Maarssen, juli 2001, zaterdagmorgen
Woensdagavond heb ik al voorspeld dat ik het hebben zou over hoe je de verandering – de transformatie, de mutatie – van je bewustzijn een beetje dichterbij zou kunnen brengen vanuit je geconditioneerde bewustzijn. Want meer hebben we niet, ondanks het feit – dat kan ik niet genoeg benadrukken – dat het geconditioneerde bewustzijn natuurlijk ook gevoed wordt door de oerenergie, die alles ondersteunt en er laat zijn. Alleen, in het geconditioneerde bewustzijn hebben we daar geen contact mee.
We hebben ons afgevraagd: wat kunnen we er nu aan doen? We kunnen een situatie scheppen dat wij die oerenergie kunnen ervaren. Zodra je die gaat ervaren – niet vijf minuten, maar langere tijd – verandert er iets in je bewustzijn. Dat hebben duizenden jaren aangetoond, al was het dan niet bij alle mensen, maar bij enkelen, in verschillende godsdiensten en in verschillende landen. Alleen is het in al die landen, volken, nationaliteiten, net iets anders gegaan. Dat brengt een beetje verwarring. Bovendien hebben we als brave navolgers altijd gedacht dat de vorm waarin het tot ons kwam, het geschreven woord, de orale overlevering, dat dat het was. Het is erg belangrijk dat je je heel goed realiseert dat de vertaling eigenlijk plaatsvond door enkele heel groten, mensen in wie het heel bewust was dat we van het onmetelijke zijn. Die hebben daar woorden aan gegeven. En de volgelingen hebben over die woorden nagedacht en hebben er ook kleine veranderingen in aangebracht – niet opzettelijk, niet omdat ze boosaardig waren, maar omdat ze alleen maar hun beperkte bewustzijn hadden. En het moest in dat beperkte bewustzijn begrijpelijk zijn. Dat betekent noodzakelijk dat het natuurlijk niet meer het oorspronkelijke was – terwijl het oorspronkelijke ook al in woorden gegoten was. Alleen voor degenen die zo’n grote ziener of wijze direct meemaakten werd er iets anders overgedragen dan de woorden, namelijk de staat van zijn van degene die het vertelde. Dus de mensen die in direct contact waren, hadden nog een grote kans. Maar zodra hij gestorven was, begon de ellende – niet opzettelijk, nogmaals, maar gewoon omdat ze het voor zichzelf begrijpelijk wilden hebben. Dat is ook voor ons de moeilijkheid, we willen het eigenlijk begrijpelijk hebben, en dat kan niet. Die moeilijkheid was er toen, die is er nu nog.
Dus we moeten teruggaan naar iets wat neutraal is, wat geen enkel belang heeft om je te overtuigen, wat er gewoon is. En dat is de oerenergie, van waaruit al die vertalingen gekomen zijn die wij als geloven, godsdiensten, religieuze stromingen tot op de dag van vandaag kennen. Dus je moet goed zien dat het in geen van die geloven, stromingen, religieuze overtuigingen, kan zitten. Dat is heel belangrijk. Dat gaat heel ver. Dat betekent dat je gewoon tegen jezelf moet zeggen: alles wat ik er van weet, uit de boeken, enzovoorts, dat is het niet. Ik moet het zelf ontdekken, ik moet het zelf weer ervaren. En ervaren is geen geloven, ervaren is ervaren. Of die ervaring helemaal gaaf is, helemaal juist is, dat weet je niet. Maar het is een ervaring, het is dus niet langs de omweg van geloof gekomen, het is heel direct. Ik zit heel direct voor jullie, jullie zitten heel direct voor mij, er zit niks tussen. Kijk, als ik dan over jullie ga denken, ja, dan zit ik weer in de mist. Maar alleen als ik kijk en ik zie D. daar zitten, dan is het een ervaring. Maar wat natuurlijk in mij gebeurt, omdat ik D. al langer ken, is dat ik denk: oh ja, dat was dat en dat. En met dat ‘oh ja, dat was dat en dat’ moet ik heel argwanend zijn, want dat is uit mijn koker gekomen, dat is niet meer D.. Ik sta hier zo lang bij stil, omdat het heel belangrijk is dat je dit begrijpt. Het is een heel eenvoudig voorbeeld: ik zie D., maar tegelijkertijd, omdat ik haar al langer ken, bestaat er al een heel verhaal over D.. Nou, dat verhaal moet ik argwanend bekijken, want dat is mijn indruk, dat is dus niet D..
