Toespraak mei 2026
+ NOTITIE✏️ De studie van het bewustzijn
Eefde december 1990, woensdagmorgen
We zijn gisteren begonnen met ons erin te verdiepen wat dat voeling houden met het verhaal praktisch inhoudt. En daar wil ik dus in verder gaan, omdat het praktische voor ons het meest belangrijke is. Al zul je natuurlijk het achterliggende besef nodig hebben om in de uitvoering weer niet uit te glijden.
Wat betekent eigenlijk dat ‘voeling houden’? Dat voeling houden betekent eigenlijk dat je jezelf de kans geeft om opnieuw te beginnen. Want dat is waarschijnlijk al duidelijk geworden in deze vijf dagen, dat het materiaal waarmee je denkt en ook waarmee je voelt, niet overeenstemt met de werkelijke gang van zaken. En tot nu toe hebben we altijd gedacht dat we in die bestaande toestand, in ons bewustzijn, dat we daarmee voort zouden kunnen.
En dat gaat ook heel goed, alleen kom je dan voor wonderlijke verrassingen te staan. En dat voeling houden met, betekent eigenlijk proberen in je leven aandachtig te zijn. En niet alleen, en dat is het grote verschil, niet alleen voor wat er buiten je gebeurt, maar voor wat er tegelijkertijd binnen je gebeurt.
En dan moet je je herinneren – dat heb ik vaak gezegd, de laatste jaren doe ik dat niet meer, omdat ik gewoon aanneem dat het bekend is – dan moet je je wel herinneren dat de wereld, jouw wereld, is afhankelijk van de wijze waarop je die wereld waarneemt.
En die wijze van waarneming hangt af van hoe jij met dat wonderlijke instrument van bewustzijn omgaat.
Deze kleine verwijzing geeft al aan, dat je dus eigenlijk een heel ander leven zou moeten leiden, waarin je dus niet zomaar alles wat je geleerd hebt, alles wat je gehoord hebt, alles wat je ervaren hebt, als waar voor jezelf aanneemt. Maar waarin je probeert alles wat er om je heen is – en dat ben jij dus eigenlijk zelf – opnieuw te leren kennen.
Dat is heel wat, en dat uit zich in de meest simpele bewegingen, de meest simpele ervaringen: in de woorden die je gebruikt, de woorden, de taal, die verlengstuk is van wat je voelt en denkt. En dat een gereedschap is wat we allemaal gemeen hebben, die taal, al gebruiken we hem niet allemaal op dezelfde manier.
Maar als je goed let op wat je zegt, dan zul je al gauw gaan merken, dat in wat je zegt, al verborgen is de hiaten in je waarneming, de onnaukeurigheden in je ervaring, de haast waarmee gevoelens zich vormen. Eigenlijk dus betekent dat voeling houden met, een totale herwaardering van jezelf. Omdat je beseft dat je nog niet begrepen hebt, nog niet voelt, nog niet ervaart, wat dat andere, die bestemming van de hele aarde en van de mensen op de aarde, wat dat is.
En je kunt nog pas je eigen bestemming, die daar een onderdeel van is, pas goed begrijpen, als je die grotere bestemming – al is het dan maar aanvoelenderwijs, al is het dan maar intuïtief – beseft. En wij zijn met z’n allen, wat dat betreft, in precies dezelfde omstandigheid als de kernfysici die op het ogenblik zeggen: je kunt geen enkel levensverschijnsel goed beschrijven, of je zou het totale bestel, het totale plan en de werking van dat plan – dat zeg ik er met opzet bij – zou je moeten kennen.
