dan kost het geen moeite. Dat is het wonder van inzicht, inzicht maakt de hele riedel van inspanning overbodig.
Want je gaat direct in de goede richting.

Dat is dus wat essentieel is.
Dus als je het opmerkt, laat het rusten. 
Want dan kan je intelligentie ermee werken. En die werkt natuurlijk niet op commando. Dus denk dan niet: nou heb ik het laten rusten, dan zal die wel komen. Want zo is het ook niet.
Die moet een kans krijgen om geboren te worden, in jou. Hij is er natuurlijk, hoeft niet geboren te worden. 
Maar in jou, voor jouw bewustzijn.

Al die prachtige verhalen die we kennen uit de religieuze literatuur over de hele wereld, die gaat over die wedergeboorte, over die nieuwe geboorte. Maar dat is eigenlijk een fout woord gebruiken.
Het ís er helemaal, compleet, volledig, alles. Maar aan jou moet het opnieuw tot wasdom komen, zich kunnen verwerken.
En jij bent als het ware de baarmoeder voor dat gebeuren.

Als je dus dit werkelijk inziet, kun je aan de slag. Want wat gebeurt er? Als je maar voldoende keer opmerkt, hoe je vast zit aan je zelfbeeld. En er niet tegen protesteert en er niet tegen schopt. Of het niet aanhaalt, maar het laat. Maar het wel opmerkt. Dan ontkracht je dat zelfbeeld. Dan gaat er steeds minder energie naartoe. Omdat je het in kan zien.

En dat is de enige weg waardoor dat kan gebeuren. Dus steeds opmerken, láten en verder gaan. En je zult merken dat jouw opmerkingsvermogen neemt toe in de mate waarin jij het kunt laten.
Je kunt laten dat wat je opgemerkt hebt. Dan werkt het.

De moeilijkheid is namelijk al door dat de kracht en de intelligentie die nodig is om ons zelfbeeld op zijn plek te zetten – het hoeft niet vernietigd te worden, maar om op zijn plek te zitten, die hebben we niet de beschikking. Daar kunnen we niet bij met ons bewustzijn, daar is het te traag voor, te sloom. Te…. vast ook. Het kan niet. Het is net alsof stromend water dat je dat zou willen weergeven door razendsnel een heleboel momentopname met de fototoestel te nemen. Dat is onze positie. Altijd momentopname.

Dat is misschien iets om het duidelijk te maken. Hoe dat verschil in snelheid is. Dus wezenlijk intelligent waarnemen. En wat wij doen.
En je kunt niet dat momentapparaat gaan verbouwen, d
at is ongeschikt. Dat moet dus met rust gelaten worden. Je moet als het ware een overstap maken,
op het andere been gaan staan – wat je ook bent.

Nou dat is dus wat gebeuren moet.
En de enige manier waarop dat gebeurt. En dat is zo in de loop van die duizenden jaren op steeds andere wijze is dat zo gezegd – ik zeg het nu dus met de mogelijkheden van onze taal van dit moment.
Waar ik dus die hele kwestie van de hersenspecialisten en van de natuurkunde, zoals die op het ogenblik is – die hadden andere mensen niet ter beschikking – wil bij inbrengen.

Maar dit is wat gebeuren moet. En dan is het inderdaad van het hoogste belang, dat je vooral de verschillende snelheden en dimensies en energie-verdelingen, dat je dat goed begrijpt.
Dat je dan ook goed begrijpt dat zulke simpele dingen, waar wij hele romans over schrijven: v
oeding en slapen en rusten en werken en geconcentreerd zijn en jezelf laten gaan, dat die heel natuurlijk een plaats krijgen in dit proces.
En het wonderlijke is, dat als je nu bijvoorbeeld erg dol bent op pindakaas e
n jezelf het moet ontzeggen om niet acht boterhammen pindakaas te eten, op het moment dat je het inziet, heb je daar geen moeite meer mee. Echt inziet.
Dat is het gekke, dat je het echt inziet dat je het nodig hebt om je goed te voeden, omdat je zintuigen en je lichaam in hoogste staat van paraatheid zijn.