Ik weet niet of jullie snappen dat dit héél belangrijk is. Dat geldt voor het hele leven. En zolang je zó in het leven staat, kan die oerenergie niet doordringen. Want jouw gedachte, jouw opvatting, jouw mening, jouw oordeel, zit er altijd tussen. Elke keer als ik D. zie, zou ik dus moeten zeggen: alles wat ik over haar gedacht heb … weg ermee! Alles wat ik meende dat ze is … weg ermee! Dat zou ik moeten doen. En dat is verrekte moeilijk, ga maar bij jezelf na.
Ik pak zo’n eenvoudig voorbeeld, omdat dat andere zo moeilijk is. Dat geloof heeft al zoveel eeuwen bestaan, dat heeft ook een traditie en allerlei argumenten. Maar dit is heel simpel, en dat moet je goed zien. Hetzelfde geldt voor een probleem wat je hebt. Dat probleem is wat jij in de loop van de tijd – want het bestaat meestal langer – er allemaal over gedacht hebt, en dat is het niet!
Dat geldt ook voor plaatsen waar je vaak komt – de meesten van jullie komen vaak hier in Maarssen of in Huissen. Maar wanneer heb je Huissen, heb je Maarssen, voor het eerst gezien? En wat was ‘Maarssen’ toen – het klooster en alles wat daarbij is. Want je bent naar huis gegaan en je hebt er nog over gedacht, het was erg prettig of het was erg vervelend … en dan is het al vervuild. Dus de tweede keer dat je komt zou je eigenlijk met nieuwe ogen en met nieuwe oren moeten komen. Maar dat is niet zo, want zo werkt ons bewustzijn niet.
Ik sta hier zo lang bij stil, omdat dit een héél essentieel punt in de hele meditatie is, dat je je bewust bent dat je voortdurend het eerste vervuilt. Dus het niet meer kunt zien met nieuwe ogen. En dat geldt voor het hele leven. Het geldt ook voor zoals je jezelf ervaart. Mensen, mensen, hoe komen we eruit. Want het is allemaal waar, je kunt het voor jezelf nagaan.
Hoe kun je dus nieuw zijn, en niet één seconde, maar aldóór. Nou, gelukkig is Greet er. [Greet Wicart verzorgde de lichaamsbewuztzijns-oefeningen tijdens deze sessie.] Greet laat aan jullie duidelijk worden, voor zover jullie echt goed naar haar luisteren, dat in elke beweging – doordat ons bewustzijn is zoals het is – kleine stremmingen zitten. Jullie kunnen je bewust worden dat er in bijna elke beweging een moment is dat het lichaam – dat een vergaarbak is van al die ónaandachtigheid van ons – een kleine spanning heeft. En omdat we – dat is wéér van hetzelfde – onaandachtig zijn, merken we dat niet en gaan we daar overheen. Maar dat betekent dus dat die spanning blijft bestaan. Het gaat erom dat we voelen dat daar even in die beweging – en een beweging is iets wat vloeit, wat in beweging is, wat dus niet stilstaat – punten zijn van stilstand. Het gaat er om die te ontdekken.
Dat is net als met die nieuwe ogen, net als het voorbeeld dat ik van D. gaf, dat je gaat ontdekken dat je, buiten wat gebeuren moet, er iets omheen fantaseert. Hoe die fantasie eruit ziet, hangt af van jouw verleden, van jouw opvoeding, enzovoorts. Dus daar zit je tegen precies hetzelfde aan. Alleen, en dat is zo heerlijk van de lessen van Greet, is het zó dichtbij, zo concreet, je kunt het namelijk voelen als je er weer aandacht aan geeft – ‘aandacht’ is het sleutelwoord. Je kunt het dus bewust maken en daardoor die spanning op dat moment laten wegvloeien – als je het goed doet. Maar als je weer thuis bent, zitten al die kleine en soms grote blokkades er weer lekker in. Want je gaat weer over tot de orde van de dag. Zoals je ook tot de orde van de dag overgaat ten aanzien van de mensen die je hier ontmoet hebt, waar je ook allerlei gedachten over hebt. Dat is precies hetzelfde. Daarom zijn die lessen van Greet heel erg belangrijk. Ze zijn eigenlijk de zoveelste aanwijzing dat je oplettend moet zijn.