Maar, zeggen ze, wij kennen dat niet. En zo hangen zij, zoals wij dus ook, in de lucht. Maar dit is al een geweldige ontdekking voor jezelf. Dat je dus tot nu toe je leven gebouwd hebt en vooral je hebt proberen aan te passen aan wat je geleerd is. En niet aan wat je eigenlijk zelf zou kunnen ervaren. En dat geldt voor ons, gewone mensen zoals we hier zijn, maar het geldt ook voor de wetenschapsmensen, die heb ik al net aangehaald. Het geldt ook voor de kunstenaars, het geldt ook voor de ambachtslieden, voor de stratenmakers, voor iedereen geldt het. En niet alleen in Nederland, maar over de hele wereld.
Het betekent dus, in alle bescheidenheid, dat meditatie een ongelooflijke revolutie is. Er is geen revolutie, die zo absoluut is, zo alle werkingen van je leven, alle verschijnselen van je leven, alle inspanningen, aan de orde stelt dan meditatie – als je het begrijpen kunt als het voeling houden met, althans het proberen voeling te houden met, een bestel waar je weliswaar in leeft, maar waar je geen notie van hebt, dan alleen een enkel ogenblik. En vaak is dat in een crisissituatie of vlak voor de dood.
Daarom is het ook helemaal niet verwonderlijk, dat in de verschillende meditatietradities, daar zijn wij niet de enigen in, zo telkens op een vriendelijke manier gezegd wordt: als je echt wilt leven, zul je eerst moeten sterven.
En dat heb ik nu eigenlijk nog eens een keer op een andere manier gezegd: Je zult moeten sterven aan al datgene wat je zomaar aangenomen hebt.
En dat is niet omdat we dom zijn, maar dat is omdat onze ouders in precies dezelfde situatie waren, die hebben doorgegeven wat zij geleerd hebben. En zo gaat dat door.
En je kunt natuurlijk niet verwachten dat in dat doorgegeven bestel – en dat is natuurlijk nu al duizenden jaren aan de gang – plotseling een mens opnieuw zou leren ervaren. Dat mag je niet verwachten.
Dat is dus een bewuste keuze, nadat het je duidelijk geworden is, is dat een bewuste keuze. En uit die bewuste keuze kan een bewust leven volgen.
Een leven waarin, zoals ik in het begin zei, het onbewuste niet meer onbewust wordt, maar erbij gaat horen. Het hoort er al altijd bij. Het heeft er al altijd bij gehoord, maar alleen voor ons onbereikbaar, hoewel het ons wel bespeelt.
Ik hoop dat jullie dus nu beseffen hoe verstrekkend het is, meditatie, dat het echt niet ophoudt bij goed zitten alleen maar, of goed ademen alleen maar, hoewel ze allebei nodig zijn. Of goed bewegen alleen maar. Het is alles. Het is ook de momenten dat je boos bent, het is ook de momenten dat je blij bent, de momenten dat je verdrietig bent, de momenten dat je iemand verwenst, de momenten dat je iemand liefhebt.
Dat zijn dus géén losstaande, elkaar niet bereikende momenten in je leven. Ze zijn allemaal verbonden. En dat is bij ons nou jammergenoeg niet het geval.
Dat hebben wij ook nog niet geleerd, om de verschillende momenten in dialoog met elkaar te brengen, doordat je beseft dat jij degene bent waarin al die momenten verzameld zijn, hoewel je dat niet weet. In je verdeelde staat waarin je nu bent, zijn het nog allemaal losse momenten, hoewel jij het allemaal bent.
En om ooit te weten te komen of iets rijp is in de tijd, in de wordingsgeschiedenis, is het allereerst noodzakelijke dat al die verschillende fragmenten elkaar kennen. Zodat je niet het ene moment van ganse harte onredelijk bent, en het andere moment van ganse harte liefhebbend. Want zo is ons leven wél. En we vinden dat heel geweldig. Maar het is eigenlijk natuurlijk van de gekken, want het is allemaal in jou verzameld.
En hoe komt dat nu allemaal? Het komt omdat we dus eigenlijk zo ongelooflijk onbewust braaf zijn, dat we alles wat we leren zomaar aannemen, nooit betwijfelen, nooit getoetst hebben aan onze eigen ervaring. Aan onze eigen ervaring, die er was voordat we het leerden.
