
Misschien herinneren jullie je nog dat Maarten Houtman in 2005 een tijdje in Verpleeghuis 'De Die' gelegen heeft in Amsterdam-Noord, nadat hij zijn knie gebroken had – hij was in het park van Molenwijk omvergereden door een paar jongetjes, die hem lieten liggen en er subiet vandoor gingen, elkaar toeroepend: “Wegwezen, we hebben h’m gemold…”
De geplande Zevendaagse van dat jaar in juli is toen afgelast, we troffen elkaar daarna weer op het weekend van augustus 2005 in Mennorode. De deelnemers ontvingen de onderstaande convocatie daarvoor:
“Er was eens een man die veel gruwelijke dingen had meegemaakt.
Op een dag dacht hij: “Zo zit het in elkaar, ik zal er de mensen van vertellen.”
Dat was natuurlijk heel aardig van die man. Misschien kon hij ze zo voor veel onheil behoeden.
Maar hij vergat, door het zo-zit-het-in-elkaar, aandacht te geven aan wat dagelijks om hem heen gebeurde. Ook vergat hij te kijken naar hoe het om hem heen was.
Het liep uit op een ongeluk. Toen hij bijkwam uit de verdoving in het ziekenhuis, langzaam, stukje bij beetje, leek alles nieuw. Ieder moment was kostbaar. Iedere ademhaling veranderde iets in zijn lichaam. Er kwam geen einde aan zijn verwondering.
Als hij de mensen hier eens van vertelde, zó dat ieder op zijn wijze er mee verder kon…”
Maarten Houtman, Een vergissing, augustus 2005
Marten had in een eerder stadium al eens tegen z’n medewerkers van de Stichting gezegd: als jullie weer een boekje met toespraken van mij maken, kijk dan ook eens naar de recente toespraken – in plaats van de ‘old time favourites’, die voortdurend de revue passeerden.
De nieuwe kijk op zijn missie, waarvan hij in ‘Een vergissing’ gewag maakt, stelde dit in een nieuw licht – en roept onwillekeurig de vraag op, of we hiermee zijn voorafgaande werk aan de kant moeten zetten.
De ‘nieuwe Maarten’ die hij hier aan ons voorstelt, maakt je des te nieuwsgieriger en brengt je onwillekeurig bij de verzamelde sessies in Mennorode – de plek waar hij in mei 2007 afscheid van ons zou nemen als leraar.
Welke thema’s zou hij dat die drie jaar met ons behandelen? En hoe waren de gesprekken? Heb ik ik er nog persoonlijke herinneringen aan?
Dat zijn de vragen die zich aan je opdringen, in deze zoektocht naar het allerbelangrijkste…
PS Ook Maartens ‘Geschiedenis van de Tao-zen meditatie’ stamt uit deze zelfde tijd.