Oh wee, oh wee, ik zeg: oplettend zijn, en kijk naar H., die daar last van heeft. Hij heeft allang gemerkt dat als je zogenaamd oplettend bent, je dan – ik gebruik maar een term – ‘overbewust’ bent. En als je ‘overbewust’ bent – dat is net als wanneer je op je ademhaling let – dan verandert er iets in die situatie, dan ben je er niet meer bij zoals je gewend bent. Daarom hebben ook een heleboel mensen een bloedhekel aan oefenen, want dan zit je in die valkuil.
Dus, lieve mensen, wat nu? Wel, het is eigenlijk heel simpel. Ik heb het nu eerst even erg moeilijk voor jullie gemaakt, zodat je goed beseft hoe scheef je zit, omdat je een mens bent – niet omdat je zus of zo heet, maar omdat je een mens bent, omdat je opgevoed bent. Er is een heel eenvoudig middel: namelijk je bewust worden dat-dit-zo-is, zoals ik beschreven heb. Zo vaak mogelijk. Want bij dat beperkt zijn van het bewustzijn hoort ook dat we niet lang aandachtig kunnen zijn. Dat kunnen we niet, we vallen onmiddellijk terug in onze gewoonte, in die brij van gedachten en gevoelens. Maar het is de enige mogelijkheid. De enige mogelijkheid is om op te letten. En – dat heb ik ook heel vaak gezegd, maar ik zal het nog maar eens een keer zeggen – als je merkt dat je onaandachtig bent, begin dan niet tegen jezelf te schelden. Want dat is echt het allerslechtste wat je doen kunt. Maar zeg gewoon: oh, ik ben onaandachtig – fini. Dan heb je kans dat je weer aandachtig bent.
Dat is de eigenlijke oefening. En daar geeft Greet dus een handvat voor wat heel dichtbij is. Omdat je daar zo goed in kunt merken dat je, vanuit dat beperkte bewustzijn, alles wat je doet eigenlijk even inhoudt. We hadden het er gisteren in het gesprek over dat je in alles wat je doet, alles wat je geleerd hebt en ooit gedacht en gevonden hebt, dit erin stopt. En dan is het er natuurlijk niet meer, dan is het: hetgeen wat jou in beweging zet plus alles wat je gedacht hebt. Dat, gevoegd bij wat er aldoor in de wereld gebeurt, maakt dat je je heel bewust bent dat dit beseffen echt iets van op leven en dood is. Het is namelijk of je voortgaat te maffen, in geloof, of dat je wakker bent. Dat is héél erg belangrijk.
Als je dus een keer inziet dat het bewustzijn waarover je beschikt altijd in vergelijking werkt… Dat doet het denken namelijk. Vandaar die talloze vragen, in allerlei vormen, over het ijkpunt. Heb je een ijkpunt? Nee, je hebt geen ijkpunt, dat bestaat niet. Het ijkpunt ontstaat elk moment – nou praat ik onzin, maar misschien maakt het iets duidelijk: het ijkpunt bestaat niet vóórdat je iets ervaart. En waarnaar gevraagd wordt is altijd een ijkpunt wat er al is voordat je iets ervaart. En dat is er niet.
Daarom, omdat dat is zoals het is… Echt, jullie kunnen echt allemaal nagaan of het is zoals ik zeg. En als je ontdekt dat het niet zo is, dan moet je naar me toekomen en me vernietigen. Ja, dat moet je echt doen, zo belangrijk is het! Je moet dit in jezelf nagaan. Als je dat begrepen hebt, dan begrijp je dat alles in het leven van het hoogste belang is. En niet, zoals wij altijd denken: dit is belangrijker dan dat, en ik moet eerst dit doen en dan dat… Dat is slaapwandelen.
Alles is belangrijk, want in alles is dat wat we nooit kunnen begrijpen, het onvatbare, de oergrond – filosofen hebben er hele mooie uitdrukkingen voor om duidelijk te maken dat het niet te vatten is.