Als je dat nu beseft, dan begrijp je wat een drama het eigenlijk is, wat er met de opvoeding gebeurt, want dan worden vrije mensen tot gedresseerde apen. En dat is wat altijd maar plaats heeft. En het gebeurt met alle goede bedoelingen van de hele wereld.
En toch moeten wij, ieder van ons, daar eens een keer uitkomen. We moeten dus weer vrije mensen kunnen worden. En dat wel in een maatschappij die dermate op dressuur gebaseerd is als de onze. En niet alleen onze maatschappij, maar vrijwel alle maatschappijen.
Alleen in die samenlevingen waar het tempo nog een beetje laag ligt, waar er nog een beetje tijd is, daar kunnen, als het lot het zo wil, mensen iets makkelijker daar tussenuit glippen.
Maar in ons straffe tempo, waar je het ene nog niet geleerd hebt of het volgende komt er al bovenop, wordt dat bijna een onmogelijkheid. Tenzij er iets gebeurt in je leven, waardoor plotseling die hele kippenkoorts eindigt, want je staat voor iets waar dat niet meer geldt. En dan heb je een kans.
Maar van ons wordt nu eigenlijk gevraagd, uit inzicht die dodendans te beëindigen, op te houden met na te doen. Op te houden met braaf te zijn. En opnieuw alles te onderzoeken.
En het liefst zo dicht bij huis mogelijk, aan je lichaam, wat je lichaam je te vertellen heeft. Aan je adem, aan je houding, aan je beweging.
(even het bandje draaien).
En dat maakt al direct duidelijk, dat we niet moeten beginnen bij het allermoeilijkste, maar dat we moeten beginnen bij wat schijnbaar het aller makkelijkste is. En dat is dus dat lichaam, met alles wat dat lichaam betreft.
En zodra je daaraan begint, dan merk je dat dat aller makkelijkste niet eens zo makkelijk is. Dat daarin, in alle uitingen daarvan, al die dictatuur van het geleerde verscholen ligt. Hoe je, omdat je iets verwacht, niet kunt voelen wat er eigenlijk gebeurt. Omdat je bang bent – en je weet eigenlijk niet waarom je bang bent – je niet durft toe te vertrouwen aan je lichaam. Niet durft te geloven dat dat lichaam zijn eigen wijsheid heeft.
Je moet je dus goed realiseren, dat meditatie eigenlijk revolutie is, de meest grondige revolutie die er bestaat.
In dat ene bewustzijn dat het jouwe is, als je dat beseft, dan begrijp je de kinderachtigheid van het toekennen van diploma’s en van prestaties. Dat heeft er eigenlijk allemaal geen donder mee te maken.
Dat is namelijk nog van het oude, dat je iets zo subtiels en zo verhevens als het bewustzijn van een mens, dat je dat zou kunnen diplomeren. Terwijl ieder mens, als die tot vrijheid zou komen, een geweldig iets is.
Zoals wij zijn, zijn we nog altijd in de knop. En we moeten zorgen dat die knop open gaat. En niemand doet dat voor ons, bijna alle instanties die wij in ons leven kennen, zijn erbij gebaat als we in de knop blijven.
Want owee, als we uit de knop komen, dan worden we lastig, dan zijn we niet gewenst. Want dan zijn we per definitie met iedere ademhaling tegen het bestel. We passen er niet meer in.
Ook tegen het religieuze bestel, wat een afschuwelijke vertaling is van wat er oorspronkelijk bedoeld werd – en waartussen zich een heleboel vertalers en interpretatie-meesters geplaatst hebben, die ons onmondig maken om de droom te ontdekken.
Als je dit beseft, dan geeft dat een echt prettig gevoel. Want je bent eindelijk alleen met die mens waar het om gaat, je beseft echt – en dat hoop ik echt – je beseft echt dat alles wat je aangetoeterd is, niet geldt. En dat je daarin wel je weg moet vinden. En dan mag je, wat mij betreft, rustig net doen alsof je het nog gelooft, dat is niet erg. Als je het maar niet echt gelooft.