En als je dan een keer iets doet, waarvan je weet dat het niet goed is, maar je wéét het dan ook dat je doet – niks aan de hand. Maar je bent dan niet meer een slachtoffer van je hebbelijkheden en van je lusten. Maar je doet aan de hand van een innerlijke noodzaak.
Dus je hebt je wil niet nodig. En je hoeft niet die hele riedel van onthechting en verzaking en strengheid en ascese. Dat is allemaal weg…
Want je ziet het in, je ziet in de verbanden, zie je in. Je ziet in hoe je het doen moet.

En je struikelt natuurlijk elke dag over allerlei onachtzaamheden van jezelf. Je merkt dat je, terwijl je een lekker kletsje aan het maken bent, dat je lang over je tijd heen gaat, waarin je eigenlijk naar bed moest.
Dat merk je wel, maar goed, je bent nog zo aan dat kletsje gehecht, dat je doorkletst. Nou dan slaap je misschien niet of je slaapt te kort en de volgende dag ben je een beetje gaar.
Maar dan heb je geen achterhistorie eraan. Dan zeg je: oh je bent stom geweest, ik wist het wel…

Dus je schakelt ook een heleboel van die nakaart-geschiedenissen uit. Want je weet wat je doet… En je hebt op dat moment geconstateerd, ja ik ben blijkbaar nog zo met dat kletsje bezig.
Dan kun je natuurlijk ook eens een keer zeggen nou ik doe het niet. Ik zeg sorry ik moet naar bed. Ook nuttig om eens te kijken wat er dan weer gebeurt.

Maar vooral: ontdoe het van alle romantiek. Zie wat er gebeurt. Zie waar je mee zit. Dat maakt het leven zoveel lichter. Want dat betekent eigenlijk dat je op een hele vanzelfsprekende manier dat zelfbeeld van wat je bent en wat je moet.
En dat raak je dat op een hele vanzelfsprekende manier kwijt.
En op den duur krijg je daar echt een leuke verhouding toe, tot dat zelfdeel. Dan denk je: oh ja daar ben je weer, h
allo. Zo in die zin.
Maar niet meer met een verzet. 
En niet meer met ach wat zielig.

En als je nou eens in je eigen leven nagaat, wat er over blijft van de probleem als dat zelfbeeld er niet is.
Ik denk dat jullie allemaal ontzettend zullen schrikken. Dan is er niks meer. Dan is er alleen de werkelijkheid. De werkelijkheid die van moment tot moment verandert. En waarvan jij niet weet hoe jij het volgende moment je daartoe zult verhouden. Want dat weet je ook niet.

Dat is het enige wat je heel zeker weet. Ik weet het niet. En je weet ook van jezelf dat als je denkt dat je het wel weet dat je dan in jezelfbeeld terug bent.

Dat is wonderlijke gedachte, dat er geen problemen meer zijn. Gek hè.

Heel gek. Die zitten er allemaal aan vast.

En al die zwaarwichtige dingen over de dood en zo., daar moet je dan jezelf eigenlijk toe zetten, om dat dan nog ernstig te vinden.
Dan denk je: wat was dat toch vroeger? Wat was ik toch mee bezig? Hoe was dat toch? En die kwestie van de relaties, dat je zo graag iemand wil vasthouden.
Dan denk je: hoe is dat toch? Waarom deed ik dat toch?

Dat kun je je dan nauwelijks meer realiseren.
Het is een kwestie natuurlijk dat jullie me een heel klein beetje moeten vertrouwen. Maar zo gaat het proces. 
Het is echt waar.

Zo, ja net zoals een vrucht groeit, een blad afvalt en ook een blad groeit. Maar wat essentieel is, is dat je toegroeit van stilstand naar beweging. Die altijd doorgaande beweging. Want als dat intelligentieproces op gang is gekomen, zul je merken dat al je dromen veranderen. Dromen worden heel simpel.
Soms nemen ze de vorm aan van een mechaniekje, soms is het iets anders. Maar ze zijn heel simpel en dan is het ook weer afgelopen. Maar er is helemaal geen diepzinnigheden meer bij.