Alleen, als je daar bent, zie dan wat er is. Het eerste wat je opvalt als zo’n moment tot je komt, is dat alles in beweging is, onophoudelijk, alles. En wat betekent dat, als alles in beweging is? Dat betekent dat in alle betrekkingen tussen die miljarden entiteiten die met elkaar verbonden zijn, de beïnvloeding ook voortdurend verandert. Dat is de werkelijke wereld, die we niet kunnen begrijpen. Daaraan weet je dat als je tegen jezelf zegt: oh ja, het is dus zó, dat je gewoon aan het liegen bent, ook al gebeurt dat onbewust. De enige, echt de enige mogelijkheid voor dat omslagpunt – van welke kant je het ook wilt doen, vanuit de geest of vanuit het lichaam, dat is niet zo belangrijk – is dat je dat zó geweldig diep in jezelf beseft, dat je niet door kunt gaan met halfbewust te leven. Door dat heel diep in je door te laten dringen, verandert je kijk op het leven. Je moet niet verbaasd zijn dat je om de haverklap terugvalt. Maar er is één lichtpunt: als je ooit, al is het maar een seconde, even die ongelooflijke veelheid, die ongedeeld is – een veelheid die ongedeeld is… voor ons is veelheid altijd een heleboel dingetjes naast elkaar, maar ik heb het nu dus over een veelheid die één is, en ook tegelijkertijd veel is – als je dat hebt beleefd, kun je het nooit meer vergeten. Je kunt het wel een poosje vergeten, maar je kunt het nooit helemaal vergeten. En dat is eigenlijk de echte evolutie die moet plaatshebben.
Nu kunnen we ons natuurlijk bezorgd maken over de planten en de dieren, of die dan ook wel meekomen, of die ook kunnen evolueren, dat wil zeggen, nieuw worden. Maar dat is een vraagstuk dat veel te groot is voor kleine mensen. Dus als we ons alleen maar bezig houden met die ene mens die wij zijn, is dat al voldoende. De Hindu’s hebben zich daar wel mee bezig gehouden. Daar is een prachtig boek over, Ka geheten, dat is uit de oude vedische geschriften overgenomen.7 Maar ik vind dat als we ons met die ene bewustzijnseenheid die we zelf zijn bezighouden, dat voldoende is. Over de verdere evolutie van de schepping hoeven we ons hoofd niet te breken.
Dus nu is de vraag alleen: is het voor ons mogelijk, met het bewustzijn dat we hebben, iets te doen? Dat kan, door heel diep te beseffen dat het, zoals het nu werkt, heel erg tekortschiet. Dat gewoon alleen maar te constateren, te zeggen: ja, zo zit het in elkaar. Maar als je dat voortdurend doet, verandert er iets, verandert er ook in je prioriteiten iets. Want je hiermee uiteenzetten kost wel tijd. Dus kom je bij een heel praktisch iets terug: kan ik er een beetje tijd voor vrij maken om dat tot me door te laten dringen. En dan ga je natuurlijk erover denken. Niet erg, je merkt wel op dat je erover zit te fantaseren. Maar, kun je er tijd voor vrijmaken. En is het helder genoeg in jezelf dat je dat belangrijk vindt, waar ik het nu vanochtend aldoor over gehad heb. Want daar hangt het vanaf: vind ik dat belangrijk? Want als je het niet belangrijk vindt, krijg je al die vragen van: hoelang moet ik zitten, wat moet ik aantrekken, hoe moet de stoel eruit zien, of het bankje en het kussen, en heeft meester zus en zo dat wel goed gevonden. Afijn, die hele rompslomp komt dan om de hoek kijken. Als je het echt inziet, heb je dat niet nodig, dan maak je die tijd vrij. Want het is noodzakelijk, het is net zo noodzakelijk als dat je, als je in het water ligt en niet zwemmen kunt en eruit wilt, iets moet doen om niet te verzuipen. Zo direct is het. Heb je in je leven iets wat zo direct is, wees eens eerlijk, heb je iets wat zó direct is? Ik denk het niet. Maar dan moet je je ook niet verbazen dat het een eindeloos gevecht is.
Echt mensen, als je dit inziet dan werkt het. En dan vind je een manier om hier tijd voor te maken in dat hele volle leven van je. Want dat is vol. En hoe meer we in steden gaan leven, hoe voller het zal worden. Ik heb nog niet zo lang geleden gehoord dat binnen afzienbare tijd tweederde van de mensheid, tweederde van alle mensen in de hele wereld in steden leeft. Dat is onze toekomst en dat zullen velen van jullie nog wel beleven, misschien ik niet. Maar dat is de uitdaging, dat je het, midden tussen al die mensen die allemaal hieraan onderhevig zijn, moet verwerkelijken. Dat vraagt ongelooflijke aandacht.