En als je beseft dat je dus in dit leven nog een hoop te doen hebt om die geweldige barrière die we met z’n allen gemaakt hebben, voor jezelf een klein beetje uit elkaar te schuiven. En dat je daarbij ongetwijfeld hulp hebt van andere zonderlingen, die een soort gelijke ontdekking gedaan hebben. En die op hun manier bezig zijn om te weten te komen wie die mens is die een bepaalde naam draagt, die een bepaalde geschiedenis heeft. Wie die mens eigenlijk is.
En dat is natuurlijk niet een zaak van enige jaren. En dat is natuurlijk niet een zaak waarvan je kunt zeggen: nu dit, en nu dat. en nu dat, en kom maar mee aan het handje. Dat gaat niet…
Het is heerlijk als je een groep vindt. Of je vindt een leraar, die je wil helpen bij jouw ontdekkingstocht – niet de ontdekkingstocht van die leraar, nee, nee, jouw ontdekkingstocht – die je daarbij wil helpen. En die jou dus ook voor vol aanziet.
Want dat is iets wat mij altijd zo ontzettend boos gemaakt heeft, dat in al die stelsels dat gevoel van ‘de leraar’ ertoe geleid heeft, alsof die man of die vrouw een of andere wijsheid in pacht heeft, die jij nou nog moet leren.
Zo is het niet, jij bent volledig, jij bent vol aanwezig. En die leraar helpt je alleen maar om dat sneller te ontdekken. Maar dat schept geen afhankelijkheid.
Zowel voor die leraar als voor jou is dat een vreugde, want je bent eigenlijk aan hetzelfde bezig. Die leraar is toevallig iets langer ermee bezig. En die kan je dus helpen om beter, sneller, efficiënter op jezelf in te gaan. Maar hij kan geen millimeter, geen haarbreedte, van jouw inspanning overnemen. Die inspanning blijft van jou.
En als we dat goed beseffen, dan kan de verhouding tussen leraar en leerling, ook menselijk zijn, schoon, vreugdevol.
Dan is ieder van jullie, en ik, bezig aan hetzelfde. En we zijn blij als we elkaar daarbij kunnen helpen. Waarbij dus geen gedachte meer zit van: oh, ik weet het beter. Want je weet het natuurlijk nooit beter, je kunt toch niet weten hoe die anderen in elkaar zitten. Je kunt alleen aan wat je ervan waarneemt, kun je een klein oordeel hebben. Maar dat oordeel zal dan altijd zo zijn, dat je je afvraagt: hoe kan ik van dienst zijn?
Dus niet: hoe kan ik corrigeren, hoe kan ik het recht zetten.
Maar: hoe kan ik van dienst zijn, hoe kan ik maken dat die mens het zelf voelt waar die vast zit.
Dat is een totaal andere instelling. En dat is hartstikke nodig, want anders kunnen we elkaar niet helpen. Dan zetten we ons in een positie die onwaarachtig is.
Het is toch de dwaas, dat als de ene mens toevallig, door het leven wat hij geleefd heeft, meer aan de weet gekomen is, dat hij zich daarop zou laten voorstaan. Dat heeft hij voor niks gekregen…
Maar blijkbaar zijn we allemaal zulke ontzettende handelsmensen, dat wat we voor niks krijgen, dat we dat weer voor erg veel geld willen verkopen.
En dat is echt heel erg akelig, want dat vervuilt de verhouding, dat vervuilt het samen doen.
En dat moet je echt goed zien. We wilden immers ophouden aan te nemen, braaf te zijn. We wilden immers zelf onderzoeken. Nou dan moeten we, als we dat samen willen doen, moeten we niet telkens weer invoeren van: ikke die het beter weet en de ander, die het dan minder beter weet. Want dat vervuilt de omgang.