Want je bent heel concreet bezig. Het is net zo als dat je een motor uit elkaar haalt. Alleen het is veel ingewikkelder.
En je kunt dan ook echt van die motor houden. Maar je hebt er geen romantiek meer omheen. Je weet dan dat je bezig bent met iets te leren kennen, wat vergankelijk is.
En je bouwt er niet meer, wat je tot nu toe altijd gedaan hebt, een portie eeuwigheid in. Want dat wat je bestudeert, is vergankelijk. Maar híj die bestudeert, die is niet vergankelijk. Want dat is totaal wat anders.

Wij maken er altijd een appelmoes van. Dat houden we altijd maar door elkaar.
En de ene keer zitten we hier en de andere keer zitten we daar. En we hebben altijd verdriet erover. Je moet het leren onderscheiden, het is geen appelmoes.
We studeren en we ontdekken in het vergankelijke. Maar hij die bezig is, hij die doet, hij is niet helemáál vergankelijk. Hij is ook dat andere.
En eigenlijk is hij dat andere. Maar in de mate waarin hij zichzelf in zijn vergankelijkheid leert kennen… …en dat betekent dat je alles in zijn vergankelijkheid leert kennen… …ga je aan de ene kant de immense pracht, de ontroerende schoonheid, van alles wat vergankelijk is inzien… …en aan de andere kant heb je geen hartzeer dat het voorbijgaat.

En wat onze grote moeilijkheid is, is ons niet altijd weer zó aan het vergankelijke te hechten… …dat wij pijn lijden, gekwetst zijn, als dat vergankelijke verder gaat.

Dat is onze moeilijkheid. Maar dat is omdat we dingen door elkaar halen.
Degene die ervaart, degene die onderzoekt en ontdekt… …die is niet helemaal dat wat voorbij gaat.

En dat beseffen, zonder dan tegelijkertijd weer te zeggen: ja, maar dat moet dan toch ergens verklaard kunnen worden. Want dan ben je weer aan de andere kant. Dat is moeilijk.
Dat is gewoon moeilijk voor ons. Want eigenlijk willen we de eeuwigheid wel, maar dan moet die begrijpelijk zijn in het vergankelijke. Zo is onze positie.
En dat gaat niet. Dat gaat niet mensen, dat kan niet. Dat is muilezels en appels met elkaar door elkaar halen.
Dat gaat niet.

Dus probeer dat, probeer dat gewoon te doen.
Nee. En echt, het is iets lichts. Het is iets moois. Het is iets… Ja… Je kunt het altijd doen. Dus je… wat op maar. Of je nou een plasje doet, of dat je thee drinkt, of dat je eet, of dat je iemand de huid vol scheldt. Je kunt altijd proberen te ontdekken wat daarin is van het eeuwige.

Want er is niets in de hele wereld wat niet doortrokken is van het eeuwige. Niets. Want toch is het zo, dat het vergankelijke voorbijgaat.
En dat het eeuwige wat in alle dingen is, er ook niet in is. Want het is er niet afhankelijk van.

Het verbindt zich en het maakt zich los, in een onvoorstelbare snelheid, als het ware, die ons ontgaat. Maar het is geen moment is het echt los.
Of echt vast. En dat is de werkelijkheid. Dat is de werkelijkheid waarin we leven.

Als je dat écht, dit simpele verhaaltje wat ik jullie verteld heb, als je dat probeert zo telkens in je leven een heel klein beetje terug te roepen. Dan kun je makkelijk, kun je oefenen. Dan is het geen prestatie meer. Dan is het alleen maar een noodzaak. Een noodzaak voor jezelf, om eindelijk een einde te maken aan wat wij oorlog noemen, uitbuiting, marteling, of fijn die hele… Dat hoef ik jullie niet te vertellen. Maar dit is het einde.
Dit is het einde van al datgene wat wij zo afschuwelijk vinden.
Op het moment dat iemand zijn zelfbeeld ontdekt heeft en losgelaten, heeft hij niets meer te verdedigen. 
Hij weet dat het voorbijgaat.
Hij weet alleen niet hoe het voorbij zal gaan. Misschien wordt hij vermoord. 
Misschien mag hij wel nog tot zijn negentigste jaar leven kiezen. Maar hij zit er niet meer aan vast.

Bon.

<< Terug | Volgende toespraak >
Bovenaan:  wilde Narcis
Website ‘Landschapsbeheer Drenthe