Ik heb, geloof ik, duidelijk gemaakt hoe het de hele wereld betreft. En bij de mensen hoe de omgeving zal zijn waarin de mens leeft. Aannemende dat de klimaatverschuiving niet zo vreselijk is dat we allemaal stikken – ik ga maar van dat optimistische scenario uit. En dat hangt samen, die klimaatverschuiving en dat niet nieuw kunnen zien hangen samen. Het is ook mijn verantwoordelijkheid. Ik-moet- dus-veranderen. Ik moet alles wat me tegenhoudt héél duidelijk zien. Daarom zijn die lessen van Greet zo belangrijk, omdat je daar zo heel concreet kunt voelen dat je je spieren ontspant – hè heerlijk, voor het eerst… Eigenlijk is het heel gek dat, als je eenmaal lessen van Greet gehad hebt, je het toch weer vergeet. Maar zo sterk is dat taaie, slaperige bewustzijn. Dat je denkt: oh ja, dat is dat, ik heb dat gevoeld in mijn rug. En dat je het verkleint tot wat je daar in je rug voelt. Dat je niet het verband ziet tussen die overspanning in je rug én het wereldprobleem. Maar dat is één!
Het gaat er dus om voortdurend heel scherp, binnen jouw vermogen, te beseffen waar het om draait. En dat het één altijd verbonden is met het ander, het is in je lichaam zo, maar het is in de hele schepping zo. Als er één partikeltje – nou gebruik ik toch weer een woord uit de taal, die in de tijd is – als één partikeltje verandert, verandert het geheel. Daarmee vervalt die eeuwige dooddoener: wat doet het er nou toe of ik verander, tussen al die miljarden mensen… Zo’n opmerking is van het denken. De werkelijkheid is dat als ergens iets verandert, er in het geheel iets verandert. Hoeveel? – dat is weer een vraag van het denken. Als je ‘hoeveel’ vraagt, ben je tegelijk machteloos, want dan is het heel duidelijk; als je ‘hoeveel’ vraagt, heeft jouw inspanning helemaal geen betekenis meer. Dan ben je terug in je oude honk, waar je sliep. Als je dus die voortdurend transformerende, altijd aanwezige werkelijkheid als uitgangspunt neemt, dan is er een kans. En die kans moet je grijpen, nu kan het. Nu is het je duidelijk geworden. Nu kan het. Dan is dus de vraag: hoe kan ik dat inzicht zo levend houden dat ik, om zo te zeggen, al het andere ervoor opoffer. Je zult je niet opofferen, want zo wijs ben je wel, je zult niet in een grot gaan zitten, denkende dat dat helpt. Want dat helpt natuurlijk helemaal niks. Je laat daarmee je familie, je bekenden, mensen die van je afhankelijk zijn, in de steek. Dus dat is onzin. Je opsluiten in een klooster is onzin, in een ashram gaan is onzin. Dat is kunstmatig.
Kun je nu, zoals je bent, leven met dat inzicht wat steeds dieper in je reikt? Dan besef je natuurlijk – omdat je nu eenmaal het bewustzijn hebt wat je hebt – je onmacht. Maar je beseft ook dat het mogelijk is. En echt, de moeilijkheid die je hebt, de pijn die je hebt, de angst die je hebt, verandert van gedaante. Je komt dichterbij je verdriet, je angst, je machteloosheid. Daar kom je dichterbij. Dat is niet iets wat jij doet, maar wat gebeurt doordat jij met dat inzicht gewapend in het leven staat.
Zonder dat je het wilt en zonder dat je er iets aan doet, is als je daar mee bezig bent iets geweldigs. Als je écht daarmee bezig bent, dan gebeurt er iets. Niet alleen in jezelf, maar ook in je omgeving. Wat in je omgeving gebeurt, kun je nog constateren. Dat andere wat ik noemde, dat die kleine verandering in jou het geheel verandert, dat kun je nog niet zien. Maar wat in je omgeving is, kun je zien. En dat hoeft helemaal niet positief te zijn.