En dit is een wezenlijk aspect van je eigen ontdekkingstocht, dat je dat in jezelf ook leert herkennen, dat wij zo makkelijk in ons leven allerlei hiërarchieën scheppen. En die in de maatschappij worden die ook aanbeden zou ik haast zeggen.
Ze hebben het gevoel in de maatschappij dat als dat wegvalt, nou dat wordt een grote chaos. En ik denk ook dat dat zo is. Met de mentaliteit die normaal is, zou het een grote chaos worden.
Maar niet voor vrije mensen. Mensen die dus besef hebben van het feit, dat ze niet alleen in dit korte leven staan van geboorte tot dood, maar dat ze tevens in dat veel grotere bestel staan, dat over de dood heen reikt en wat de eigenlijke oerbodem is van waaruit het leven voortkomt. Nu al miljoenen jaren.
En daar zijn wij de vertegenwoordigers van. En omdat we een bewustzijn gekregen hebben wat in staat is om je bewust te zijn van wat je doet, van waaruit je het doet, kunnen wij dus ook gaan beseffen wat dat betekent. Dat we vertegenwoordigers zijn van dat grote bestel, waarvan deze maatschappij waar we in leven een slechte vertaling is.
En waarin we natuurlijk moeten blijven leven, het is niet anders, maar waarin we moeten leren om die eigenlijke bron van waaruit we leven, in die maatschappij te vertegenwoordigen. En niet met geweld en niet met praatjes, maar doordat we gewoon anders leven. Doordat we leven vanuit de kracht, vanuit de innerlijke kracht.
En ik denk dat dan het besef dat we daar ons hele leven mee bezig zullen zijn, erg vanzelfsprekend is. Dat we daar echt niet over hoeven te praten. Natuurlijk ben je daar je hele leven mee bezig.
Maar je hoeft ook niets te bereiken. Je hoeft alleen steeds beter te verstaan. En dat is een vreugde.
Alleen maar steeds beter te verstaan.
En vanzelfsprekend zul je uit dat wat je verstaat, je leven leven. En dat is natuurlijk iets geweldigs. Dat dat altijd kan. Dat je altijd kunt beginnen. Altijd weer.
En dat dus het nooit te laat is. Voor jou is het nooit te laat.
Het is best mogelijk dat in het hele grote bestel, waarin ook de planeet aarde zijn plek heeft, dat daar het menselijk gedrag tot rampen leidt. Dat is dus in de uitvoering een ramp. Maar jouw proces is daarvan niet afhankelijk.
En daarom heb je geen haast aan de ene kant. En aan de andere kant zal je medegevoel de urgentie in jezelf, bij het kennisnemen van het vele, vele leed wat er in de wereld is, zal de urgentie in jezelf steeds meer verhogen.
Dat is dus een heel ruim uitzicht wat je hebt, dat je gaat beseffen dat de wezenlijke processen nooit gesmoord kunnen worden, tenzij ze het zelf toelaten. En dat is het menselijke drama. Hoewel de uitvoering van een bepaald deel ervan ergens beëindigd kan worden.
Maar dat besef, dat heb je nodig. Want de krachten waar tegenover je je bevindt in de maatschappij, in de samenleving, zijn heel groot. En de erfenis daarvan, van wat die samenlevingen hebben voortgebracht, leeft in jou. Gewoon in het erfelijk materiaal. Daar heb je dus mee te maken.
Maar je beseft ook dat je dat allemaal alleen maar kunt gebruiken, om dat grote bewustwordingsproces, dat als een nietig sprietje in de rots van het verleden omhoog komt – helpt om zelfs die rots te laten scheuren door de kracht van de eeuwigheid.
Sitemap Tao-zen
Afbeelding geheel boven: Hanna Mobach, Mongoolse danser II, 2005, zwarte klei met zwarte terra sigillata, 46x62x54cm.
